ECLI:NL:GHAMS:2026:2499

ECLI:NL:GHAMS:2026:2499

Instantie Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak 21-08-2026
Datum publicatie 02-09-2026
Zaaknummer 23-000499-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Amsterdam
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBAMS:2025:1364

Samenvatting

Veroordeling wapenbezit na vrijspraak eerste aanleg. Oplegging gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, waarvan 6 voorwaardelijk.

Uitspraak

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 7 augustus 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Het Openbaar Ministerie heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

1.hij op of omstreeks 13 mei 2024 te Amsterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meer wapen(s) van categorie II onder 4 en/of categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten:- een wapen van categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een pistool van het merk Blow, model TR 34, kaliber 9 mm P.A.K. getransformeerd naar 9mmx17. (goednummer 6501403 - SIN-nummer [nummer 1] ), zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool en/of- een wapen van categorie II onder 4 van de Wet wapens en munitie, te weten een schietpen van het kaliber 6.35mm Browning (synoniem voor .25 AUTO (goednummer 6501466 - SIN-nummer [nummer 2] ), zijnde een vuurwapen in de vorm van een schietpen en/of- een wapen van categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een pistool van het merk Blow, model TR 34, kaliber 9 mm P.A.K. getransformeerd naar 9mmx17 (goednummer 6501458 - SIN-nummer [nummer 3] ), zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool en/of- een wapen van categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een pistool van het merk Blow, model TR 34, kaliber gewijzigd naar 9mm Kort (synoniem .380 Auto) (goednummer 6501476 - SIN-nummer [nummer 4] ), zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool en/of- een wapen van categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een pistool van het merk Blow, model TR 17, kaliber 9 mm P.A.K. getransformeerd naar 9mmx17. (goednummer 6501500 - SIN-nummer [nummer 5] ), zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool en/of- een wapen van categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een pistool van het merk Blow, model TR 17, kaliber gewijzigd naar 9mm Kort (synoniem .380 Auto) (goednummer 6501501 - SIN-nummer [nummer 6] ), zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool en/of- een wapen van categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een pistool van het merk Blow, model TR 17K, kaliber gewijzigd naar 9mm Kort (synoniem .380 Auto) (goednummer 6501503 - SIN-nummer [nummer 7] ), zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool en/of- een wapen (althans losse onderdelen daarvan) van categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een pistool van het merk Blow, model TR 17, kaliber mogelijk gewijzigd van origineel kaliber 9mm PAK naar 9mm Kort (synoniem .380 Auto) (goednummer 6501457 - SIN-nummer [nummer 8] ), zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool en/of- een patroonmagazijn (goednummer 6501472 - SIN-nummer [nummer 9] ), zijnde een hulpstuk, een essentieel onderdeel en/of een onderdeel van wezenlijke aard, als bedoeld in artikel 3 lid 1 van de Wet wapens en munitie, van/voor een vuurwapen (pistool van het merk Blow, model TR 17) van categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie en/of - een of meer vuurwapenonderdelen, zijnde (telkens) hulpstukken en/of essentiële onderdelen en/of onderdelen van wezenlijke aard, als bedoeld in artikel 3 lid 1 van de Wet wapens en munitie, van/voor een of meer (vuur)wapen(s) van categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie (goednummer(s) 6501433 en/of 6501438 en/of 6501440 en/of 6501443 en/of 6501447 en/of 6501454 en/of 6501455 en/of 6501479 en/of 6501481 en/of 6501482),en/of munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten:- 4 stuks, althans een of meer, patronen van het merk Fiocchi, kaliber 635mm Browning (Synoniem voor .25Auto) goednummer 6501468 - SIN-nummer [nummer 10] ) en/of- 258 stuks,althans een of meer, patronen van het merk CBC, kaliber 9mm x17 (synoniem voor 9mm Kort of .380 AUTO) goednummer(s) 6501417 en/of 6501420 en/of 6501492) en/of- 8 stuks, althans een of meer, patronen van het merk Sellier & Bellot, kaliber 308R (goednummer 6501465 - SIN-nummer [nummer 11] ) en/of- 8 stuks, althans een of meer, patronen van het merk Browning, kaliber 16 (goednummer(s) 6501420 en/of 6521609) en/of- 6 stuks, althans een of meer, patronen van het merk CCI, kaliber .22 Long Rifle (goednummer 6501420 - SIN-nummer [nummer 12] ) en/of- 13 stuks, althans een of meer, patronen van het merk Geco, kaliber 9mm x17 (synoniem voor 9mm Kort of .380 AUTO) goednummer 6501505 - SIN-nummer [nummer 13] ),voorhanden heeft gehad;

2.hij op of omstreeks 13 mei 2024 te Amsterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een wapen van categorie I onder 7 van de Wet wapens en munitie, te weten een door de Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen voorwerp dat een ernstige bedreiging van personen kon vormen en/of dat zodanig op een wapen geleek dat deze voor bedreiging of afdreiging geschikt was, namelijk een naboots (nep) vuurwapen van het merk DENIX, model Colt M1911 US ARMY (goednummer 6501496 SIN-nummer [nummer 14] ), althans losse onderdelen daarvan, voorhanden heeft gehad;

3.hij op of omstreeks 14 mei 2024 te Amsterdam, althans in Nederland,

- een wapen van categorie I, onder 4 van de Wet wapens en munitie, te weten een (verborgen) blank wapen, namelijk een armband met verborgen mes (goednummer 815964), dat uiterlijk gelijkt op een ander voorwerp dan een wapen, en/of,

- een wapen van categorie I, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een vlindermes (goednummer 815962), voorhanden heeft gehad;

4.hij op of omstreeks 14 mei 2024 te Amsterdam, althans in Nederland, een wapen van categorie II, onder 5 van de Wet wapens en munitie, te weten een stroomstootwapen, type boksbeugel (goednummer 815963), zijnde een voorwerp waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos konden worden gemaakt of pijn kon worden toegebracht, voorhanden heeft gehad.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de rechtbank ten aanzien van feiten 1 en 2.

Bewijsoverwegingen

De advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van alle feiten.

De raadsman heeft betoogd dat de verdachte moet worden vrijgesproken van feiten 1 en 2. Uit de dossierstukken kan volgens de raadsman – kort samengevat – niet worden afgeleid dat de verdachte de wapens en munitie op de tenlastegelegde datum voorhanden heeft gehad. Met betrekking tot de feiten 3 en 4 refereert de verdediging zich aan het oordeel van het hof.

Het hof overweegt ten aanzien van feiten 1 en 2 als volgt.

Voor een veroordeling wegens het voorhanden hebben van een wapen of munitie in de zin van artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie is allereerst vereist dat de verdachte het wapen of de munitie op of omstreeks de ten laste gelegde datum bewust aanwezig heeft gehad. Die bewustheid hoeft zich niet uit te strekken tot de specifieke eigenschappen en kenmerken van het wapen of de munitie of tot de exacte locatie van dat wapen of de munitie. Voor het bewijs van dergelijke bewustheid geldt dat daarvan sprake kan zijn in een geval dat het niet anders kan dat de verdachte zulke bewustheid heeft gehad. Verder is voor de bewezenverklaring van dat voorhanden hebben nodig dat de verdachte feitelijke macht over het wapen of de munitie heeft kunnen uitoefenen in de zin dat hij daarover heeft kunnen beschikken.

Het hof meent op basis van het navolgende dat de verdachte de betreffende wapens en munitie zowel bewust aanwezig heeft gehad als de feitelijke macht had erover te kunnen beschikken.

Naar aanleiding van een TCI-tip dat er in de woning of kelderbox aan de [adres 2] een groot aantal vuurwapens aanwezig zijn, is de politie daar gaan observeren.

De verbalisanten zien, naar later bleek, de verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] omstreeks 17:59 uur uit de portiek van de [adres 3] lopen. Vervolgens zien zij een Kia met kenteken [kenteken] uit een parkeergarage rijden, met [medeverdachte 1] als bijrijder en -later geïdentificeerd- de verdachte als bestuurder. Omstreeks 18:30 uur wordt de Kia geparkeerd. Omstreeks 18:36 uur haalt [medeverdachte 1] een pakketje uit de kofferbak en overhandigt dit pakketje -een zwarte rechthoekige platte doos- aan een onbekend gebleven man. Op het adres [adres 2] staat de moeder van [medeverdachte 1] ingeschreven. De genoemde Kia Picanto met kenteken [kenteken] staat op haar naam.

In hoger beroep is een proces-verbaal uit het onderzoek Palermo in het dossier gevoegd. Daaruit blijkt dat de politie een neef van de verdachte, [medeverdachte 2] (hierna: [medeverdachte 2] ), verdacht van vuurwapenhandel en om die reden een tap had aangesloten op zijn telefoonnummer. Naar aanleiding van de inhoud van de getapte gesprekken tussen [medeverdachte 2] en zijn neef, wordt op 11 mei 2024 ook een tap aangesloten op het telefoonnummer van de verdachte.

Uit de opgenomen telefoongesprekken tussen de verdachte en [medeverdachte 2] , blijkt dat zij sinds 9 mei 2024 samenwerken aan “20 stuks”. In de gesprekken wordt gesproken over isrie (ijzer), lijm, boren, afzagen, P’tjes en in elkaar zetten. [verdachte] zegt dat hij “daar sowieso genoeg lijm heeft om die twintig stuks mee te maken”. De politie relateert dat uit onderzoek is gebleken dat bij het ombouwen van gas- en alarmpistolen de sper uit het wapen wordt geboord, de loop ervan af wordt gezaagd en een nieuwe loop erin wordt gelijmd. Hierdoor is de verdenking ontstaan dat verdachte samen met [medeverdachte 2] gas- en alarmpistolen ombouwt.

Uit een gesprek tussen de verdachte en [medeverdachte 1] blijkt dat [medeverdachte 2] , een neef van de verdachte en woonachtig aan de [adres 4] , op 9 mei 2024 in Amsterdam op de [adres 2] is geweest om goederen op te halen. Hierover heeft [medeverdachte 2] telefonisch contact gehad met de verdachte. Als [medeverdachte 2] terugrijdt naar Den Haag, zegt de verdachte dat [medeverdachte 2] moet laten weten als hij veilig is. In de nacht van 9 op 10 mei spreken de verdachte en zijn neef af om de volgende dag verder te gaan met werken. Uit de gesprekken is op te maken dat de verdachte op 12 mei spullen uit de woning aan het [adres 4] gaat halen.

Op 11 mei belt [medeverdachte 2] met de verdachte, waarin ze bespreken dat ze morgen gaan boren, dan hoeven ze maandag alleen nog die torries te halen en erin te zetten en dan zijn ze klaar. De verdachte zegt vervolgens dat [medeverdachte 2] al het gereedschap naar Damsko (het hof begrijpt: Amsterdam) moet terugbrengen dan regelt hij het morgen hier. De verdachte zegt dat hij voor nu ze daar gaat maken. Later die dag belt de verdachte met zijn vader, zegt dat zijn neef alleen maar tijd rekt en dat hij de spullen naar Amsterdam wil halen zodat hij het hier gewoon kan doen. Uit camerabeelden blijkt dat de verdachte en [medeverdachte 1] op 12 mei 2024 in de woning aan de [adres 4] zijn geweest en daar in een tijdsbestek van een kwartier een paar keer de woning in en uit liepen met grote, zware, gele zakken, een zwarte tas en een (gereedschaps)koffer. Deze spullen werden vervolgens in de Kia gelegd.

In de nacht van 12 op 13 mei belt de verdachte met [medeverdachte 1] . Hij zegt dan dat hij morgen naar hem toe komt. [medeverdachte 1] zegt dan dat ze vanaf 9:00 uur mogen boren, maar als ze een uur later gaan boren hebben ze nog geluk. De verdachte heeft de hele dag vrijgehouden, dus ze moeten zorgen voor genoeg eten en drinken. In de gesprekken wordt daarnaast gesproken over ‘isrie’ (ijzer), P’tjes (pistolen), afzagen en lijm. Verder zegt de verdachte tegen [medeverdachte 1] dat als er morgen een af is, er ook gelijk eentje weg gaat.

Later op de dag worden de verdachte en [medeverdachte 1] aangehouden en worden de woning en de kelderbox doorzocht. In de kelderbox werden omgebouwde (getransformeerde) vuurwapens, onderdelen van

omgebouwde vuurwapens, handgereedschappen, elektrische gereedschappen, munitie en overige goederen aangetroffen, waarvan de politie stelt dat de combinatie een indicatie is van een illegale in

werking zijnde werkplaats om daadwerkelijk vuurwapens om te bouwen.

Een aantal (onderdelen van) vuurwapens en gereedschappen zijn bemonsterd ten behoeve van het uitvoeren van DNA-onderzoek. Uit het proces-verbaal van wapenonderzoek van 21 juli 2025 blijkt dat op de ruwe delen van het wapen met SIN-nummer [nummer 6] een DNA-spoor dat matcht met het DNA van de verdachte werd aangetroffen. De aanwezigheid van deze sporen kan verklaard worden door het langdurig en/of kortstondig met kracht aanraken van de slede, of er handelingen mee verrichten. Het spannen van het wapen of het (de)monteren van de slede zijn fysieke handelingen waarbij de ruwe delen van een wapen wordt aangeraakt. Daarnaast zijn op handgereedschappen en een gehoorbeschermer, die zijn aangetroffen in de box, ook DNA-sporen die matchen met het DNA van de verdachte en de medeverdachte aangetroffen.

De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij nooit in de kelderbox is geweest en niet wist dat daar wapens lagen. Hij heeft de wapens misschien wel aangeraakt, maar niet op 13 mei 2024. Mogelijk dat op die manier zijn DNA op (een van) de wapens terecht is gekomen. De verdachte heeft geen uitleg willen geven aan de inhoud van de tapgesprekken.

Het hof is gelet op de samenhang van de bovengenoemde feiten en omstandigheden en de bewijsmiddelen in onderling verband van oordeel dat het niet anders kan dan dat de verdachte op 13 mei 2024 samen met [medeverdachte 1] in de kelderbox behorende bij de woning [adres 2] is geweest en toen en daar wapens en onderdelen daarvan en munitie voorhanden heeft gehad. Uit de tapgesprekken volgt dat de verdachte en [medeverdachte 1] op 13 mei de hele dag gaan ‘boren’ bij [medeverdachte 1] . Ook hebben zij het over ijzers, pistolen, afzagen en lijm. Gelet op de inhoud van de telefoongesprekken tussen de verdachte en [medeverdachte 2] en tussen de verdachte en [medeverdachte 1] en de aangetroffen goederen in de kelderbox kan het niet anders dan dat de verdachte en zijn neef zich bezig hielden met het ombouwen van wapens, en dat verdachte ook de beschikkingsmacht had over die wapens. Dat de verdachte dit ook op de tenlastegelegde datum aan het doen was, leidt het hof – naast het tapgesprek – af uit het feit dat de verdachte ook op die datum bij het perceel aan de [adres 2] was.

Niet kan worden bewezen dat de verdachte feitelijk kon beschikken over het wapen dat onder het bed in de woning van de medeverdachte [medeverdachte 1] is aangetroffen, te weten een pistool Blow model TR 34, kaliber 9 mm P.A.K. getransformeerd naar 9 mmx17 (goednummer 6501403- SIN nummer [nummer 1] ), zodat hij daarvan wordt vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.hij op 13 mei 2024 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met een ander, een of meer wapens van categorie II onder 4 en/of categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten:- een wapen van categorie II onder 4 van de Wet wapens en munitie, te weten een schietpen van het kaliber 6.35mm Browning (synoniem voor .25 AUTO (goednummer 6501466 - SIN-nummer [nummer 2] ), zijnde een vuurwapen in de vorm van een schietpen en/of- een wapen van categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een pistool van het merk Blow, model TR 34, kaliber 9 mm P.A.K. getransformeerd naar 9mmx17 (goednummer 6501458 - SIN-nummer [nummer 3] ), zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool en/of- een wapen van categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een pistool van het merk Blow, model TR 34, kaliber gewijzigd naar 9mm Kort (synoniem .380 Auto) (goednummer 6501476 - SIN-nummer [nummer 4] ), zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool en/of- een wapen van categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een pistool van het merk Blow, model TR 17, kaliber 9 mm P.A.K. getransformeerd naar 9mmx17. (goednummer 6501500 - SIN-nummer [nummer 5] ), zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool en/of- een wapen van categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een pistool van het merk Blow, model TR 17, kaliber gewijzigd naar 9mm Kort (synoniem .380 Auto) (goednummer 6501501 - SIN-nummer [nummer 6] ), zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool en/of- een wapen van categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een pistool van het merk Blow, model TR 17K, kaliber gewijzigd naar 9mm Kort (synoniem .380 Auto) (goednummer 6501503 - SIN-nummer [nummer 7] ), zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool en/of- een wapen (althans losse onderdelen daarvan) van categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een pistool van het merk Blow, model TR 17, kaliber mogelijk gewijzigd van origineel kaliber 9mm PAK naar 9mm Kort (synoniem .380 Auto) (goednummer 6501457 - SIN-nummer [nummer 8] ), zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool en/of- een patroonmagazijn (goednummer 6501472 - SIN-nummer [nummer 9] ), zijnde een hulpstuk, een essentieel onderdeel en/of een onderdeel van wezenlijke aard, als bedoeld in artikel 3 lid 1 van de Wet wapens en munitie, van/voor een vuurwapen (pistool van het merk Blow, model TR 17) van categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie en/of - een of meer vuurwapenonderdelen, zijnde (telkens) hulpstukken en/of essentiële onderdelen en/of onderdelen van wezenlijke aard, als bedoeld in artikel 3 lid 1 van de Wet wapens en munitie, van/voor een of meer (vuur)wapen(s) van categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie (goednummer(s) 6501433 en/of 6501438 en/of 6501440 en/of 6501443 en/of 6501447 en/of 6501454 en/of 6501455 en/of 6501479 en/of 6501481 en/of 6501482),en/of munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten:- 4 stuks, althans een of meer, patronen van het merk Fiocchi, kaliber 635mm Browning (Synoniem voor .25Auto) goednummer 6501468 - SIN-nummer [nummer 10] ) en/of- 258 stuks, althans een of meer, patronen van het merk CBC, kaliber 9mm x17 (synoniem voor 9mm Kort of .380 AUTO) goednummer(s) 6501417 en/of 6501420 en/of 6501492) en/of- 8 stuks, althans een of meer, patronen van het merk Sellier & Bellot, kaliber 308R (goednummer 6501465 - SIN-nummer [nummer 11] ) en/of- 8 stuks, althans een of meer, patronen van het merk Browning, kaliber 16 (goednummer(s) 6501420 en/of 6521609) en/of- 6 stuks, althans een of meer, patronen van het merk CCI, kaliber .22 Long Rifle (goednummer 6501420 - SIN-nummer [nummer 12] ) en/of- 13 stuks, althans een of meer, patronen van het merk Geco, kaliber 9mm x17 (synoniem voor 9mm Kort of .380 AUTO) goednummer 6501505 - SIN-nummer [nummer 13] ),voorhanden heeft gehad;

2.hij op 13 mei 2024 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een ander een wapen van categorie I onder 7 van de Wet wapens en munitie, te weten een door de Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen voorwerp dat een ernstige bedreiging van personen kon vormen en/of dat zodanig op een wapen geleek dat deze voor bedreiging of afdreiging geschikt was, namelijk een naboots (nep) vuurwapen van het merk DENIX, model Colt M1911 US ARMY (goednummer 6501496 SIN-nummer [nummer 14] ), althans losse onderdelen daarvan, voorhanden heeft gehad;

3.hij op 14 mei 2024 te Amsterdam

- een wapen van categorie I, onder 4 van de Wet wapens en munitie, te weten een (verborgen) blank wapen, namelijk een armband met verborgen mes (goednummer 815964), dat uiterlijk gelijkt op een ander voorwerp dan een wapen, en,

- een wapen van categorie I, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een vlindermes (goednummer 815962), voorhanden heeft gehad;

4.hij op 14 mei 2024 te Amsterdam een wapen van categorie II, onder 5 van de Wet wapens en munitie, te weten een stroomstootwapen, type boksbeugel (goednummer 815963), zijnde een voorwerp waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos konden worden gemaakt of pijn kon worden toegebracht, voorhanden heeft gehad.

Hetgeen onder 1, 2, 3 en 4 meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1, 2, 3 en 4 bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het onder 1 bewezenverklaarde levert op:

medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie,

meermalen gepleegd,

en

medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II,

en

medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd.

Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:

medeplegen van handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

Het onder 3 bewezenverklaarde levert op:

handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd.

Het onder 4 bewezenverklaarde levert op:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het onder 1, 2, 3 en 4 bewezenverklaarde uitsluit.

Oplegging van straf en maatregel

De rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder 3 en 4 bewezenverklaarde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 32 uren, met aftrek van voorarrest.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren, waarvan 1 jaar voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren, met aftrek van voorarrest.

De raadsman heeft ten aanzien van de strafmaat verzocht aan de verdachte geen gevangenisstraf op te leggen die de duur van de reeds ondergane voorlopige hechtenis overschrijdt. De verdachte heeft een woning en een goede baan. Tijd in detentie zou alleen maar een hoger risico op recidive opleveren.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf en maatregel bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een aanmerkelijke hoeveelheid (vuur)wapens en munitie. Het ongecontroleerde bezit van wapens en munitie brengt een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen mee en leidt tot sterke gevoelens van onveiligheid in de samenleving. De verdachte had deze wapens niet alleen voorhanden, maar uit het dossier volgt dat de verdachte deze wapens zelf ombouwde en verhandelde, wat de gevaarzetting vergroot. Naast de vuurwapens die in de kelderbox zijn aangetroffen, had de verdachte ook nog andere wapens voorhanden in de vorm van een armband met verborgen mes, een vlindermes en een boksbeugel met stroomstootfunctie. Dat de verdachte zich in een omgeving van zulke goederen begeeft, acht het hof zorgelijk.

De LOVS-oriëntatiepunten noemen als uitgangspunt voor het voorhanden hebben van één vuurwapen, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden. Verdachte had echter meerdere vuurwapens en munitie voorhanden, en ook met het doel om de door hem omgebouwde wapens te verhandelen. Deze omstandigheden werken strafverzwarend. Gelet op de ernst van de bewezenverklaarde feiten is alleen een flinke onvoorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats. Het hof realiseert zich dat verdachte hierdoor mogelijk zijn woning en zijn baan kwijtraakt, maar een lagere straf is gelet op de ernst van de feiten niet passend. Om ervoor te zorgen dat de verdachte zich weerhoudt van nieuw strafrechtelijk handelen, zal het hof een deel van de gevangenisstraf in voorwaardelijke vorm opleggen.

Het hof acht, alles afwegende, een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, passend en geboden.

Beslag

Onder de verdachte is een vlindermes, een zwarte boksbeugel en een mes in beslag genomen. Het onder 3 en 4 bewezenverklaarde is begaan met betrekking tot deze voorwerpen. Zij zullen aan het verkeer worden onttrokken, aangezien het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet.

De inbeslaggenomen ‘administratie’ en iPhone zullen aan de verdachte worden terug gegeven.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36b, 36c, 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 13, 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1, 2, 3 en 4 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) maanden.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 6 (zes) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

een vlindermes (2);

een zwarte boksbeugel (3) en

een mes (4).

Gelast de teruggave aan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

administratie (5) en

iPhone.

Heft op het – geschorste- bevel tot voorlopige hechtenis.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. L.M.G. de Weerd, mr. W.F. Groos en mr. J.F.C. Schnitzler, in tegenwoordigheid van mr. R.M. ter Horst, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 21 augustus 2026.

Mrs. De Weerd en Schnitzler zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. R.M. ter Horst

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand