ECLI:NL:GHARL:2025:5773

ECLI:NL:GHARL:2025:5773, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 22-09-2025, Wahv 200.351.394/01

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 22-09-2025
Datum publicatie 15-10-2025
Zaaknummer Wahv 200.351.394/01
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Leeuwarden

Samenvatting

Appelverbod. Aanhoudingsverzoek. De griffier van de rechtbank heeft de betrokkene bericht dat de kantonrechter het beroep van de betrokkene tijdens zijn afwezigheid alsnog zal behandelen. Aldus is beslist op het aanhoudingsverzoek. Er is geen aanleiding om het appelverbod buiten toepassing te laten.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

De beslissing van de kantonrechter

zittingsplaats Leeuwarden

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank

Noord-Nederland van 13 december 2024, betreffende

wonende te [woonplaats] .

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gedeeltelijk gegrond verklaard en de sanctie gematigd tot een bedrag van € 93,37.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.

De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Artikel 14 van de Wahv - zoals die bepaling luidt per 1 januari 2023 - bepaalt dat in twee situaties hoger beroep kan worden ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter:

- wanneer de sanctie bij de beslissing van de kantonrechter hoger is dan € 110,-

- wanneer de kantonrechter het beroep niet-ontvankelijk heeft verklaard omdat geen (of niet op tijd) zekerheid is gesteld en de betrokkene de juistheid van die beslissing in hoger beroep betwist.

Van geen van deze situaties is hier sprake. De kantonrechter heeft het beroep gedeeltelijk gegrond verklaard en het bedrag van de sanctie gematigd tot € 93,37.

2. De betrokkene stelt zich op het standpunt dat doordat de kantonrechter het bedrag van de sanctie heeft gematigd, terwijl de betrokkene hier niet om heeft verzocht, hem de mogelijkheid wordt ontnomen om hoger beroep in te stellen tegen een tijdens de procedure ontstane vordering van € 1442,- wegens het niet tijdig beslissen op het administratief beroep van de betrokkene. De betrokkene vindt de beslissing van de kantonrechter niet rechtvaardig.

3. Het hof overweegt dat, gelet op artikel 14, eerste lid, van de Wahv, de hoogte van de sanctie zoals die is na de beslissing van de kantonrechter, bepalend is voor het antwoord op de vraag of hoger beroep openstaat tegen de beslissing van de kantonrechter.

4. De omstandigheid dat de kantonrechter het bedrag van de sanctie ambtshalve heeft gematigd, maakt niet dat wel hoger beroep openstaat tegen deze beslissing.

5. De betrokkene voert voorts aan dat in het proces-verbaal van de beslissing van de kantonrechter wordt vermeld dat hij niet op de zitting is verschenen. Per brief d.d. 24 oktober 2024 heeft de betrokkene verzocht om uitstel van behandeling omdat hij niet aanwezig kon zijn op de zitting wegens zijn verblijf in het buitenland. Het verzoek is niet toegewezen.

6. Voor zover de betrokkene een beroep doet op het buiten toepassing laten van het appelverbod, wordt als volgt overwogen. In artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) ligt het recht op toegang tot de rechter besloten. Wanneer een beroep wordt gedaan op schending van dit recht en dit beroep wordt gegrond bevonden, kan het wettelijk appelverbod buiten toepassing worden gelaten.

7. Uit het dossier blijkt het volgende. De griffier van de rechtbank heeft de betrokkene per brief d.d. 25 juni 2024 opgeroepen voor de zitting van de kantonrechter van 2 september 2024. Hierop heeft de betrokkene gereageerd met het verzoek om aanhouding van de behandeling van zijn zaak. Dit verzoek is toegewezen. Hierna is opnieuw een oproepingsbrief verstuurd naar de betrokkene waarin hij wordt uitgenodigd voor de zitting van de kantonrechter d.d. 13 december 2024. De betrokkene heeft nogmaals verzocht om aanhouding van de behandeling van zijn zaak. Per brief d.d. 13 november 2024 is door de griffier van de rechtbank aan de betrokkene medegedeeld dat de rechter het beroep van de betrokkene tijdens zijn afwezigheid alsnog zal gaan behandelen.

8. Er is op het aanhoudingsverzoek beslist. Er is geen aanleiding om het appelverbod buiten toepassing te laten. Het hoger beroep is dan ook niet-ontvankelijk. Dit betekent dat het hof de bezwaren van de betrokkene tegen het niet vaststellen van de verschuldigdheid en hoogte van de dwangsom in verband met het niet tijdig beslissen op het administratief beroep niet kan beoordelen.

De beslissing

Het gerechtshof:

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Reuver als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. Reuver

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand