ECLI:NL:GHARL:2025:6960

ECLI:NL:GHARL:2025:6960, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 23-10-2025, 21-002568-24

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 23-10-2025
Datum publicatie 06-11-2025
Zaaknummer 21-002568-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Leeuwarden
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001903

Samenvatting

Terugwijzing naar de rechtbank.

Uitspraak

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1982 in [geboorteplaats] ,

wonende te [postcode] , [adres] ( [land] ).

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 23 oktober 2025 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot vernietiging van het vonnis waarvan beroep en terugwijzing van de zaak naar de rechtbank Midden-Nederland. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.

Verder heeft het hof kennisgenomen van wat mr. O. Smits, gemachtigd raadsman, namens verdachte ter zitting heeft aangevoerd.

Het vonnis

Verdachte is bij vonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 5 juni 2024 ter zake van het onder 1 primair, 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 22 maanden, met aftrek van het voorarrest. Daarnaast heeft de rechtbank de vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde 1] , [benadeelde 2] , [benadeelde 3] , [benadeelde 4] en [benadeelde 5] geheel toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De rechtbank heeft de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 6] toegewezen tot een bedrag van € 250,00, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, en de vordering voor het overige afgewezen.

Het vonnis zal worden vernietigd omdat het vonnis niet te verenigen is met de hierna te geven beslissing.

Terugwijzing naar de rechtbank

Standpunt van de verdediging

Bij appelschriftuur van 30 juni 2024 heeft de verdediging verzocht de zaak terug te wijzen naar de rechtbank, omdat verdachte ten onrechte bij verstek is veroordeeld. Hiertoe heeft de verdediging aangevoerd dat in de oproep voor de zitting van 15 mei 2024 stond dat die zitting moest worden gezien als een regiezitting. Uit een brief van 10 mei 2024 die verdachte naar de rechtbank heeft gestuurd, blijkt dat zij er ook daadwerkelijk van uitging dat de zitting op 15 mei 2024 enkel een regiezitting betrof. Gelet hierop kan vastgesteld gesteld worden dat verdachte er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen en ook heeft vertrouwd dat de zitting van 15 mei 2024 een regiezitting zou zijn en dat haar zaak op die datum niet inhoudelijk zou worden behandeld.

Standpunt van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft het standpunt van de verdediging onderschreven.

Oordeel van het hof

Het hof heeft onmiddellijk na het onderzoek ter terechtzitting uitspraak gedaan in aanwezigheid van de raadsman van verdachte. De beslissing is toen mondeling als volgt gemotiveerd.

Het hof stelt op basis van de stukken in het dossier vast dat de oproep aan verdachte voor de zitting bij de rechtbank van 15 mei 2024 een zinsnede bevat waaruit blijkt dat door het Openbaar Ministerie aan verdachte de mededeling is gedaan dat het zou gaan om een regiezitting. Deze onjuiste informatie is door het Openbaar Ministerie aan verdachte verstrekt. Verdachte mocht op deze informatie vertrouwen. Dat betekent dat verdachte erop mocht vertrouwen dat er geen inhoudelijke behandeling van haar strafzaak zou plaatsvinden op 15 mei 2024. Doordat de zaak op 15 mei 2024 vervolgens wel inhoudelijk is behandeld, buiten aanwezigheid van verdachte, is daarmee het recht op een eerlijk proces geschonden. Verdachte moet de mogelijkheid krijgen om in twee feitelijke instanties verweer te kunnen voeren.

Gelet op het voorgaande zal het hof, in overeenstemming met het verzoek van de verdediging en de advocaat-generaal, ingevolge artikel 423, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het vonnis vernietigen en de zaak terugwijzen naar de rechtbank Midden-Nederland, teneinde met inachtneming van dit arrest recht te doen.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Wijst de zaak terug naar de rechtbank Midden-Nederland, teneinde met inachtneming van dit arrest recht te doen.

Aldus gewezen door

mr. M.C. van Linde, voorzitter,

mr. L.J. Hofstra en mr. R. Godthelp, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. N.E. Renders, griffier,

en op 23 oktober 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. M.C. van Linde
  • mr. L.J. Hofstra
  • mr. R. Godthelp

Griffier

  • mr. N.E. Renders

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl NJFS 2025/320
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand