GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
De beslissing van de kantonrechter
zittingsplaats Leeuwarden
Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Gelderland van 5 augustus 2022, betreffende
wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. R. de Nekker, kantoorhoudende te Heerenveen.
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.
Het verloop van de procedure
De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De beoordeling
1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 95,- voor: “parkeren op een parkeerplaats voor vergunninghouders (bord E9) zonder vergunning voor dat voertuig”. Deze gedraging zou zijn verricht op 4 oktober 2020 om 15:57 uur op de Patersstraat in Arnhem met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde voert aan dat niet is komen vast te staan dat de juiste bebording aanwezig was. De bestuurder van het voertuig is geen zonebord gepasseerd. Het bord dat op de foto die de advocaat-generaal heeft overgelegd is te zien kan niet worden gepasseerd en kan dus geen zone aanduiden. Bovendien is dit bord zo geplaatst dat de gemiddelde weggebruiker dit aldus zal opvatten dat het niet ziet op de parkeerplaats die door de betrokkene werd gebruikt, maar op het vak ernaast.
3. De verklaringen van de ambtenaar die de sanctie heeft opgelegd, zoals opgenomen in het zaakoverzicht en het aanvullend proces-verbaal van 3 februari 2021, houden in dat op de locatie waar het voertuig van de betrokkene stond geparkeerd een vergunninghouderszone van kracht is. De ambtenaar was ter plaatse ten tijde van de gedraging en heeft verklaard dat de vergunninghouders- zone duidelijk is aangegeven op alle in- en uitvalswegen van de desbetreffende wijk.
4. De gemachtigde betwist de aanwezigheid van de bebording, maar heeft niet aannemelijk gemaakt waarom in dit geval er niet van kan worden uitgegaan dat de ambtenaar, die ter plaatse was, de aanwezigheid en zichtbaarheid van de zonebebording op de route die de bestuurder van het voertuig van de betrokkene naar de plaats is gereden waar hij de auto heeft geparkeerd, heeft gecontroleerd en vastgesteld. De door de bestuurder gevolgde route heeft de gemachtigde ook niet genoemd. De aangevoerde grond treft geen doel.
5. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter bevestigen en het verzoek om een proceskostenvergoeding afwijzen.
De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Arntz als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.