ECLI:NL:CRVB:2025:1470

ECLI:NL:CRVB:2025:1470, Centrale Raad van Beroep, 07-10-2025, 23/386 PW

Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 07-10-2025
Datum publicatie 16-10-2025
Zaaknummer 23/386 PW
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Hoger beroep
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537

Samenvatting

Afwijzing herzieningsverzoek. Toelating gemeentelijke schuldhulpverlening. Raad is onbevoegd. Nu het besluit waarvan appellant herziening heeft gevraagd geen besluit is als bedoeld in art. 9 of art. 10 Bevoegdheidsregeling, is de Raad onbevoegd over het hoger beroep van appellant te oordelen.

Uitspraak

SAMENVATTING

23/386 PW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 19 januari 2023, 21/2760 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant] te [woonplaats] (appellant)

het college van burgemeester en wethouders van Heerenveen (college)

Datum uitspraak: 7 oktober 2025

Deze zaak gaat over de afwijzing van een verzoek om terug te komen van een eerder besluit waarbij appellant is toegelaten tot gemeentelijke schuldhulpverlening. De Raad verklaart zich onbevoegd, omdat het besluit waarvan appellant herziening heeft gevraagd is gebaseerd op de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs). De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) is in dat geval de bevoegde bestuursrechter in hoger beroep.

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld. Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Appellant heeft nadere stukken ingediend.

De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 13 mei 2025. Appellant is verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. V. Djordjevic.

Het onderzoek is heropend na de zitting. Het college heeft desgevraagd informatie gegeven over de grondslag van het besluit waarvan herziening is gevraagd. Appellant heeft nadere reacties ingestuurd.

Met toepassing van artikel 8:57, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het nadere onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

1. Bij de beoordeling van het hoger beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang.

Met een besluit van 5 augustus 2019 heeft het college appellant toegelaten tot de schuldhulpverlening op grond van de Wgs in verband met problematische schulden.

Met een brief van 25 januari 2021 heeft appellant aan het college verzocht om terug te komen van het besluit van 5 augustus 2019. Met een besluit van 17 april 2021, na bezwaar gehandhaafd met een besluit van 17 augustus 2021 (bestreden besluit), heeft het college het verzoek van appellant afgewezen.

Uitspraak van de rechtbank

2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarmee het bestreden besluit in stand gelaten.

Het oordeel van de Raad

3. De Raad komt tot het oordeel dat hij onbevoegd is te oordelen over het hoger beroep van appellant. Hierna legt de Raad uit hoe hij tot dit oordeel komt.

Op grond van artikel 8:105, eerste lid, van de Awb wordt het hoger beroep ingesteld bij de Afdeling, tenzij een andere hoger beroepsrechter bevoegd is op grond van hoofdstuk 4 van de bij die wet behorende Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak (Bevoegdheidsregeling) dan wel ingevolge een ander wettelijk voorschrift.

In artikel 9 en artikel 10 van de Bevoegdheidsregeling is bepaald dat tegen een uitspraak van de rechtbank omtrent een besluit, genomen op grond van een in die artikelen genoemd voorschrift of anderszins in die artikelen omschreven, hoger beroep kan worden ingesteld bij de Raad.

Nu het besluit waarvan appellant herziening heeft gevraagd geen besluit is als bedoeld in artikel 9 of artikel 10 van de Bevoegdheidsregeling, is de Raad onbevoegd over het hoger beroep van appellant te oordelen.

Conclusie en gevolgen

4. De Raad zal zich onbevoegd verklaren te oordelen over het hoger beroep van appellant en de gedingstukken met toepassing van artikel 6:15, eerste lid, van de Awb (in samenhang met artikel 6:24 van de Awb) naar de Afdeling doorzenden.

5. Appellant krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten. Wel krijgt appellant het betaalde griffierecht in hoger beroep terug.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

Deze uitspraak is gedaan door J.T.H. Zimmerman, in tegenwoordigheid van A.H. Hagendoorn-Huls als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 7 oktober 2025.

(getekend) J.T.H. Zimmerman

(getekend) A.H. Hagendoorn-Huls

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand