ECLI:NL:GHARL:2025:6039

ECLI:NL:GHARL:2025:6039, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 02-10-2025, 21-004416-24

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 02-10-2025
Datum publicatie 05-11-2025
Zaaknummer 21-004416-24
Rechtsgebied Strafrecht; Strafprocesrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Leeuwarden
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001903

Samenvatting

Vrijspraak diefstal met braak.

Uitspraak

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1992,

zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande,

thans gedetineerd uit anderen hoofde in de PI [locatie] .

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 18 september 2025 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft verder kennisgenomen van hetgeen namens de verdachte door zijn raadsman, mr. B.J. de Pree, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter heeft bij vonnis van 9 oktober 2024, waartegen het hoger beroep is gericht, de verdachte ter zake van het tenlastegelegde feit veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier maanden.

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt en zal daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 19 november 2023 te [plaats] , in een woning of op een besloten erf waarop een woning stond, te weten aan de [adres] , alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, goederen, in elk geval enig goed, die geheel of ten dele aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming.

Vrijspraak

Standpunt van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte ter zake van het tenlastegelegde feit wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier maanden. Daartoe heeft zij aangevoerd dat op grond van de door de politierechter gebezigde bewijsmiddelen in het vonnis van 9 oktober 2024 bewezen kan worden dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de tenlastegelegde diefstal met braak.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit ter zake van het tenlastegelegde feit.

Oordeel van het hof

Op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep stelt het hof ter zake van het tenlastegelegde feit het volgende vast.

Op de buitenzijde van het raam van de woning aan de [adres] te [plaats] is door de politie een patroon van vegen en verstoringen aangetroffen, waarvan vermoed wordt dat het is veroorzaakt door een handschoen. De politie heeft van dit patroon monsters genomen voor verder DNA-onderzoek naar epitheel. Uit dit onderzoek is gebleken dat sprake is van een DNA-mengprofiel, met de verdachte als mogelijke (hoofd)donor van het celmateriaal.

Er zijn epitheel DNA-sporen aangetroffen op de plaats van handschoensporen. Naar het oordeel van het hof is niet onaannemelijk dat bij de inbraak handschoenen zijn gebruikt en het aangetroffen DNA-spoor daar via overdracht terecht is gekomen. Nu het DNA-spoor bovendien een DNA-mengspoor betreft, kan naar het oordeel van het hof niet zonder meer worden vastgesteld dat de verdachte degene is geweest die de aangetroffen epitheel DNA-sporen ten tijde van de inbraak op het raam heeft achtergelaten. Anders dan de advocaat-generaal is het hof van oordeel dat, gelet op voornoemde omstandigheden, geen sprake is van een situatie waarin van de verdachte mag worden verwacht dat hij een aannemelijke, alternatieve verklaring geeft voor de aangetroffen DNA-sporen bij de woning.

Nu het dossier niet meer bewijs voor de aanwezigheid van verdachte bij of in de woning aan de [adres] ten tijde van de inbraak bevat, is het hof van oordeel dat hierdoor het wettige bewijs voor het tenlastegelegde feit ontbreekt en spreekt de verdachte daarom hiervan vrij.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Aldus gewezen door

mr. J.H.W.R. Orriëns-Schipper, voorzitter,

mr. T.H. Bosma en mr. P.L.M van Gorkom, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. A.M.J. Flach, griffier,

en op 2 oktober 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. T.H. Bosma
  • mr. P.L.M van Gorkom

Griffier

  • mr. A.M.J. Flach

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand