ECLI:NL:GHARL:2026:5671

ECLI:NL:GHARL:2026:5671

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 16-07-2026
Datum publicatie 02-09-2026
Zaaknummer P26-144
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

ISD, vernietiging van de beslissing van de rechtbank. Het hof beëindigt de ISD-maatregel met ingang van heden. Atypische situatie waarbij veroordeelde over voldoende praktische en persoonlijke vaardigheden beschikt om zijn leven zelfstandig vorm te geven. De veroordeelde heeft zelfstandig concrete stappen gezet ter voorbereiding op zijn terugkeer in de maatschappij. Niet gebleken van psychische problematiek, verslavingsproblematiek of andere omstandigheden die verdere behandeling of begeleiding binnen het kader van de maatregel noodzakelijk maken. Voortzetting van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel is niet langer zinvol.

Uitspraak

ISD P26/144

Beslissing van 16 juli 2026

De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van

[veroordeelde] ,

geboren te [geboorteplaats] (voormalig [land van herkomst] ) op [geboortedatum] 1980,

verblijvende in Penitentiaire Inrichting [naam] , locatie [plaats] ,

verder te noemen: de veroordeelde.

Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Den Haag, van 20 januari 2026. Deze beslissing houdt in dat voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (hierna: ISD-maatregel) vereist is.

Het hof heeft gelet op dezelfde stukken als de rechtbank en daarnaast op:

- het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;

- de beslissing waarvan beroep;

- de akte van 27 januari 2026, waarbij de veroordeelde beroep heeft ingesteld;

- het uittreksel uit de Justitiële Documentatie, gedateerd 26 november 2025;

- het voortgangsverslag tenuitvoerlegging ISD-maatregel van Penitentiaire Inrichting [plaats] van 15 juni 2026.

Het hof heeft ter zitting van 2 juli 2026 gehoord de advocaat-generaal, mr. R.J.A. Segerink, en de veroordeelde, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. H.H.R. Bruggeman, advocaat te Leiderdorp,

Overwegingen

Het standpunt van de veroordeelde en zijn raadsvrouw

De veroordeelde en zijn raadsvrouw hebben verzocht de ISD-maatregel te beëindigen. De raadsvrouw heeft aangevoerd dat de veroordeelde ongewenst is verklaard, maar tegen deze beslissing een bezwaarprocedure bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst is gestart. Sinds 9 januari 2025 heeft hij bovendien weer een tijdelijke verblijfsstatus. Om rechtmatig verblijf in Nederland te realiseren is het van belang dat hij invulling kan geven deelname aan het maatschappelijk leven in Nederland, in het bijzonder door de zorg voor zijn kinderen. Mocht het hof besluiten tot beëindiging van de maatregel beschikt de veroordeelde over huisvesting en heeft hij zicht op betaald werk. Hij heeft de praktische vaardigheden om zijn leven zelfstandig en op delictvrije wijze vorm te geven. Er is geen sprake van psychische problematiek of verslavingsproblematiek waarvoor behandeling binnen de ISD-maatregel noodzakelijk is. De veroordeelde heeft zelf concrete stappen gezet om zijn leven na detentie vorm te geven. De doelstellingen van de maatregel zijn daarmee bereikt en voortzetting daarvan is niet langer zinvol.

Het standpunt van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot bevestiging van de beslissing van de rechtbank. De ISD-maatregel dient ter beveiliging van de maatschappij en er bestaat nog steeds een risico op terugval in delictgedrag. De veroordeelde is ongewenst verklaard en heeft sinds januari 2025 een tijdelijke verblijfstatus. Hoewel er tijdens de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel verschillende stappen zijn gezet, waaronder leefstijltraining, intakegesprekken voor beschermd wonen en ambulante behandeling, en contact met een jobcoach, heeft de veroordeelde zich in april 2026 onttrokken. De Penitentiaire Inrichting acht behandeling, begeleiding en een passende woonplek nog steeds noodzakelijk om het recidiverisico te beperken. De voortzetting van de maatregel is van belang.

Het oordeel van het hof

Vernietiging

Het hof zal de beslissing van de rechtbank vernietigen, omdat het komt tot een andere beslissing op het verzoek van de veroordeelde tot beëindiging van de maatregel.

Beëindiging

De veroordeelde heeft op grond van het bepaalde in artikel 38s, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht de rechter verzocht de noodzaak van voorzetting van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel te beoordelen. Indien de rechter beslist dat de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel niet langer is vereist, beëindigt hij deze maatregel volgens het derde lid van voormelde bepaling met ingang van een door hem te bepalen tijdstip.

De rechter dient te beoordelen of opheffing van de maatregel zal leiden tot te verwachten onveiligheid, ernstige (drugs)overlast en verloedering van het publiek domein en vervolgens of voortzetting van de maatregel niet zinvol is door een omstandigheid die buiten de macht van betrokkene ligt.

Het hof is van oordeel dat er in dit geval sprake is van een atypische situatie. Anders dan in de meeste ISD-zaken beschikt de veroordeelde over voldoende praktische en persoonlijke vaardigheden om zijn leven zelfstandig vorm te geven. Hij is zelfredzaam en in staat de praktische zaken buiten detentie zelfstandig te organiseren. Het hof acht daarbij van belang dat de veroordeelde reeds concrete stappen heeft gezet ter voorbereiding op zijn terugkeer in de maatschappij. Zo is er op 1 juni 2026 een omgangsregeling met zijn kinderen uitgesproken door de rechter, heeft hij huisvesting dan wel concrete mogelijkheden daartoe, en bestaat er zicht op betaald werk. Daarmee heeft hij een concreet plan voor de periode na zijn detentie.

Voorts is niet gebleken van psychische problematiek, verslavingsproblematiek of andere omstandigheden die verdere behandeling of begeleiding binnen het kader van de ISD-maatregel noodzakelijk maken. Het traject dat binnen de Penitentiaire Inrichting wordt aangeboden, sluit niet langer aan bij de situatie en de behoeften van de veroordeelde en voldoet niet meer aan de doelstellingen waarvoor de ISD-maatregel is opgelegd. Het hof ziet op dit moment geen behandeldoelen of problematiek die binnen de maatregel nog kunnen worden gerealiseerd.

Het een en ander brengt het hof tot het oordeel dat de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel niet langer zinvol is. Het hof zal daarom bepalen dat de maatregel wordt beëindigd per heden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt de beslissing van de rechtbank Den Haag, van 20 januari 2026 met betrekking tot de veroordeelde, [veroordeelde] .

Beëindigt de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders met ingang van heden.

Aldus gedaan door

mr. J. Steenbrink, voorzitter,

mr. M.J. Vos en mr. A.B.A.P.M. Ficq, raadsheren,

en dr. W.J. Canton en drs. B. Koudstaal, raden,

in tegenwoordigheid van mr. J. Lambriks, griffier,

en op 16 juli 2026 in het openbaar uitgesproken.

De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. J. Steenbrink
  • mr. M.J. Vos
  • mr. A.B.A.P.M. Ficq

Griffier

  • mr. J. Lambriks

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand