[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1985 in [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] .
Het hoger beroep
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het hierboven genoemde vonnis.
Het onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het gerechtshof van 20 augustus 2026 en het onderzoek op de terechtzitting bij de rechtbank.
Het gerechtshof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, inhoudende dat het gerechtshof:
Verder heeft het gerechtshof kennisgenomen van hetgeen de verdachte en zijn raadsman, mr. R.I. Takens, hebben aangevoerd op de zitting van het gerechtshof van 20 augustus 2026.
Het vonnis waartegen het hoger beroep is gericht
Het hoger beroep is gericht tegen het hierboven genoemde vonnis. In dat vonnis heeft de rechtbank:
Het gerechtshof komt in dit arrest op een onderdeel tot een andere beslissing over het bewijs dan de rechtbank. Het gerechtshof vernietigt daarom het vonnis van de rechtbank en doet opnieuw recht.
Tenlastelegging
Op de zitting bij de rechtbank van 3 april 2022 is de tenlastelegging nader omschreven. Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
1hij op of omstreeks 14 juni 2021 te [plaats] , gemeente [gemeente] , althans in
Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht, als bedoeld in artikel 1 lid 5 van de Opiumwet, ongeveer 30 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, immers heeft verdachte en/of zijn mededader(s) die cocaïne in een auto vervoerd en/of laten vervoeren met bestemming Duitsland, in elk geval met bestemming het buitenland;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 14 juni 2021 te [plaats] , gemeente [gemeente] , althans in
Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland te brengen, als bedoeld in artikel 1 lid 5 van de Opiumwet, ongeveer
30 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, genoemde hoeveelheid cocaine in een auto heeft/hebben vervoerd en/of laten vervoeren met bestemming Duitsland, in elk geval met bestemming het buitenland, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 14 juni 2021 te [plaats] , gemeente [gemeente] , en/of in/op overige plaatsen in Nederland en/of in Duitsland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland brengen, als bedoeld in artikel 1 lid 5 van de Opiumwet, van een hoeveelheid van ongeveer 30 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, voor te bereiden en/of te bevorderen, (een) vervoermiddel(en), te weten een Hyundai, met kenteken [kenteken] , met daarin een verborgen ruimte en/of een Mercedes Citan, met kenteken [kenteken] , met daarin een verborgen ruimte en/of gelden, te weten 250.000 euro, voorhanden heeft/hebben gehad, waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden, dat die Hyundai en/of die Mercedes en/of die 250.000 euro bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en);
2hij op of omstreeks 14 juni 2021 te [plaats] , gemeente [gemeente] , en/of in/op overige plaatsen in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 30 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 14 juni 2021 te [plaats] , gemeente [gemeente] , en/of in/op overige plaatsen in Nederland en/of in Duitsland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren van een hoeveelheid van ongeveer 30 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, voor te bereiden en/of te bevorderen, (een) vervoermiddel(en), te weten een Hyundai, met kenteken [kenteken] , met daarin een verborgen ruimte en/of een Mercedes Citan, met kenteken [kenteken] , met daarin een verborgen ruimte en/of gelden, te weten 250.000 euro, voorhanden heeft/hebben gehad, waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden, dat die Hyundai en/of die Mercedes en/of die 250.000 euro bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en).
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Vrijspraak van feit 1
Het gerechtshof heeft uit het onderzoek op de zitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging gekregen dat de verdachte het onder 1 primair, 1 subsidiair en 1 meer subsidiair aan hem ten laste gelegde heeft begaan. Daarom spreekt het gerechtshof hem daarvan vrij. Het gerechtshof baseert deze beslissing op het volgende.
Het gerechtshof komt voor een deel tot eenzelfde vaststelling van de feiten en omstandigheden als de rechtbank:
Op 14 juni 2021 hebben leden van de Dienst Speciale Interventies in de vroege ochtend post
gevat met zicht op de parkeerplaats te [plaats] . Zij hebben gezien dat er omstreeks
06:30 uur twee voertuigen de parkeerplaats op zijn komen rijden, te weten een Volkswagen Polo en een Mercedes Citan. Na het parkeren van deze voertuigen zijn twee van de drie verdachten, naar achteraf bleek de medeverdachte [medeverdachte] en de verdachte [verdachte] , samen in de Volkswagen Polo gaan zitten. Om 06:35 uur is een Hyundai Tucson de parkeerplaats op komen rijden, welke direct naast de Mercedes Citan werd geparkeerd. Kort hierna is [verdachte] - terwijl hij handschoenen aandeed - richting de Mercedes Citan en de Hyundai Tucson gelopen en is de bestuurder van de Hyundai Tucson, naar achteraf bleek de medeverdachte [medeverdachte] , tussen de twee geparkeerde voertuigen in gaan staan. [verdachte] heeft zich hier bij gevoegd. [medeverdachte] en [verdachte] zijn met elkaar in gesprek gegaan en er werd een schuifdeur geopend. Kort hierna zijn [medeverdachte] en [verdachte] in de richting van één van de agenten gelopen en hebben ze zijn kant op gewezen. Vanwege de mogelijke ontdekking van de verdekt opgestelde agenten en het gevaar voor vlucht heeft deze agent zich kenbaar gemaakt als politie. Medeverdachte [medeverdachte] is ter plaatse aangehouden. De verdachte [verdachte] en de medeverdachte [medeverdachte] hebben, elk in een ander voertuig, de vlucht ingezet, maar zij zijn in de directe omgeving aangehouden.
Voornoemde voertuigen zijn onderzocht en in een verborgen ruimte in de Mercedes Citan is ongeveer 30 kilo cocaïne aangetroffen en in een verborgen ruimte in de Hyundai Tucson is een geldbedrag aangetroffen van € 250.000,-.
Bij de politie heeft de verdachte zich grotendeels op zijn zwijgrecht beroepen. Inhoudelijk heeft hij geen verklaring afgelegd. Op de zitting van de rechtbank heeft de verdachte verklaard dat hij samen met [medeverdachte] , elk in een andere auto, naar [plaats] is gegaan omdat hij de Mercedes Citan, die aan een derde was verkocht, moest afleveren.
De verdachte zou [medeverdachte] hebben gevraagd hem te vergezellen zodat hij vervoer naar huis zou hebben. De verdachte zou niets hebben geweten van de cocaïne die is aangetroffen in de Mercedes Citan. Hij is gevlucht toen de politie zich kenbaar maakte, omdat hij schrok van een soort wandelende struik (de verdekt opgestelde agent in een camouflagepak) die op hem af kwam.
De verdachte heeft zijn hierboven weergegeven standpunt herhaald op de zitting in hoger beroep van 20 augustus 2026. De raadsman van de verdachte heeft - op nader in de schriftelijke pleitnota aangegeven gronden - bepleit dat het gerechtshof de verdachte zal vrijspreken van hetgeen onder 1 aan de verdachte is ten laste gelegd.
Het gerechtshof overweegt hierover het volgende.
Op grond van de hieronder opgenomen bewijsmiddelen - die het gerechtshof hanteert ter zake van feit 2 primair - stelt het gerechtshof vast dat blijkt van een gerichte, goed geregisseerde ontmoeting tussen de verdachte en de medeverdachte [medeverdachte] enerzijds en ten minste een ander in [plaats] . Daarvan blijkt uit het onderzoek naar het berichtenverkeer in de telefoon van de verdachte tussen hem en medeverdachte [medeverdachte] én tussen hem en ‘ [naam] ’. Uit die bewijsmiddelen leidt het gerechtshof verder af dat het kennelijk de bedoeling van de verdachte is geweest om bij die ontmoeting een deel van de onder hem aangetroffen hoeveelheid cocaïne af te leveren aan die ander.
Anders dan de rechtbank, acht het gerechtshof in het politieonderzoek onvoldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig voor enige variant van de in feit 1 van de tenlastelegging omschreven verwijten aan de verdachte. Het politieonderzoek levert onvoldoende redengevende feiten en/of omstandigheden op voor een intentie van de verdachte en medeverdachten om cocaïne vanuit Nederland uit te (laten) voeren naar Duitsland, of tot het plegen van voorbereidingshandelingen ten behoeve van de uitvoer van cocaïne vanuit Nederland naar Duitsland.
Het bovenstaande dient te leiden tot integrale vrijspraak van feit 1.
De bewijsmiddelen en bewijsoverweging inzake feit 2 primair.
De raadsman van de verdachte heeft - op nader in de schriftelijke pleitnota aangegeven gronden - bepleit dat het gerechtshof de verdachte eveneens zal vrijspreken van hetgeen onder 2 aan de verdachte is ten laste gelegd.
Het gerechtshof is van oordeel dat het door de verdediging gevoerde bewijsverweer wordt weerlegd door de inhoud van de volgende, door het gerechtshof gebruikte, bewijsmiddelen en bewijsoverweging.
De bewijsmiddelen
l .
Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 16 juni
2021, opgenomen op pagina 100 en verder van het dossier van Politie Noord-Nederland met
het kenmerk 2021156593 van 16 augustus 2021, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
als relaas van de verbalisant:
Op 14 juni 2021 te 06:00 uur was ik, verbalisant, belast met de waarnemingen op de
parkeerplaats bij het [bedrijf] aan de [locatie] te [plaats] .
Omstreeks 06:30 uur zag ik twee voertuigen de parkeerplaats oprijden, een grijze Mercedes type kleine bestelbus en een grijze Volkswagen Polo. Ik zag dat de bestuurder van bovengenoemde Mercedes uitstapte en ik zag dat deze bestuurder naar de bovengenoemde grijze Volkswagen Polo liep en hier als bijrijder instapte. Omstreeks 06:35 uur zag ik een witte Hyundai, voorzien van Duitse kentekenplaten, de parkeerplaats oprijden en parkeren links naast de grijze Mercedes. Omstreeks 06:37 uur zag ik vanaf de andere zijde van de parkeerplaats een voor mij onbekend persoon richting de grijze Mercedes en de witte Hyundai lopen. Hierop zag ik dat de bestuurder van de witte Hyundai uitstapte en tussen de twee geparkeerde voertuigen in ging staan. De onbekende persoon liep door en ik zag dat hij tussen de geparkeerde voertuigen in ging staan. Hierop hoorde ik dat er meer personen met elkaar in gesprek waren en hoorde ik dat er een schuifdeur geopend werd. Omstreeks 06:38 uur zag ik dat de twee personen tussen de twee geparkeerde voertuigen uitkwamen en mijn richting opliepen. Ik zag dat de twee personen ter hoogte van het struikgewas waar ik me bevond bleven stilstaan en mijn kant op wezen. Ik ben uit het struikgewas gekomen en ik heb mij bij beide personen kenbaar gemaakt als politie. Ik riep beide personen aan als verdachte. Ik riep met luide stem: "politie, blijven staan, handen omhoog". Ik zag dat beide verdachten zich omdraaiden. Ik zag dat de beide verdachten wegrenden richting de twee geparkeerde voertuigen. Hierop heb ik beide verdachten nog eenmaal aangeroepen met "politie, blijven staan, anders zet ik de hond in". Ik zag dat beide verdachten niet reageerden en zich bleven verplaatsen richting de geparkeerde voertuigen. Ik zag dat beide verdachten, elk in een auto sprongen waarvan de persoon welke was komen aanlopen over het parkeerterrein, plaatsnam op de bestuurderstoel van de grijze Mercedes, en de bestuurder van de witte Hyundai plaatsnam op de bijrijdersstoel van de witte Hyundai en probeerde het portier van de auto te sluiten. Vervolgens heb ik mij gericht tot de verdachte in de grijze Mercedes. Ik heb hierbij de verdachte gesommeerd het portier te openen en uit te stappen met zijn handen omhoog. Vervolgens hoorde ik dat de motor van de grijze Mercedes gestart werd en zag ik dat de grijze Mercedes in beweging kwam en richting de uitgang van de parkeerplaats reed.
2.
Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aanhouding van 14 juni
2021, opgenomen op pagina 37 en verder van voornoemd dossier, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
als relaas van de verbalisanten:
Op 14 juni 2021 te 06:45 uur hebben wij aangehouden: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1985 te [geboorteplaats] . De verdachte zat als bestuurder in een Mercedes Citan voorzien van kenteken [kenteken] en reed weg vanaf de parkeerplaats bij de [bedrijf] gelegen aan de [locatie] in [plaats] . Wij zagen dat de bestuurder van de
Mercedes Citan met hoge snelheid wegreed vanaf de parkeerplaats. Wij zagen dat de
bestuurder van het voertuig met zeer hoge snelheid, tegen het verkeer in, reed en dat hij
probeerde het voorste voertuig van onze voertuigen van de weg te duwen. Nadat hij schade
aan zijn voertuig had gereden tegen een bord op een rotonde staakte hij zijn vlucht en kon hij worden aangehouden.
3.
Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 22 juni
2021, opgenomen op pagina 116 en verder van voornoemd dossier, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
als relaas van de verbalisant:
Naar aanleiding van de aanhouding van de drie verdachten op de parkeerplaats te [plaats] , gelegen aan de [locatie] , zijn beelden bekeken van de beveiligingscamera's. Hieruit blijkt het volgende:
14 juni 2021
06:16:31: Aankomst Volkswagen Polo voorzien van het Nederlandse kenteken [kenteken] en
Mercedes Benz Citan voorzien van het Nederlandse kenteken [kenteken] op de parkeerplaats
in [plaats] .
06:30:09: Een man met exact dezelfde kleding en signalement als [verdachte] stapt als bestuurder uit de Volkswagen Polo.
06:30:13: De Hyundai IX35 Tucson voorzien van het Duitse kenteken [kenteken] komt de
parkeerplaats op, rijdt de Volkswagen Polo voorbij en gaat naar de plek waar de Mercedes
Benz Citan is achtergebleven.
06:30:17: Een man met exact dezelfde kleding en signalement als [verdachte] loopt naar bijrijderskant van de Volkswagen Polo en vervolgens naar plek waar de
Hyundai IX35 Tucson ook heen is gereden en doet onderweg zwarte handschoenen aan.
4.
Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 14 juni
2021, opgenomen op pagina 109 en verder van voornoemd dossier, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
als relaas van de verbalisanten:
(Ook) de Mercedes Benz voorzien van het Nederlandse kenteken [kenteken] , is door ons,
verbalisanten, onderzocht. Nadat wij, verbalisanten, de hele laadruimte hadden leeggemaakt,
hebben we de bodem bekeken. Dit betrof een soort van houten vloer uit meerdere delen. Het
gedeelte meteen achter de cabine bleek los te kunnen. Hieronder zat een soort ruimte waarin
30 pakketjes van ongeveer 1 kilo lagen. Deze pakketjes waren dubbel geseald. Tussen de
twee lagen plastic zat een bruine vloeibare substantie. Deze pakketjes zijn door ons,
verbalisanten, in beslag genomen en overgedragen aan de Forensische opsporing voor
onderzoek.
5.
Een schriftelijk stuk, houdende een kennisgeving van inbeslagneming, opgenomen op
pagina 356 en verder van voornoemd dossier, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Goednummer: PLO 100-2021 156593-1393459.
Bijzonderheden: 30 pakketjes van zo'n 1 kilo.
6.
Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal verdovende middelen van 15 juni
2021, opgenomen op pagina 252 en verder van voornoemd dossier, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
als relaas van de verbalisanten:
Goednummer: PLO 100-2021156593-1393459.
Netto gewicht: 30,14 kilogram.
SIN Monster: AAOY9829NL.
7.
Een schriftelijk stuk, houdende een deskundigenrapport van het Nederlands Forensisch Instituut van het Ministerie van Veiligheid en Justitie, zaaknummer 2021.06.15.122 (aanvraag 001), van 15 juni 2021, opgemaakt door [naam] , op de door hem/haar afgelegde algemene belofte als vast gerechtelijk deskundige, opgenomen op pagina 256 en verder van voornoemd dossier, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
als zijn/haar verklaring:
Kenmerk: AAOY9829NL.
Conclusie: bevat cocaïne.
8.
Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen met bijlagen
van 30 juni 2021, opgenomen op pagina 173 en verder van voornoemd dossier, voor zover inhoudende:
als relaas van de verbalisant:
Onderzoek aan de bij [verdachte] in beslag genomen telefoon, de Huawei die bij
zijn fouillering is aangetroffen. Het Signal gesprek waar verdachte [medeverdachte] over gehoord is, staat hierop.
13-6-2021 21:00:55 (UTC) Outgoing message: Ben je beschikbaar voor rit naar dorpje.
13-6-2021 21:01:16 (UTC) Outgoing message: Van vorige keer.
13-6-2021 21:08:42 (UTC) Outgoing message: Kom beetje sportief want je gaat in caddy.
13-6-2021 21:09:11 (UTC) incoming message: Okeee.
14-6-2021 01:05:21 (UTC) Outgoing message: Laat me weten over hoelang je er bent.
14-6-2021 01:05:52 (UTC) Incoming message: Goed, [naam] e zo.
14-6-2021 01:06:49 (UTC) Outgoing message: Gassen aub want die andere gasten zijn ook
aan het rijden denk datje het ook niet leuk zou vinden alls je daar moet wcchten.
14-6-2021 01:12:27 (UTC) Incoming message: foto van navigatie.
14-6-2021 01:17:14 (UTC) Outgoing message: En foto.
14-6-2021 01:17:29 (UTC) Outgoing message: Wordt hier gek gebeld.
14-6-2021 01:17:39 (UTC) Incoming message: foto van navigatie.
14-6-2021 01:34:48 (UTC) Outgoing message: Ze willen weer. Foto van Navi.
14-6-2021 01:35:26 (UTC) Incoming message: foto van navigatie.
14-6-2021 01:56:17 (UTC) Incoming message: foto van navigatie.
14-6-2021 01:59:36 (UTC) Outgoing message: Ga je nog opnemen of wat.
14-6-2021 02:02:54 (UTC) Incoming message: foto van navigatie.
14-6-2021 02:36:35 (UTC) Incoming message: foto van navigatie.
9.
Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 21 juni
2021, opgenomen op pagina 240 en verder van voornoemd dossier, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
als relaas van de verbalisant:
Op 21 juni 2021 heb ik de in beslag genomen mobiele telefoon uit het voertuig van verdachte [medeverdachte] nader onderzocht. Hieronder volgt een overzicht van de ontvangen
berichten:
Von [telefoonnummer] . 14/06/2021: 05:22: Hallo.
Von [telefoonnummer] . 14/06/2021: 05:32: Ok du bist echt nicht normal naja du muss lade
kabel holen fur dein handy.
Von [telefoonnummer] . 14/06/2021: 05:36: 6.30 bei parkplatz.
Von [telefoonnummer] . 14/06/2021: 05:38: Sag dir gleich genau.
Von [telefoonnummer] . 14/06/2021: 05:40: Zieh durch bitte die sind fruher da.
Von [telefoonnummer] . 14/06/2021: 05:54: 6.22 bei parkplatz.
Von [telefoonnummer] . 14/06/2021: 05:55: Ok gib gas.
Von [telefoonnummer] . 14/06/2021: 06:09: Bin tu.
Von [telefoonnummer] . 14/06/2021: 06:12: Ok zieh durch.
Von [telefoonnummer] . 14/06/2021: 06:20: Bin raus.
10.
Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 22 juni
2021, opgenomen op pagina 122 en verder van voornoemd dossier, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
als relaas van de verbalisant:
Op 22 juni 2021 heb ik onderzoek gedaan naar de in beslag genomen mobiele telefoon van het merk Samsung. Uit onderzoek is gebleken dat er meerdere foto’s (het gerechtshof begrijpt: zogenoemde selfies) op deze mobiele telefoon staan van verdachte [verdachte] . Ook trof ik op deze telefoon een document aan van een werkgeversverklaring avondklok ten name van [verdachte] . Op de mobiele telefoon was de app Waze geïnstalleerd. De app Waze is een gratis navigatieprogramma te downloaden vanuit onder andere de google playstore. Na het opstarten van de app Waze waren recente locaties te zien, waaronder
[locatie] en [locatie] in [plaats] . Deze laatste locatie betreft de parkeerplaats in [plaats] , alwaar de ontmoeting en aanhoudingen op
14 juni 2021 plaatsvonden.
Ik voeg met schermafbeeldingen een deel van een gesprek tussen [verdachte] en contact met de naam ` [naam] ' op 13 en 14 juni 2021 toe:
Incoming, 13 jun 18:06: Rij rustigIncoming, 13 jun 18:26: Je rijdt t3 hard Doe je knipperlicht uit Blijf van je tel af
Incoming, 13 jun 18:27: Je heb daar 1.5mili
Incoming, 13 jun 19:52: Kijk is wie die gekookte kan proeven
Outgoing, 13 jun 21:29: Smaak goed
Incoming, 13 jun 21.32: Oke En verder?
Outgoing, 13 jun 21.34: Goed flasht
Outgoing, 13 jun 21.36: Goed
Incoming, 13 jun 21.32: Oke top Rare junk
Incoming, 14 jun 00:30: Gap ik zet je in groep voor die van morgenochtend. Is makkelijker.
Outgoing, 14 jun 00:30: duimpje.
Incoming, 14 jun 00:31: Of beter communiceer je via mij?
Outgoing, 14 jun 00:31: Wat jij wil
Incoming, 14 jun 02:44: Waar jij gap.
Outgoing, 14 jun 02:46: Thuis.
Incoming, 14 jun 02:56: Is ze er. Of onderweg.
Outgoing, 14 jun 02:59: Mongool is pas de deur uit.
Incoming, 14 jun 02:59: Wauwwsswww. Dit kan niet broer.
Outgoing, 14 jun 02:59: Ik zei het nog tegen kom nee ik ga meteen slapen zei ze. Kk mongools.
Incoming, 14 jun 02:59: Bel [naam] . Ga met haar. Ik was vergeten hoe boos ze me vorige x heb gemaakt. Wat en kk sminck pop. Tfoe. Hoe vind jij t als ze je laten wachten in [plaats] .
Outgoing, 14 jun 03:02: Ja ik weet. Wat moet ik doen gap ik kan nu instappen en gassen wat jij wil. Die andere neemt niet op.
Incoming, 14 jun 03:04: Nee zeg tegeb haar buiten traject planken.
Outgoing, 14 jun 03:04: Heb ik al gezegd.
Incoming, 14 jun 03:06: Jij heb alles al paraat toch. Heb je die 15 eruit.
Outgoing, 14 jun 03:07: Moet ik nog doen dacht als ze er bijna is zou ik het doen. Dacht niet slim bij de auto heen en weer naartoe aan het lopen. Rond deze tijd.
lncoming, 14 jun 03:08: Bel er is of ze echt onderweg is. Laat er foto sturen van navi.
Outgoing, 14 jun 03:09: Ik heb al gevuurd geloof me.
Incoming, 14 jun 03:11: Laat er foto sturen van navi. Van daar uit kunne we plan maken.
Outgoing, 14 jun 03:19: foto.
Incoming, 14 jun 03:19: Broer. Fuck haar.
Incoming, 14 jun 03:20: Je komt pas om 6:45 aan.
Incoming, 14 jun 03:22: Over 20 minute vertrekke als we op tijd willen zijn.
Incoming, 14 jun 03:24: Weer als en kneusje zeggen sry maar doe maar halfuur later. Wollah ik schaam me diep man.
Incoming, 14 jun 03:25: Waarom debk jee dat ze on 6uur afspreken. Dan komen alleeb de leveranciers en zo.
Incoming, 14 jun 03:26: Rond 7 uur beginnen dw klanten te komen.
Zoals die oudjes daar stonden te wachteb vorige x.
Incoming, 14 jun 03:27: Ik zit met 6 mensen in en groep. In 4 verschillende landeb. Broer we zijn niet aan t knikkeren we lachen en doen maar feit is t zijn serieuze dingen. Wat en kut hoer. Vraag weer foto aan der Kijke of ze gast Al geeft ze gas is ze er oas om 4:10. precies t zelfde als vorige week. Outgoing, 14 jun 03:27: Had haar aan de lijn ze zegt ze geeft gas alles wat die auto heb ik ga het zien Ze was net voorbij die 80 zone
Outgoing, 14 jun 03:31: Broer we kunnen hier blijven typen het veranderd nix behalve dat we ons zelf gek maken.
Incoming, 14 jun 03:33: Zet alles klaar en ik geef je zo en punt waar je met haar moet wisselen van auto.
Outgoing, 14 jun 03:33: Ik zei t9g tegen je risico loop ik tog met eruit halen dus ik kan ook gwn rijden je wou niet Dus afwachten broer.
Incoming, 14 jun 03:34: Zeg haar foto nu aub. Dan kan ik plan maken.
Outgoing, 14 jun 03:36: foto van navigatie.
Incoming, 14 jun 03:40: Als jij om 3:55 wegrijdt dan zie je haar op de [locatie] .
Incoming, 14 jun 03:56: Bel haar spreek punt met haar af.
Incoming, 14 jun 04:19: Wat geeft navi aan.
Outgoing, 14 jun 04:19: 6:29.
Incoming, 14 jun 04:28: Jullie zijn al samen toch?
Outgoing, 14 jun 04:33: Ja. 32.
Incoming, 14 jun 04:34: Foto aub. Die kan ik door sturen.
Outgoing, 14 jun 04:34: foto van navigatie
Incoming, 14 jun 04:34: Heb door gegeven
Incoming, 14 jun 05:37: Weet jij de weg naar die parkeerplaats waar je hem alles gaf. Waar we heen reden na de [locatie] .
Outgoing, 14 jun 05:38: Denk het wel gwn rechtdoor tog. Outgoing, 14 jun 05:39: Laat ze maar adres sturen.
Incoming, 14 jun 05:39: [locatie] pa [plaats] . Stuur gelijk at.
Outgoing, 14 jun 05:49: 6:22.
Incoming, 14 jun 06:15: Rij rustig. Hun zijn paar minuten ltr dan jullie.
Incoming, 14 jun 06:18: Dan kan jij alvast pakken.
Incoming, 14 jun 06:28 Zijn ze er?
Outgoing, 14 jun 06:28: Nee.
Incoming, 14 jun 06:30: Hij moet nu aankomen zegt ie.
Outgoing, 14 jun 06:35: Politie. Overal. Maak me huis leeg.
11.
De door verdachte op de zitting van de rechtbank van 3 april 2023 afgelegde verklaring, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
U vraagt mij of ik in de Mercedes Citan heb gereden. Dat klopt. U vraagt mij of de Samsung
die afkomstig was uit de Mercedes Citan, bij mij in gebruik was. Dat klopt.
12.
Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor van 14 juni 2021,
opgenomen op pagina 370 en verder van voornoemd dossier, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
als vraag van de verbalisanten:
Vertel eens wat jij vanaf gisteravond/vannacht 00:00 uur hebt gedaan?
als verklaring van medeverdachte [medeverdachte] :
Ik zou met hem naar [plaats] gaan.
als vraag van de verbalisanten:
Wie is hem?
als verklaring van medeverdachte [medeverdachte] :
[verdachte] .
als vraag van de verbalisanten:
Hoe hadden jullie afgesproken om naar [plaats] te gaan?
als verklaring van medeverdachte [medeverdachte] :
Ik heb in zijn auto gereden. Ik zou met mijn eigen auto weer naar mijn eigen huis rijden.
als vraag van de verbalisanten:
Wanneer hebben jullie die afspraak gemaakt om naar [plaats] te gaan?
als verklaring van medeverdachte [medeverdachte] :
Gisteravond.
als vraag van de verbalisanten:
Wanneer zag je [verdachte] dan?
als verklaring van medeverdachte [medeverdachte] :
Vannacht tegen een uur of 3.
als vraag van de verbalisanten:
Wie kwam met het idee om naar [plaats] te gaan?
als verklaring van medeverdachte [medeverdachte] :
Hij.
als vraag van de verbalisanten:
Hoe zijn jullie samen gekomen?
als verklaring van medeverdachte [medeverdachte] :
Ik ben in mijn eigen auto naar hem toegereden.
als vraag van de verbalisanten:
Wat voor een auto heb jij?
als verklaring van medeverdachte [medeverdachte] :
Een Polo, grijs van kleur.
als vraag van de verbalisanten:
Is dat de auto waarbij je ook aangetroffen bent?
als verklaring van medeverdachte [medeverdachte] :
Ja.
als vraag van de verbalisanten:
Dan kom je op de parkeerplaats in [plaats] . En dan?
als verklaring van medeverdachte [medeverdachte] :
Toen ging ik uitstappen en toen heb ik die bus daar gelaten. Ik heb mijn tas nog gepakt en
ben bij hem in de auto gaan zitten. Ik parkeerde de bus en toen zei [verdachte] dat ik de bus goed
neer moest zetten.
Toen hebben we gewacht en kwam er een witte Duitse auto aangereden. [verdachte] stapte uit en
liep naar deze auto toe.
als vraag van de verbalisanten:
Jullie komen in [plaats] aan op een parkeerplaats. Wat denk je dan?
als verklaring van medeverdachte [medeverdachte] :
We kwamen in een bos.
als vraag van de verbalisanten:
Maar wat dacht je dan?
als verklaring van medeverdachte [medeverdachte] :
Dit is niet pluis.
13.
Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor van 24 juni 2021,
opgenomen op pagina 378 en verder van voornoemd dossier, voor inhoudende, zakelijk weergegeven:
als vraag van de verbalisanten:
Vorige week maandag 14 juni 2021 ben je aangehouden in [plaats] . Hoe vaak ben jij
daar geweest?
als verklaring van medeverdachte [medeverdachte] :
Ik ben er twee keer geweest.
als vraag van de verbalisanten:
Wanneer was de eerste keer?
als verklaring van medeverdachte [medeverdachte] :
Een week voordat ik werd aangehouden. Dus ook op een maandag.
als vraag van de verbalisanten:
Hoe ging dat toen?
als verklaring van medeverdachte [medeverdachte] :
[verdachte] , dus de man die ook is aangehouden, vroeg mij of ik bij zijn huis wilde komen. Daar
ben ik naartoe gereden en toen ik bij hem thuis kwam vroeg [verdachte] aan mij of ik met hem mee
wilde naar [plaats] . We zijn er toen samen naartoe gereden. We zaten met ons tweeën in
mijn auto.
als vraag van de verbalisanten:
Hoe laat gingen jullie naar [plaats] ?
als verklaring van medeverdachte [medeverdachte] :
In de ochtend, vroeg. Zo rond dezelfde tijd als vorige week maandag. [verdachte] had een boodschappentas, zo'n stevige bigshopper, bij zich.
als vraag van de verbalisanten:
Op een gegeven moment kom je ergens aan. Wat zag je?
als verklaring van medeverdachte [medeverdachte] :
Ik zag veel groen. Ik zag een bos, op een parkeerplaats. Er kwam een andere auto aan of
die was er al. Dit was een witte auto.
als vraag van de verbalisanten:
Wat gebeurde er toen?
als verklaring van medeverdachte [medeverdachte] :
[verdachte] en ik zijn uit mijn Polo gestapt, [verdachte] gaf mij een tas en zei tegen mij dat ik deze tas aan
de man uit die witte auto moest geven en [verdachte] pakte zelf ook een tas. Het waren dus twee
tassen. Ik heb de tas die [verdachte] mij gaf aan de man gegeven van die witte auto. [verdachte] liep om de
auto heen en gaf die andere tas aan dezelfde man.
als vraag van de verbalisanten:
Wat voelde je toen je de tas pakte?
als verklaring van medeverdachte [medeverdachte] :
Iets van gewicht. Ik denk zo'n 3 pakken melk of zo. Qua gewicht bedoel ik dan.
als vraag van de verbalisanten:
In je telefoon staat ook de app Signal. Ben je daar bekend mee?
als verklaring van medeverdachte [medeverdachte] :
Ja.
als vraag van de verbalisanten:
Er is te lezen dat je op 13 juni 2021 om 21:00:55 de vraag krijgt of je beschikbaar bent
voor een ritje naar dorpje. Vertel eens?
als verklaring van medeverdachte [medeverdachte] :
Dat is de rit naar [plaats] .
als vraag van de verbalisanten:
In je vorige verklaring vertelde je dat jij vanuit jouw woning naar [verdachte] was gereden. Hoe
ging dit precies?
als verklaring van medeverdachte [medeverdachte] :
Onderweg vanaf mijn huis naar [verdachte] belde hij me of hij stuurde een bericht dat ik naar de
benzinepomp moest komen. Ik ben niet naar zijn huis gegaan. Onderweg naar [verdachte] moest ik
steeds foto's sturen van mijn navigatie. Over hoe laat ik er zou zijn. Dit heb ik via Signal
verstuurd.
als vraag van de verbalisanten:
Welke benzinepomp?
als verklaring van medeverdachte [medeverdachte] :
Net na [plaats] . We stonden bij de pompen en [verdachte] heeft daar getankt. [verdachte] ging achter
het stuur zitten van mijn auto. Ik hoorde [verdachte] zeggen: "ga maar daar" en hij wees naar de
Mercedes. [verdachte] heeft de navigatie op mijn telefoon ingesteld.
als vraag van de verbalisanten:
En dan?
als verklaring van medeverdachte [medeverdachte] :
We zijn in één keer naar [plaats] gereden. Op de parkeerplaats aangekomen heeft [verdachte]
mij aangewezen hoe ik de auto moest parkeren, de Mercedes dus. Ik moest de Mercedes
recht zetten van [verdachte] . Hij wenkte mij dat ik moest komen. Ik ben naar hem toe gelopen en [verdachte] zei dat ik mijn tas ook moest meenemen vanuit de Mercedes. Ik heb mijn tas gepakt en ben naar de Polo gelopen waar [verdachte] achter het stuur zat en ben bij hem ingestapt. We hadden zicht op de Mercedes. Toen kwam de witte auto er aan. [verdachte] stapte als bestuurder van mijn Polo uit en liep naar de witte auto. [verdachte] zei tegen mij dat ik moest wachten in de auto.
als vraag van de verbalisanten:
Tijdens dit hele verhoor heb je meerdere keren de naam [verdachte] genoemd. Wie bedoel je
hiermee?
als verklaring van medeverdachte [medeverdachte] :
In alle gevallen bedoel ik de man met wie ik ben aangehouden. De man die in mijn auto
reed en later in de Mercedes.
Bewijsoverweging
Het gerechtshof stelt voor een deel vast wat de rechtbank ook al in de bewijsoverweging heeft vastgesteld en vult die overweging van de rechtbank nader in en nader aan.
Op grond van de door het gerechtshof gehanteerde bewijsmiddelen stelt het gerechtshof vast dat de verdachte wetenschap heeft gehad van het aanwezig hebben en vervoeren van de in de Mercedes Citan aangetroffen cocaïne en dat daarmee sprake is van vol opzet op het vervoeren ervan.
Het gerechtshof heeft hierbij acht geslagen op de inhoud van de chatgesprekken tussen de verdachte en ene ` [naam] ', met name op de passages die hierboven in bewijsmiddel 10 zijn onderstreept door het gerechtshof. Die gesprekken begonnen om 13 juni 2023 om 18:26 uur met dat ‘ [naam] ’ schreef “rij rustig”, “Je rijdt t3 hard”, “Doe je knipperlicht uit”, Blijf van je tel af” en om 18:27: “Je heb daar 1.5mili”.
Het gerechtshof begrijpt hieruit dat verdachte in de gaten werd gehouden en rustig moest rijden, omdat hij iets bij zich had. De gesprekken gaan over ‘gekookte’, waarmee alleen cocaïne bedoeld kan zijn, en over waar verdachte en medeverdachte [medeverdachte] zich bevonden, hoe laat zij op de parkeerplaats in [plaats] aanwezig zouden zijn en hoe laat “de anderen” daar zijn en liepen door tot verdachtes aanhouding om ongeveer 6.45 uur op 14 juni 2023 toen verdachte werd betrapt met naar later bleek dertig kilo cocaïne in zijn auto.
Enkele van die onderstreepte passages maken daarnaast naar het oordeel van het gerechtshof duidelijk dat de verdachte (een deel van) de cocaïne kan “pakken” en “eruit halen”.
Het gerechtshof stelt daarnaast vast dat uit de hierboven weergegeven chatgesprekken blijkt van een gerichte, goed geregisseerde ontmoeting tussen de verdachte en de medeverdachte [medeverdachte] enerzijds en een of meer anderen op de parkeerplaats in [plaats] . Daarbij is het van zeer groot belang dat deze beide partijen zo precies mogelijk op dezelfde tijd op de parkeerplaats in [plaats] zijn. Benadrukt is letterlijk dat het om serieuze dingen gaat. Dergelijke communicatie is naar het oordeel van het gerechtshof helemaal niet passend bij de overdracht van een verkochte auto, waarover de verdachte heeft verklaard en waarover de medeverdachte [medeverdachte] pas heeft verklaard in het verhoor bij de raadsheer-commissaris. Dergelijke communicatie acht het gerechtshof daarentegen wél zeer passend bij een georganiseerde overdracht van cocaïne.
De verdachte heeft de medeverdachte [medeverdachte] in de Mercedes Citan laten rijden en heeft haar steeds instructies gegeven. Terwijl hij dat deed stond hij zelf in nauw contact stond met ' [naam] ', die de verdachte op de hoogte hield van de bewegingen van een andere partij.
Het gerechtshof stelt op basis hiervan vast dat het kennelijk de bedoeling van de verdachte is geweest om bij een georganiseerde ontmoeting een bepaalde hoeveelheid cocaïne af te leveren aan een of meer anderen.
Gelet op het bovenstaande acht het gerechtshof - evenals de rechtbank - de verklaring van de verdachte, voor zover inhoudende dat hij niet wist dat er cocaïne in de Mercedes
Citan zat en dat hij enkel ter plaatse was om de auto af te leveren, ongeloofwaardig. Dit laatste geldt ook voor de verklaring van de medeverdachte [medeverdachte] zoals afgelegd bij de raadsheer-commissaris, voor zover die inhoudt dat het de bedoeling is geweest ter plaatse een auto af te leveren.
Dat geen DNA-sporen van de verdachte zijn aangetroffen in de Mercedes Citan en dat
geen onderzoek is gedaan naar eventuele vingerafdrukken op het verpakkingsmateriaal van
de cocaïne, maakt bovengenoemd oordeel niet anders. Het ontbreken van DNA-sporen of vingerafdrukken van de verdachte hoeft niet te betekenen dat ook de wetenschap van de aanwezigheid van de drugs in de Mercedes Citan bij de verdachte ontbreekt, ook niet als wel onderzoek was gedaan naar vingerafdrukken op het verpakkingsmateriaal en de vingerafdrukken van de verdachte daarop niet waren aangetroffen. Het is immers niet onaannemelijk dat bij het plaatsen van de drugs in de verborgen ruimte handschoenen zijn gedragen of dat de drugs door een ander in de verborgen ruimte zijn gelegd.
Het door de verdediging aangevoerde vormverzuim, dat ziet op contaminatie van het verpakkingsmateriaal waarin de cocaïne is aangetroffen en/of het niet bewaren van dat verpakkingsmateriaal voor (tegen)onderzoek, mist daarom naar het oordeel van het gerechtshof relevantie voor de beoordeling van het bewijs.
Bewezenverklaring
Het gerechtshof acht op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 primair aan hem ten laste gelegde feit heeft begaan, te weten dat:
2, primairhij op 14 juni 2021 te [plaats] , gemeente [gemeente] , tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk heeft vervoerd en opzettelijk aanwezig heeft gehad 30 kilogram cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.
Het gerechtshof spreekt de verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard.
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde feit
Het bewezen verklaarde feit is strafbaar en levert, in de vorm van eendaadse samenloop van het vervoeren en het aanwezig hebben van 30 kilogram cocaïne, op:
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod.
Strafbaarheid van de verdachte
De verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat de verdachte niet strafbaar is.
Oplegging van straf
Bij het bepalen van de straf houdt het gerechtshof rekening met de aard en de ernst van het bewezen verklaarde feit, de omstandigheden waaronder dit feit is begaan en de persoon van de verdachte.
Met betrekking tot de aard en de ernst van het bewezen verklaarde feit heeft het gerechtshof in het bijzonder acht geslagen op:
Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft het gerechtshof in het bijzonder acht geslagen op:
de inhoud van het hem betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie van
24 juli 2026, waaruit met name blijkt dat hij eerder door een strafrechter onherroepelijk is veroordeeld ter zake van een soortgelijk strafbaar feit. Dit pleit in zijn nadeel, nu een eerdere bestraffing de verdachte er kennelijk niet van heeft weerhouden opnieuw een soortgelijk strafbaar feit te plegen. Daarnaast is hij veroordeeld voor een reeks andere strafbare feiten, welke veroordelingen eveneens onherroepelijk zijn;
de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, voor zover daarvan uit het onderzoek op de zitting in eerste aanleg en in hoger beroep is gebleken.
Het gerechtshof heeft wat betreft de op te leggen strafsoort en de hoogte van de straf aansluiting gezocht bij de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) en overweegt dat bij de bewezen verklaarde gedragingen in beginsel slechts volstaan kan worden met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De LOVS-oriëntatiepunten kennen als richtsnoer bij het vervoeren van de bewezen verklaarde hoeveelheid cocaïne de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van
50 maanden.
Bij het bepalen van de strafmaat heeft het gerechtshof voorts aansluiting gezocht bij de straffen die in gevallen vergelijkbaar met deze zaak - inclusief de weging van de persoonlijke omstandigheden van de verdachte - worden opgelegd.
Op grond van de ernst van het delict en de door het gerechtshof gehanteerde oriëntatiepunten voor straftoemeting acht het gerechtshof de door de raadsman bepleite oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van gelijke duur als het voorarrest dat de verdachte heeft ondergaan, in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf en een onvoorwaardelijke werkstraf, niet op haar plaats. Het gerechtshof acht de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 50 maanden in beginsel passend.
Het gerechtshof stelt echter vast dat de strafzaak in hoger beroep in het algemeen behoort te zijn afgerond met een einduitspraak binnen twee jaren nadat het hoger beroep is ingesteld, hetgeen in dit geval inhoudt dat de zaak op 17 april 2025 behoorde te zijn afgerond door het gerechtshof. Nu dit laatste niet het geval is geweest, is sprake van overschrijding van de redelijke termijn in de fase van het hoger beroep. Gelet op deze overschrijding van de redelijke termijn, ziet het gerechtshof aanleiding de onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 50 maanden, met aftrek van de periode die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht te verminderen zoals hieronder aangegeven.
Op grond van het bovenstaande en uit een oogpunt van normhandhaving en vergelding is passend en geboden de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 45 maanden, met aftrek van de periode die de verdachte heeft doorgebracht in voorarrest.
Gelet hierop zal het gerechtshof het verzoek van de raadsman tot opheffing van het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte niet toewijzen.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 van de Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.
In beslag genomen voorwerpen
Onttrekking aan het verkeer
Het onder 2 primair bewezen verklaarde feit is begaan met betrekking tot de onder de verdachte in beslag genomen hoeveelheid van 30 kilogram cocaïne. Deze cocaïne behoort de verdachte toe. Deze cocaïne wordt daarom verbeurdverklaard.
Verbeurdverklaring
Het onder 2 primair bewezen verklaarde feit is verder begaan met behulp van de onder de verdachte in beslag genomen auto. Deze auto, een Mercedes Citan, behoort de verdachte toe. Deze auto wordt daarom verbeurdverklaard.
Bij de verbeurdverklaring is rekening gehouden met de financiële draagkracht van de verdachte.
Teruggave
Ter zake van de onder het verdachte in beslag genomen geldbedrag van € 100,00 gelast het gerechtshof de teruggave daarvan aan de verdachte.
Wetsartikelen
De straf en bijkomende straf zijn gebaseerd op de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet en de artikelen 24, 33, 33a, 47 en 63 van het Wetboek van Strafrecht. Deze wettelijke voorschriften zijn toegepast zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 1 subsidiair en 1 meer subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 2 primair tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 2 primair bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 45 (vijfenveertig) maanden.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Verklaart verbeurd het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:
een auto, Mercedes Citan.
Beveelt de onttrekking aan het verkeer van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten: 30 kilogram cocaïne.
Gelast de teruggave aan de verdachte van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten: een geldbedrag van € 100,00.
Dit arrest is gewezen door mr. F.E.J. Goffin, mr. J. Hielkema en mr. L. Pieters, in aanwezigheid van de griffier H. Kingma en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 3 september 2026.
Mr. L. Pieters is niet in staat dit arrest te ondertekenen.