ECLI:NL:GHAMS:2026:2507

ECLI:NL:GHAMS:2026:2507

Instantie Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak 02-09-2026
Datum publicatie 02-09-2026
Zaaknummer 23-002792-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Opzettelijk valse, vervalse of wederrechtelijk vervaardigde merken in voorraad hebben.

Uitspraak

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 19 augustus 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsman naar voren heeft gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 16 oktober 2021 te Amsterdam, althans in Nederland,

meermalen, althans eenmaal,

opzettelijk

- valse, vervalste of wederrechtelijk vervaardigde merken, en/of

- waren, die zelf of op hun verpakking valselijk waren voorzien van de handelsnaam van een ander of van het merk waarop een ander recht had, en/of

- waren, die ter aanduiding van herkomst valselijk van de naam van een bepaalde plaats met bijvoeging van een verdichte handelsnaam waren voorzien, en/of

- waren, waarop of op de verpakking waarvan een handelsnaam van een ander of een merk waarop een ander recht had, zij het dan ook met een geringe afwijking, was nagebootst, en/of

- waren of onderdelen daarvan die valselijk hetzelfde uiterlijk vertoonden als een tekening of model waarop een ander recht had, dan wel daarmede slechts ondergeschikte verschillen vertoonden,

te weten

(een) hoeveelhe(i)d(en) kleding en/of tassen en/of schoenen en/of een zonnebril en/of andere goederen, valselijk voorzien van het beschermd woord- en/of beeldmerk “Adidas” en/of “Balenciaga” en/of “Burberry” en/of “Christian Dior” en/of “Dolce & Gabbana” en/of “Givenchy” en/of “Gucci” en/of “Louis Vuitton” en/of “Moncler” en/of “Prada” en/of “Stone Island”

en/of andere beschermde woord- en/of beeldmerken,

in elk geval een of meer wa(a)r(en), valselijk voorzien van (een) vals(e) en/of vervalst(e) merk(en) dan wel valselijk voorzien van een anders handelsnaam en/of van een merk waar (een) ander(en) recht op heeft/hebben,

heeft ingevoerd, doorgevoerd, uitgevoerd, verkocht, te koop heeft aangeboden en/of heeft afgeleverd, uitgedeeld en/of in voorraad heeft gehad,

zulks terwijl verdachte van het plegen van dit misdrijf zijn beroep heeft gemaakt en/of het plegen van dit misdrijf als bedrijf heeft uitgeoefend.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een (enigszins) andere bewezenverklaring komt dan de politierechter.

Bespreking van het in hoger beroep gevoerde verweer

De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep bepleit dat de verdachte dient te worden vrijgesproken. Daartoe heeft hij – samengevat – aangevoerd dat, gelet op de onzorgvuldigheden in het dossier, de juistheid en betrouwbaarheid van de bevindingen niet met een voldoende mate van zekerheid kunnen worden vastgesteld.

Het hof stelt de volgende feiten en omstandigheden vast.

Op 16 oktober 2021 te Amsterdam is een partij kleding onder de verdachte in beslag genomen. De inbeslaggenomen goederen zijn door verbalisant [verbalisant 1] opgesomd in een proces-verbaal van bevindingen van 16 oktober 2021. Vervolgens zijn de kennisgevingen van inbeslagname (KVI’s) opgemaakt door verbalisant [verbalisant 2] . [verbalisant 2] verklaart dat hij op 20 oktober 2021 monsters van de inbeslaggenomen partij heeft getoond aan [persoon] , controleur bij [bedrijf] .

Uit de aangifte van [bedrijf] blijkt dat verbalisant [verbalisant 2] op 20 oktober 2021 monsters heeft getoond uit een partij goederen die op 16 oktober 2021 in Amsterdam in beslag zijn genomen. Door [persoon] is vastgesteld dat de getoonde producten vervalsingen zijn. In eerste aanleg is door de raadsman opgemerkt dat boven de aangifte een proces-verbaalnummer vermeld is dat niet overeenkomt met het nummer van het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] . Hierop is een aanvullend proces-verbaal opgemaakt door verbalisant [verbalisant 2] , waarin hij verklaart dat er abusievelijk een verkeerd proces-verbaalnummer is genoteerd boven de aangifte. [verbalisant 2] heeft voorts verklaard dat de op 16 oktober 2021 inbeslaggenomen goederen en de monsters getoond aan de aangever op 20 oktober 2021, zoals is vermeld in de aangifte, dezelfde goederen betreffen.

Door de verdediging is gewezen op discrepanties tussen de bevindingen van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] . Hierop is door verbalisant [verbalisant 2] op 22 april 2026 een aanvullend proces-verbaal opgemaakt, waarin hij verklaart dat de telling van [verbalisant 1] heeft plaatsgevonden voordat de goederen geordend zijn, terwijl hij zelf de goederen eerst heeft gesorteerd op merk en type.

Het hof overweegt als volgt.

Het hof stelt vast dat de genoemde aantallen in het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 1] en de KVI’s van [verbalisant 2] niet volledig overeenkomen. Daar staat tegenover dat de overige inhoud van de processen-verbaal op de relevante onderdelen met elkaar overeenstemt, zodanig dat er geen twijfel bestaat of de processen-verbaal betrekking hebben op dezelfde partij. Zo komen zij vrijwel geheel overeen waar het gaat om de merken en de soorten kleding. De genoemde aantallen zijn in overwegende mate (bijna) overeenkomstig. Ook wordt in de processen-verbaal beschreven dat de goederen afkomstig zijn van de partij valse merkkleding die op 16 oktober 2021 onder de verdachte in beslag is genomen. Gelet hierop is het hof van oordeel dat de geconstateerde verschillen van ondergeschikt belang zijn en de betrouwbaarheid van het onderzoek als geheel en van de voor de beoordeling relevante bevindingen niet raken. Tevens gelet op het aanvullende proces-verbaal van verbalisant [verbalisant 2] van 22 april 2026 ter nadere duiding van de verschillen in aantallen, beschouwt het hof deze verschillen als kennelijke telfouten.

Voorts is het hof van oordeel dat de monsters die aan de aangever zijn getoond afkomstig zijn van de partij goederen die onder de verdachte in beslag is genomen, nu uit de aangifte blijkt dat het gaat om de partij goederen die op 16 oktober 2021 in Amsterdam in beslag is genomen en dat de monsters getoond zijn door verbalisant [verbalisant 2] . Bovendien verschillen de in de aangifte beschreven goederen alleen daar van het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 1] en de KVI’s van [verbalisant 2] , waar wordt gesproken over zonnebrillen van het merk Louis Vuitton, terwijl er slechts één Louis Vuitton zonnebril in beslag is genomen. Het verkeerde proces-verbaalnummer boven de aangifte is hersteld. Tot slot is van belang dat [verbalisant 2] bij aanvullend proces-verbaal van 19 mei 2026 heeft verklaard dat de op 16 oktober 2021 in beslag genomen goederen dezelfde goederen betreffen als die op 20 oktober 2021 aan [bedrijf] zijn getoond.

Voorwaardelijk verzoek

De raadsman heeft verzocht, indien het hof niet tot een vrijspraak komt, om verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 1] als getuigen te horen. Daartoe heeft hij aangevoerd dat in de aanvullende processen-verbaal die zijn opgesteld door verbalisant [verbalisant 2] geen antwoord wordt gegeven op de vraag hoe de verschillende aantallen verklaard kunnen worden, alsook op de vraag hoe verbalisant [verbalisant 2] heeft kunnen vaststellen dat de monsters die aan de aangever zijn getoond afkomstig zijn van de onder de verdachte inbeslaggenomen goederen.

Het hof overweegt als volgt.

Het in artikel 6 EVRM verankerde ondervragingsrecht noch het arrest van het EHRM inzake Keskin vs. Nederland (EHRM (Grote Kamer) 19 januari 2021, nr. 2205/16) verzet zich ertegen dat de rechter een verzoek tot het horen van getuigen afwijst als dat horen onmiskenbaar irrelevant of overbodig (“manifestly irrelevant or redundant”) is, omdat het (opnieuw) horen van de getuige voor de bewijsvoering van geen enkel belang zal zijn of geen toegevoegde waarde zal hebben. Dat kan zich bijvoorbeeld voordoen indien de al door de getuige afgelegde verklaring betrekking heeft op feiten en omstandigheden die door de verdachte niet worden betwist of als die feiten en omstandigheden door andere resultaten van het strafrechtelijk onderzoek al buiten redelijke twijfel zijn komen vast te staan (vgl. HR 20 april 2021, ECLI:NL:HR:2021:576).

Gelet op het hiervoor overwogene is het hof van oordeel dat het horen van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] met betrekking tot de verschillende aantallen onmiskenbaar irrelevant is, nu de verschillen in aantallen van ondergeschikt belang zijn en niet de betrouwbaarheid van het onderzoek en de bevindingen daarin raken. Dat de aan de aangever getoonde goederen afkomstig zijn van de onder de verdachte inbeslaggenomen goederen is naar het oordeel van het hof al buiten redelijke twijfel komen vast te staan door de aangifte en het aanvullende proces-verbaal van bevindingen van 19 mei 2026, in samenhang bezien met de overige bewijsmiddelen.

Dat laat onverlet dat het hof zich ervan dient te vergewissen dat de procedure in haar geheel voldoet aan het door artikel 6 EVRM gewaarborgde recht op een eerlijk proces en de daaraan verbonden notie van ‘overall fairness of the trial’ (vgl. HR 12 oktober 2021, ECLI:NL:HR:2021:1418 en HR 17 oktober 2023, ECLI:NL:HR:2023:1461). Hierbij zijn – met het oog op de beoordeling of de procedure in haar geheel voldoet aan het door artikel 6 EVRM gewaarborgde recht op een eerlijk proces – van belang (i) de reden dat het ondervragingsrecht niet kan worden uitgeoefend met betrekking tot een getuige van wie de verklaring voor het bewijs wordt gebruikt, (ii) het gewicht van de verklaring van de getuige, binnen het geheel van de resultaten van het strafvorderlijke onderzoek, voor de bewezenverklaring van het feit, en (iii) het bestaan van compenserende factoren, waaronder ook procedurele waarborgen, die compensatie bieden voor het ontbreken van een ondervragingsgelegenheid.

Het voorwaardelijk verzoek tot het horen van de verbalisanten wordt afgewezen omdat, gelet op de bewijsvoering als geheel, de door de verdediging betwiste feiten en omstandigheden (hebben de aangever en verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] het over dezelfde partij kleding) al buiten redelijke twijfel zijn komen vast te staan door de resultaten van het strafrechtelijk onderzoek (te weten: de bewijsmiddelen zoals die zullen worden opgenomen in de aanvulling op dit arrest in geval er cassatie wordt ingesteld en die hiervoor in de bewijsoverweging zijn besproken). Daarbij neemt het hof ook in aanmerking dat er sprake is van compenserende factoren. Er zijn immers op verzoek van de verdediging maar liefst drie aanvullende processen-verbaal opgemaakt door verbalisant [verbalisant 2] . Hierin worden de vragen van de verdediging en de door haar gesignaleerde discrepanties naar het oordeel van het hof genoegzaam beantwoord en hersteld. Het hof heeft hiervoor al vastgesteld dat de verschillen tussen het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 1] en de KVI’s van [verbalisant 2] verklaard kunnen worden door telfouten, terwijl de aangifte, na herstel van het proces-verbaalnummer, strookt met de bevindingen.

Het hof is daarom van oordeel dat het gebruik van de bevindingen van de verbalisanten in overeenstemming is met het door artikel 6 EVRM gewaarborgde recht op een eerlijk proces en de daaraan verbonden notie van “the overall fairness of the trial” (vgl. Hoge Raad 20 april 2021, ECLI:NL:HR:2021:576).

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 16 oktober 2021 te Amsterdam opzettelijk

- valse, vervalste of wederrechtelijk vervaardigde merken, en/of

- waren, die zelf of op hun verpakking valselijk waren voorzien van de handelsnaam van een ander of van het merk waarop een ander recht had, en/of

- waren, waarop of op de verpakking waarvan een handelsnaam van een ander of een merk waarop een ander recht had, zij het dan ook met een geringe afwijking, was nagebootst, en/of

- waren of onderdelen daarvan die valselijk hetzelfde uiterlijk vertoonden als een tekening of model waarop een ander recht had, dan wel daarmede slechts ondergeschikte verschillen vertoonden,

te weten

een hoeveelheid kleding en tassen en schoenen en een zonnebril, valselijk voorzien van het beschermd woord- en/of beeldmerk “Adidas” en “Balenciaga” en “Burberry” en “Christian Dior” en “Dolce & Gabbana” en “Givenchy” en “Gucci” en “Louis Vuitton” en “Moncler” en “Prada” en “Stone Island”,

in voorraad heeft gehad.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezenverklaarde levert op:

opzettelijk valse, vervalste of wederrechtelijk vervaardigde merken in voorraad hebben.

Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit.

Oplegging van straf

De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie maanden.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het in voorraad hebben van een grote hoeveelheid valse merken. Door zijn handelen heeft de verdachte inbreuk gemaakt op een groot aantal merkenrechten en bijgedragen aan de grootschalige namaak van door merkenrechten beschermde goederen. Naast de producenten/merkhouders van deze goederen, worden ook de wederverkopers gedupeerd door dit soort strafbare feiten.

Het hof heeft bij de strafoplegging acht geslagen op de straffen die in soortgelijke gevallen worden opgelegd.

Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 5 augustus 2026 is hij eerder ter zake van een soortgelijk feit onherroepelijk veroordeeld. Hieruit blijkt voorts dat het taakstrafverbod van toepassing is en dat het feit gepleegd is terwijl de verdachte in een proeftijd liep wegens een soortgelijk feit.

Gelet op het vorenstaande kan naar het oordeel van het hof niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.

Het hof acht, alles afwegende, een gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.

Beslag

Het tenlastegelegde en bewezenverklaarde is begaan met betrekking tot de hierna te noemen in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen. Zij zullen aan het verkeer worden onttrokken aangezien het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en het algemeen belang.

Ten aanzien van de overige inbeslaggenomen goederen is niet komen vast te staan dat het gaat om valse of vervalste producten. De verdachte heeft ter terechtzitting in eerste aanleg verklaard dat de goederen niet aan hem toebehoren. Het hof zal daarom de bewaring ten behoeve van de rechthebbende gelasten.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslagbeslissingen en straf zijn gegrond op de artikelen 36b, 36c, 63 en 337 van het Wetboek van Strafrecht.

Vordering tenuitvoerlegging

Het openbaar ministerie heeft gevorderd de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van 15 juli 2021 door de rechtbank Amsterdam opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.

Gebleken is dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Daarom zal de tenuitvoerlegging van die voorwaardelijk opgelegde straf worden gelast. Het hof merkt daarbij op dat gelet op het ook in dit verband toepasselijke taakstrafverbod van omzetting geen sprake kan zijn.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) maanden.

Beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

27 STK (Broek) (Omschrijving: PL1 300-202 121 243 1-G61 17892 27 SPIJKERBROEKEN VAN HET MERK DIOR, Dior);

13 STK (Trui) (Omschrijving: PL1300-20212 1243 1-G61 17894 TRUIEN VAN HET MERK GIVENCY, Givenchy);

19 STK (Broek) (Omschrijving: PL 1300-202 121243 1-G61 17898 SPIJKERBROEKEN VAN HET MERK STONE ISLAND, Stone Island);

30 STK (Trui) (Omschrijving: PL1300-202121243 1-G61 17905 TRUIEN VAN HET MERK STONE ISLAND, Stone Island);

25 STK (T-shirt) (Omschrijving: PL 1300-202 121243 1-G6 117923 T-SHIRT VAN HET MERK GUCCI, Gucci);

3 STK (Trui) (Omschrijving: PL1300-202 121243 1-G61 17929 TRUIEN VAN HET MERK DOLCE & GABBANA, DOLCE & GABBANA);

10 STK (Vest) (Omschrijving: PL1 300-202 121 243 1-G61 17931, Prada);

5 STK (Trainingspak) (Omschrijving: PL 1300-202 121 243 1-G61 17933, Prada);

34 STK (T-shirt) (Omschrijving: PL 1300-202 121 243 1-G61 17984, Balenciaga);

50 STK (T-shirt) (Omschrijving: PL1 300-202 121 243 1-G61 17986, Gucci);

10 STK (Broek) (Omschrijving: PL 1300-202 121243 1-G61 17988, Dolce & Gabanna);

21 STK (T-shirt) (Omschrijving: PL 1300-202 121 243 1-G61 17989, Stone Island);

13 STK (Trainingspak) (Omschrijving: PL1300-202121243 1-G61 17995, Prada);

19 STK (T-shirt) (Omschrijving: PL 1300-202 121243 1-G6 117999, Dior);

18 STK (Trui) (Omschrijving: PL1 300-202 12 1243 1-G61 18000, Balenciaga);

19 STK (Schoenen) (Omschrijving: PL 1300-202 121243 1-G6 119152 19 paar schoenen van het merk Balenciaga, Balenciaga);

12 STK (Schoenen) (Omschrijving: PL l 300-2021212431-G6119186, Adidas);

20 STK (Broek) (Omschrijving: PL l 300-2021212431-G6119536, Dior);

58 STK (Trui) (Omschrijving: PL 1300-202121243 1-G6 l 19544, Dior);

10 STK (Jas) (Omschrijving: PL 1300-202121243 I-G6119558, Burberry);

9 STK (T-shirt) (Omschrijving: PL 1300-2021212431-G6 l 19562, Moncler);

10 STK (Jas) (Omschrijving: PL l 300-202 l 212431-G6119565, Moncler);

38 STK (Jas) (Omschrijving: PL 1300-2021212431-G6119596, Prada);

26 STK (T-shirt) (Omschrijving: PLI 300-2021212431-G61 19600, Louis Vuitton);

5 STK (T-shirt) (Omschrijving: PL 1300-202121243 I-G6119608, Givenchy);

15 STK (T-shirt) (Omschrijving: PLI 300-2021212431-G61 19611, Burberry);

10 STK (Broek) (Omschrijving: PL 1300-2021212431-G6 l 19615, Prada);

10 STK (Tas) (Omschrijving: PL 1300-202121243l-G6119618, Louis Vuitton);

5 STK (Trui) (Omschrijving: PL 1300-2021212431-G6119619, Prada);

3 STK (Trui) (Omschrijving: PLl 300-2021212431-G6 l 20527, Dolce & Gabbana);

4 STK (T-shirt) (Omschrijving: PL 1300-202121243 I-G6120532, Prada);

1. STK (Bril) (Omschrijving: PL l 300-202121243 l-G6120860, Louis Vuitton).

Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

98 STK (Broek) (Omschrijving: PL 1300-202121243 1-G6 116577 Betreft merk vervalste kleding, Blauw, merk: Dsquared);

27 STK (T-shirt) (Omschrijving: PL 1300-202 12 1243 1-G61 16601 DIVERSE KLEUREN, Dsquared); 18 STK (Trui) (Omschrijving: PL1 300-202 12 1243 1-G61 16608 BROEK EN TRUI. DIVERSE KLEUREN, Essential);

4 STK Tas (Omschrijving: PL1 300-202 121 243 1-G61 16612 BETREFT 4 Dames TASSEN VAN TORI BURCH, Burch);

7 STK (T-shirt) (Omschrijving: PL1 300-202 12 1243 1-G61 16623 T-SHIRT VAN HET MERK AMIRI, AMIRI);

5 STK (Trui) (Omschrijving: PL1 300-202 121 243 1-G61 16626 TRUI VAN HET MERK AMIRI DIVERSE KLEUREN, Amiri);

53 STK (T-shirt) (Omschrijving: PL1300-202 121 243 1-G61 16646 VAN HET MERK PALM ANGELS. DIVERSE KLEUREN T-SHIRT, Palm);

8 STK (Trui) (Omschrijving: PL1300-20212 1243 1-G61 16661 HOODIE'S 4X ZWART EN 4X WIT, Palm); 14 STK (T-shirt) (Omschrijving: PL 1300-202 121 243 1-G61 16673 PALM ANGELS T- SHIRT, Palm);

36 STK (Trui) (Omschrijving: PL1300-202121243 1-G61 16677 2X ZWART (BEER VOORZIJDE). 10X GRIJS, 14X WIT EN 10X ZWART, Palm);

36 STK (Trui) (Omschrijving: PL 1300-2021212431-G6 116681 HOODIES IN DIVERSE KLEUREN);

43 STK (Shirt) (Omschrijving: PL 1300-202121243 1-G6116686 15X WIT, I0X BLAUW, 9X ZWART, 9X CRÈMEWIT);

10 STK (Broek) (Omschrijving: PL1 300-202 121 243 1-G61 16690 10 SPIJKERBROEKEN VAN BALMAIN, Blauw, merk: Balmain);

2 STK (Schoenen) (Omschrijving: PL 1300-202121243 1-G61 19169 2X Chanel schoenen, Chanel);

2 STK (Schoenen) (Omschrijving: PL1300-202 12 1243 1-G61 19174 2X schoenen van het merk Zanotti, Zanotti);

11 STK (Jas) (Omschrijving: PLI 300-20212 l 2431-G6119592, Canada Goose);

1. STK (T-sh irt) (Omschrijving: PL 1300-20212 l 243 l-G6120517, Balmain);

2 STK (T-shirt) Omschrijving: PL 1300-202121243 I-G6120526, Wit, merk: Fendi).

Beveelt de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van 15 juli 2021 door de rechtbank Amsterdam, parketnummer 13-845042-19, voorwaardelijk opgelegde straf, te weten: een gevangenisstraf voor de duur van 117 (honderdzeventien) dagen.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. H.A. Stalenhoef, mr. A.M. Koolen - Zwijnenburg en mr. H. Sytema, in tegenwoordigheid van mr. J.M. Pattinama, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 2 september 2026.

Mrs. Koolen - Zwijnenburg en Sytema zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

=========================================================================

[…]

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. J.M. Pattinama

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand