ECLI:NL:GHAMS:2026:2504

ECLI:NL:GHAMS:2026:2504

Instantie Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak 02-09-2026
Datum publicatie 02-09-2026
Zaaknummer 23-002205-23
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Rechtmatigheidsverweer

Uitspraak

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 19 augustus 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsvrouw naar voren heeft gebracht.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

De verdachte is door politierechter in de rechtbank Noord-Holland vrijgesproken van hetgeen aan hem onder 1 is tenlastegelegd. Het hoger beroep is door de verdachte onbeperkt ingesteld en is derhalve mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte mitsdien niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraak.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is, voor zover in hoger beroep nog aan de orde, tenlastegelegd dat:

2.hij op of omstreeks 18 augustus 2022 te Krommenie, gemeente Zaanstad, opzettelijk, als een ander dan een persoon met gespecialiseerde kennis, professioneel vuurwerk, te weten

- een banger (merk Lupo)

heeft opgeslagen en/of voorhanden heeft gehad en/of tot ontbranding heeft gebracht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof zich niet kan verenigen met de overwegingen van de politierechter ten aanzien van het rechtmatigheidsverweer en ten aanzien van de strafmaat tot een andere beslissing komt.

Bewijsoverweging

De raadsvrouw heeft betoogd dat er op het moment van de doorzoeking van de auto van de verdachte, geen redelijk vermoeden van schuld aan enig strafbaar feit bestond. De doorzoeking heeft derhalve op onrechtmatige wijze plaatsgevonden, hetgeen tot bewijsuitsluiting van het daarbij aangetroffen vuurwerk moet leiden. De verdachte moet daarom worden vrijgesproken van het ten laste gelegde aanwezig hebben van professioneel vuurwerk. Indien het hof van oordeel is dat er sprake is van een vormverzuim, maar bewijsuitsluiting te ver vindt gaan, heeft de raadsvrouw subsidiair om strafvermindering verzocht.

Het hof stelt voorop dat indien de verdediging een beroep doet op een vormverzuim als bedoeld in artikel 359a Sv, mag worden verlangd dat duidelijk en gemotiveerd, aan de hand van de in het tweede lid van die bepaling vermelde factoren, wordt aangegeven tot welk in artikel 359a Sv omschreven rechtsgevolg dit dient te leiden. De daarbij in acht te nemen factoren zijn: i) het belang dat het geschonden voorschrift dient, ii) de ernst van het verzuim en iii) het nadeel dat daardoor wordt veroorzaakt. Alleen op een zodanig verweer is het hof gehouden een met redenen omklede beslissing te geven (vgl. HR 30 maart 2004, ECLI:NL:HR:2004:AM2533).

De raadsvrouw heeft weliswaar bewijsuitsluiting c.q. strafvermindering bepleit, maar heeft haar verweer niet, althans onvoldoende gemotiveerd aan de hand van voornoemde factoren. Meer in het bijzonder heeft de raadsvrouw nagelaten te benoemen welk nadeel door het (vermeende) vormverzuim voor de verdachte is veroorzaakt, waarbij opmerking verdient dat de ontdekking van het in de door de verdachte bestuurde auto aangetroffen vuurwerk niet als een schending van een rechtens te respecteren belang kan worden aangemerkt en derhalve niet een nadeel als bedoeld in artikel 359a, tweede lid, Sv oplevert. De enkele algemene stelling dat de privacy van de verdachte is geschonden, is daartoe onvoldoende. Nu hetgeen de raadsvrouw omtrent het verzuim van vormen heeft aangevoerd niet voldoet aan de daaraan te stellen eisen, zal het hof het verweer reeds om die reden passeren. Dientengevolge bestaat er voor bewijsuitsluiting of strafvermindering geen aanleiding.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

2.hij op 18 augustus 2022 te Krommenie, gemeente Zaanstad, opzettelijk, als een ander dan een persoon met gespecialiseerde kennis, professioneel vuurwerk, te weten een banger (merk Lupo), voorhanden heeft gehad.

Hetgeen onder 2 meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezenverklaarde levert op:

opzettelijke overtreding van een voorschrift gesteld krachtens art. 9.2.2.1 Wet milieubeheer.

Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit.

Oplegging van straf

De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder 2 bewezenverklaarde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 90 uren, subsidiair 45 dagen hechtenis.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder 2 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg is opgelegd.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van professioneel vuurwerk. Het is een feit van algemene bekendheid dat dergelijk vuurwerk vanwege de bijzondere aard en eigenschappen – zoals een zwaardere of explosievere lading – ernstig gevaar voor zowel goederen als personen kan opleveren. Voor het aanwezig hebben van dergelijk vuurwerk gelden strenge regels en is specialistische kennis vereist. De verdachte beschikte niet over deze kennis en lijkt niet over deze risico’s te hebben nagedacht.

Het hof heeft bij de strafoplegging acht geslagen op de straffen die in soortgelijke gevallen worden opgelegd. Daarbij is rekening gehouden met de door het openbaar ministerie opgestelde Richtlijn voor strafvordering vuurwerkdelicten. De richtlijn voor het voorhanden hebben van één tot zeven stuks knalvuurwerk is – bij een first offender – een taakstraf van 60 uren, subsidiair 30 dagen hechtenis.

Anders dan de verdediging heeft betoogd, acht het hof geen zodanig bijzondere omstandigheden aanwezig dat met toepassing van artikel 9a Sr kan worden volstaan.

In hoger beroep is de redelijke termijn met ruim een jaar overschreden. Nu aan de verdachte een taakstraf van minder dan 100 uren wordt opgelegd, zal het hof volstaan met de constatering dat de redelijke termijn is overschreden.

Het hof acht, alles afwegende, een taakstraf van na te melden duur passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 9, 22c, 22d en 63 van het Wetboek van Strafrecht, artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer, artikel 1.2.2 van het Vuurwerkbesluit en de artikelen 1a, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 1 tenlastegelegde.

Vernietigt het vonnis waarvan beroep, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, en doet in zoverre opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 2 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 60 (zestig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 30 (dertig) dagen hechtenis.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.M. Koolen – Zwijnenburg, mr. H.A. Stalenhoef en mr. H. Sytema, in tegenwoordigheid van mr. J.M. Pattinama, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 2 september 2026.

De jongste raadsheer is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

=========================================================================

[…]

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. J.M. Pattinama

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand