Overwegingen
Het standpunt van de terbeschikkinggestelde
De terbeschikkinggestelde wil dat de maatregel wordt verlengd met één jaar in plaats van twee jaar. Hij heeft spijt van zijn delict, en wil terugkeren naar [Land van herkomst] om daar bij zijn familie te wonen en zijn leven weer op te bouwen. De terbeschikkinggestelde verhuist op 11 mei 2026 naar RIBW [naam 3] in [plaats 3] .
De raadsman heeft verzocht de beslissing van de rechtbank te vernietigen en de terbeschikkingstelling te verlengen met een termijn van één jaar. Daartoe is aangevoerd dat de terbeschikkinggestelde in de afgelopen periode grote stappen heeft gezet en wil terugkeren naar [Land van herkomst] . Er ligt nu een concreet plan voor de resocialisatie en in de komende periode zal hij zelfstandig gaan wonen in RIBW [naam 3] . De reclassering heeft op de zitting bij de rechtbank aangegeven dat een periode van twee jaar misschien wat ruim is. Het is mogelijk dat er over een jaar een situatie is ontstaan waarin kan worden gekeken naar mogelijkheden voor een terugkeer naar [Land van herkomst] .
Het standpunt van het openbaar ministerie
De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot bevestiging van de beslissing van de rechtbank. Er is sprake van stoornissen en het recidiverisico zonder terbeschikkingstelling wordt ingeschat als hoog. De terbeschikkinggestelde heeft goede stappen gezet in de eerste twee jaar van de maatregel. De behandelaren zijn van mening dat hij klaar is om de volgende stap te maken naar een RIBW. Deze stap zal hij op korte termijn zetten. Volgens de deskundige is het voor de terbeschikkinggestelde belangrijk dat er een langere periode zorg en ondersteuning is binnen een kader met forensische scherpte. Een verlenging met twee jaar is aangewezen.
Het oordeel van het hof
Vernietiging
Het hof zal de beslissing van de rechtbank vernietigen omdat het tot een andere beslissing komt met betrekking tot de duur van de verlenging van de maatregel.
Indexdelicten
Het hof stelt vast dat de terbeschikkinggestelde bij vonnis van de rechtbank Amsterdam van 27 september 2023 is veroordeeld voor zware mishandeling. Dat is een misdrijf dat gericht is tegen en/of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen.
Stoornis en recidivegevaar
Uit het psychiatrisch rapport van I. Maksimovic van 13 september 2025 en het verlengingsadvies van reclassering GGZ Tactus [plaats 2] van 30 oktober 2025 volgt dat bij de terbeschikkinggestelde sprake is van zwakbegaafdheid, een andere gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met borderline, antisociale en vermijdende trekken, stoornissen in het gebruik van alcohol, anxiolytica, cannabis en cocaïne (alle in remissie in een gereguleerde omgeving) en een stoornis in het gebruik van opioïde (in onderhoudsbehandeling in een gereguleerde omgeving).
Uit het advies van de psychiater komt naar voren dat het recidiverisico als hoog wordt ingeschat in geval van beëindiging van het toezicht of de terbeschikkingstelling. Het is nog onzeker hoe de terbeschikkinggestelde zal omgaan met stress en spanning buiten een klinische setting met minder nabijheid van de begeleiding. De reclassering schat het risico op recidive in als gemiddeld.
Verlenging
Gelet op de adviezen van de psychiater, is het hof van oordeel dat bij de terbeschikkinggestelde sprake is van een stoornis en dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen en goederen verlenging van de terbeschikkingstelling eist.
Duur van de verlenging
Het hof heeft als uitgangspunt dat de terbeschikkingstelling verlengd dient te worden met een termijn van twee jaren wanneer aannemelijk is geworden dat de behandeling en resocialisatie van de terbeschikkinggestelde in het bestaande juridische kader meer tijd in beslag zal nemen dan de tijd die resteert bij een verlenging van met een termijn van een jaar. Het hof ziet in dit geval – anders dan de rechtbank – aanleiding om van dit uitgangspunt af te wijken.
Met de verhuizing op 11 mei 2026 naar RIBW [naam 3] wordt weer een belangrijke stap in de resocialisatie van de terbeschikkinggestelde die monitoring verdient. Bij een nieuwe verlengingszitting kan worden gekeken of de resocialisatie dusdanig is gevorderd dat vervolgstappen overwogen kunnen worden. Over een jaar zal er ook meer duidelijkheid bestaan over de verdere uitwerking van de wens van de terbeschikkinggestelde om naar [Land van herkomst] te gaan. Het hof acht het daarom wenselijk dat op kortere termijn een toetsingsmoment plaatsvindt om de voortgang van het traject te kunnen bezien en zal om die reden de maatregel verlengen met een jaar.
Aan deze verlenging met één jaar kan de terbeschikkinggestelde niet de verwachting ontlenen dat na afloop van dit jaar de terbeschikkingstelling zal worden beëindigd of de terbeschikkingstelling opnieuw slechts met één jaar zal worden verlengd.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt de beslissing van de rechtbank Amsterdam, van 15 januari 2026 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde, [terbeschikkinggestelde] .
Verlengt de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar.
Aldus gedaan door
mr. A.B.A.P.M. Ficq, voorzitter,
mr. O.G. Schuur en mr. O.O. van der Lee, raadsheren,
en drs. C.J.J.C.M. van Gestel en drs. B. Koudstaal, raden,
in tegenwoordigheid van mr. J. Lambriks, griffier,
en op 13 mei 2026 in het openbaar uitgesproken.
De raden zijn buiten staat deze beslissing te ondertekenen.