Onderzoek ter terechtzitting
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 24 januari 2025 en 8 april 2025.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot de niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het ingestelde hoger beroep.
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
De verdachte is in eerste aanleg gedagvaard om op 25 maart 2024 te verschijnen ter terechtzitting van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam. De dagvaarding is de verdachte niet in persoon betekend.
De verdachte is op 25 maart 2024 bij verstek veroordeeld.
De mededeling uitspraak is op 25 april 2024 om 09:18 uur in het portaal van MijnOverheid geplaatst. Vervolgens is er op 26 mei 2024 om 22:55 uur ingelogd. Op grond van artikel 36f, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) geldt een betekening door elektronische overdracht als betekening in persoon wanneer degene voor wie de gerechtelijke mededeling bestemd is, zich toegang verschaft tot de elektronische voorziening. De mededeling uitspraak is dus op 26 mei 2024 in persoon aan de verdachte betekend.
Gelet op het bepaalde in artikel 408 lid 1 onder a van het Wetboek van Strafvordering, had de verdachte binnen 14 dagen na 26 mei 2024 hoger beroep moeten instellen. De termijn voor het instellen voor het hoger beroep eindigde op 10 juni 2024. Volgens de ‘akte instellen hoger beroep’ in het dossier, heeft de verdachte op 10 juli 2024, hoger beroep ingesteld op de griffie van de rechtbank.
Nu het hoger beroep niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn is ingesteld en niet van bijzondere, de verdachte niet toe te rekenen, omstandigheden is gebleken die de overschrijding van de termijn verontschuldigbaar doen zijn, zal de verdachte daarin niet ontvankelijk worden verklaard.
BESLISSING
Het hof:
verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
De raadsheer geeft aan verdachte kennis dat hij binnen 14 dagen beroep in cassatie kan instellen tegen dit arrest en maakt hem opmerkzaam op zijn recht om ter terechtzitting van dat recht afstand te doen.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de raadsheer en griffier Pesch is vastgesteld en ondertekend.