ECLI:NL:CRVB:2025:1661

ECLI:NL:CRVB:2025:1661, Centrale Raad van Beroep, 28-10-2025, 25/1697 IOAZ-VV

Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 28-10-2025
Datum publicatie 20-11-2025
Zaaknummer 25/1697 IOAZ-VV
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Voorlopige voorziening
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537

Samenvatting

De Raad verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Het verzoek voldoet niet aan het materiële connexiteitsvereiste.

Uitspraak

SAMENVATTING

25/1697 IOAZ-VV

Centrale Raad van Beroep

Voorzieningenrechter

Uitspraak op het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening

Partijen:

[verzoeksters] te [woonplaats] (verzoekster)

het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad (college)

Datum uitspraak: 28 oktober 2025

In deze uitspraak beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek van verzoekster om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter verklaart het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk en doet met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) buiten zitting uitspraak. In dit geval voldoet het verzoek om een voorlopige voorziening niet aan het materiële connexiteitsvereiste.

PROCESVERLOOP

Verzoekster heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 17 december 2024, 24/1207 (aangevallen uitspraak). Het hoger beroep is geregistreerd onder nummer 25/343 IOAZ.

Verzoekster heeft verzocht om in verband met het hoger beroep een voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek om een voorlopige voorziening is geregistreerd onder nummer 25/1697 IOAZ-VV.

OVERWEGINGEN

Inleiding

1. Bij de beoordeling van het verzoek om een voorlopige voorziening zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang.

Verzoekster heeft een schoonmaakbedrijf [naam] (eenmanszaak). Zij heeft zich in 2023 gemeld bij het Sociaal Wijkteam van de gemeente Zaanstad met een hulpvraag vanwege groeiende (financiële) problemen. Verzoekster is met hulp van een medewerker van het Wijkteam doorgeleid naar de afdeling uitkeringen. Een informerend gesprek met de casemanager van die afdeling heeft vervolgens geleid tot het op 4 mei 2023 invullen van een aanvraagformulier voor een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ-uitkering) of het BBZ 2004, met ingang van 20 april 2023.

Met een besluit van 28 september 2023 (besluit 1) heeft het college de aanvraag afgewezen. Daaraan heeft het college ten grondslag gelegd dat verzoekster niet alle gevraagde gegevens heeft ingeleverd om het recht op bijstand op grond van de IOAZ of het BBZ 2004 vast te kunnen stellen.

Verzoekster heeft tegen besluit 1 bezwaar gemaakt.

Met een afzonderlijk besluit van eveneens 28 september 2023 (besluit 2) heeft het college aan verzoekster ambtshalve algemene bijstand op grond van de Participatiewet toegekend met ingang van 20 april 2023. Tegen dit besluit heeft verzoekster geen bezwaar gemaakt.

Met een besluit van 14 februari 2024 (bestreden besluit) heeft het college het bezwaar van verzoekster tegen besluit 1 niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat verzoekster geen procesbelang had.

De aangevallen uitspraak

2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en dat besluit in stand gelaten. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college terecht het bezwaar niet-ontvankelijk heeft verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.

Het verzoek om een voorlopige voorziening

3. Het verzoek om een voorlopige voorziening van appellante strekt ertoe dat de voorlopige voorzieningenrechter van de Raad een voorlopige voorziening treft in de vorm van een opschorting van de executie van de schuld bij International Card Services en alle andere executies en vorderingen die lopende zijn of op korte termijn kunnen ontstaan en die direct of indirect zijn veroorzaakt door de situatie die is uitgelokt door de Gemeente Zaanstad.

Het oordeel van de voorzieningenrechter

4. De voorzieningenrechter komt tot de volgende beoordeling.

Ingevolge artikel 8:104, eerste lid, en 8:108, eerste lid, van de Awb in verbinding met artikel 8:81 van de Awb kan, indien tegen een uitspraak van de rechtbank of de voorzieningenrechter van de rechtbank hoger beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de Raad op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

Uit de functie van artikel 8:81 van de Awb vloeit voort dat een verzoek om een voorlopige voorziening moet voldoen aan de vereisten van formele en materiële connexiteit. Niet alleen is voor een ontvankelijk verzoek om een voorlopige voorziening nodig dat tegen een besluit beroep is ingesteld bij de bestuursrechter (formele connexiteit), wat een verzoeker met zijn verzoek wil bereiken moet ook betrekking hebben op de inhoud van dat besluit (materiële connexiteit).

In dit geval voldoet het verzoek om een voorlopige voorziening niet aan het materiële connexiteitsvereiste. De door verzoekster bedoelde executiemaatregelen hebben namelijk geen betrekking op het onderwerp van het geschil in de bodemprocedure. Zoals onder 1.3 en 1.5 is vermeld, ziet het geschil in die bodemprocedure op besluitvorming met betrekking tot de aanvraag om IOAZ/BBZ 2004. Het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen is dan ook niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de voorzieningenrechter dat verzoek niet inhoudelijk behandelt.

Conclusie en gevolgen

Het verzoek is, gelet op 4.2 en 4.3, kennelijk niet-ontvankelijk, zodat de voorzieningenrechter met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Awb buiten zitting uitspraak zal doen.

5. Verzoekster krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.

BESLISSING

De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep verklaart het verzoek om een

voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door J.T.H. Zimmerman, in tegenwoordigheid van M. Zwart als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 28 oktober 2025.

(getekend) J.T.H. Zimmerman

(getekend) M. Zwart

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand