ECLI:NL:GHAMS:2026:2508

ECLI:NL:GHAMS:2026:2508

Instantie Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak 02-09-2026
Datum publicatie 02-09-2026
Zaaknummer 23-002654-23
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Amsterdam
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBAMS:2023:6470

Samenvatting

Draagkrachtverweer - betalingsverplichting gematigd.

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-002654-23 (ontneming)

datum uitspraak: 2 september 2026

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 21 september 2023 op de vordering van het openbaar ministerie ingevolge artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht in de ontnemingszaak met parketnummer 13-033205-23 tegen de betrokkene:

[betrokkene] ,

geboren te [geboorteland] op [geboortedag] 1956,

adres: [adres] .

Procesgang

Het openbaar ministerie heeft in eerste aanleg gevorderd dat aan de betrokkene de verplichting zal worden opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, geschat tot een bedrag van € 14.985,01. Ter terechtzitting in eerste aanleg is de vordering aangepast naar € 9.945,01.

De betrokkene is bij vonnis van de rechtbank Amsterdam van 21 juni 2023 – kort gezegd en voor zover hier van belang – veroordeeld ter zake van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd (zaak A onder feit 1).

Voorts heeft de rechtbank Amsterdam bij vonnis van 21 september 2023 de betrokkene de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 9.945,01 ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen laatstgenoemd vonnis.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 19 augustus 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de betrokkene en de raadsvrouw naar voren hebben gebracht.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen, behalve ten aanzien van de betalingsverplichting. In zoverre zal het vonnis worden vernietigd.

Verplichting tot betaling aan de Staat

De raadsvrouw heeft in hoger beroep de hoogte van het door de rechtbank vastgestelde wederrechtelijk voordeel niet betwist. Zij heeft ten aanzien van de betalingsverplichting aangevoerd dat aanstonds duidelijk is dat de verdachte thans en in de toekomst onvoldoende financiële draagkracht heeft en zal hebben om de betalingsverplichting te voldoen. Gelet hierop dient de betalingsverplichting op nihil te worden gesteld, dan wel fors te worden gematigd, aldus de raadsvrouw.

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het draagkrachtverweer dient te worden verworpen.

Op grond van hetgeen de verdediging naar voren heeft gebracht en de door haar in eerste aanleg en in hoger beroep ter onderbouwing daarvan overgelegde stukken, stelt het hof de volgende feiten en omstandigheden vast. De 70-jarige betrokkene heeft geen inkomsten uit werk en ontvangt naast zorgtoeslag en bijzondere bijstand alleen een AOW-uitkering. Op een deel van deze uitkering is beslag gelegd om openstaande schulden af te lossen. Voorts is sprake van overige noodzakelijke vaste lasten, die gezamenlijk de vaste inkomsten overstijgen. Daarbij komt een aanzienlijke schuldenlast bij elf verschillende schuldeisers ter hoogte van in totaal € 23.808,29. Uit een beschikking van 4 december 2025 van de rechtbank Amsterdam blijkt dat de betrokkene voor een periode van vijf jaren onder bewind is gesteld. De betrokkene ontvangt wekelijks een bedrag van € 75,00 aan leefgeld, maar heeft gelet op het tekort in de begroting de afgelopen weken geen leefgeld ontvangen. Recentelijk is de betrokkene aangemeld bij de voedselbank. Zij is slecht ter been en er is sprake van psychische problematiek. In het verleden is er sprake geweest van langdurig cocaïnegebruik, met blijvende fysieke gevolgen.

Het hof stelt voorop dat in een ontnemingsprocedure de draagkracht van de betrokkene in beginsel bij de executie aan de orde komt en slechts in geval van volledige inzage in de financiële situatie van de betrokkene kan leiden tot een matiging of nihilstelling van de betalingsverplichting, indien daaruit aanstonds volgt dat de betrokkene thans en in de toekomst niet over het inkomen of vermogen beschikt en zal beschikken om de (gehele) ontnemingsvordering te voldoen. Het hof is van oordeel dat die laatste situatie zich hier voordoet. De verdediging heeft een volledig overzicht van inkomsten, uitgaven en schulden van de betrokkene verstrekt, onderbouwd met documenten, waaruit aanstonds – in samenhang bezien met de hiervoor genoemde feiten en omstandigheden – kan worden opgemaakt dat de betrokkene thans en in de toekomst niet over het inkomen of vermogen beschikt en zal beschikken om de gehele ontnemingsvordering te voldoen. Het hof ziet hierin aanleiding om in dit geval de betalingsverplichting te matigen. Dat de betrokkene in de toekomst geen verdiencapaciteit zal hebben om aan enige betalingsverplichting te kunnen voldoen, kan het hof niet aanstonds vaststellen, zodat een nihilstelling niet aan de orde is.

Het hof zal de betalingsverplichting vaststellen op € 5.000,00.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep, maar alleen ten aanzien van de betalingsverplichting, en doet in zoverre opnieuw recht.

Legt de betrokkene de verplichting op tot betaling aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van € 5.000,00 (vijfduizend euro).

Bepaalt de duur van de gijzeling die ten hoogste kan worden gevorderd op 50 dagen.

Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. H.A. Stalenhoef, mr. A.M. Koolen - Zwijnenburg en mr. H. Sytema, in tegenwoordigheid van mr. J.M. Pattinama, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 2 september 2026.

De jongste raadsheer is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

=========================================================================

[…]

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. J.M. Pattinama

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand