OVERWEGINGEN
De Raad overweegt dat er aanleiding is het college te veroordelen in de proceskosten van appellante in de ingetrokken zaak met kenmerk 23/230 PW en wijzigt de uitspraak van de Raad van 16 juli 2024, 22/3788 PW, als volgt.
- In de kop van de uitspraak wordt het zaaknummer 23/230 PW-G toegevoegd.
- Op het voorblad wordt toegevoegd dat (ook) uitspraak wordt gedaan als bedoeld in artikel 8:118 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het incidenteel hoger beroep.
- In het procesverloop wordt opgenomen dat het college incidenteel hoger beroep heeft ingesteld, dat [gemachtigde] namens appellante een zienswijze heeft ingediend en daarin heeft verzocht het college te veroordelen in de proceskosten en dat het college het incidenteel hoger beroep ter zitting heeft ingetrokken.
- Overweging 5 wordt gewijzigd in: Aanleiding bestaat om het college te veroordelen in de proceskosten van appellante in het ingetrokken incidenteel hoger beroep. Deze kosten worden begroot op € 1.814,- voor verleende rechtsbijstand (1 punt voor het indienen van een zienswijze en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 907,-). Appellante krijgt het betaalde griffierecht niet terug.
- De beslissing wordt aangevuld met: - veroordeelt het college in de proceskosten van appellante tot een bedrag van € 1.814,-.
Aan deze uitspraak tot rectificatie is een gerectificeerd exemplaar van de oorspronkelijke uitspraak gehecht. De gerectificeerde uitspraak zal worden gepubliceerd op rechtspraak.nl.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep rectificeert zijn uitspraak van 16 juli 2024, 22/3788 PW, als in de overwegingen is weergegeven.
Deze uitspraak is gedaan door J.T.H. Zimmerman als voorzitter en W.F. Claessens en W.A. Timmer als leden, in tegenwoordigheid van P.W.J. Hospel als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 21 oktober 2025.
(getekend) J.T.H. Zimmerman
(getekend) P.W.J. Hospel