ECLI:NL:GHDHA:2025:2300

ECLI:NL:GHDHA:2025:2300, Gerechtshof Den Haag, 28-10-2025, 22-001836-24

Instantie Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak 28-10-2025
Datum publicatie 05-11-2025
Zaaknummer 22-001836-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Den Haag
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001903

Samenvatting

Veroordeling wegens opzettelijk aanwezig hebben van GHB voor eigen gebruik (art. 2 onder C Opiumwet). Geen onrechtmatige staandehouding of aanhouding. Toereikende grondslag voor het aannemen van een redelijk vermoeden dat de verdachte zich schuldig had gemaakt aan (een poging tot) diefstal dan wel aan heling van fiets. Taakstraf van 30 uur. Afwijzing van vorderingen tot tenuitvoerlegging van eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraffen en ISD-maatregel. Vervolg op https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:7538

Uitspraak

Vordering tenuitvoerlegging

Bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van 28 april 2022 onder parketnummer 10-105075-22 is de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 weken, met bevel dat die gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd onder de algemene voorwaarde dat de verdachte zich vóór het einde van de proeftijd van twee jaren niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

De rechtbank heeft de vordering tot tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf afgewezen.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd.

In hoger beroep is komen vast te staan dat de verdachte de genoemde algemene voorwaarde niet heeft nageleefd. De verdachte heeft immers het in de onderhavige strafzaak bewezenverklaarde feit begaan terwijl de hiervoor bedoelde proeftijd nog niet was verstreken.

Naar het oordeel van het hof zijn er echter termen aanwezig voor afwijzing van de vordering. Daarbij heeft het hof in aanmerking genomen de huidige persoonlijke omstandigheden van de verdachte en de omstandigheid dat de verdachte in deze zaak geruime tijd in voorarrest heeft gezeten, terwijl aan hem slechts een taakstraf van beperkte duur wordt opgelegd.

De vordering zal dan ook worden afgewezen.

Vordering tenuitvoerlegging

Bij arrest van het gerechtshof Den Haag van 23 mei 2023 onder rolnummer 22-001782-22 is de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 dagen, met bevel dat die gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd onder de algemene voorwaarde dat de verdachte zich vóór het einde van de proeftijd van twee jaren niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

De rechtbank heeft de vordering tot tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf afgewezen.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd.

In hoger beroep is komen vast te staan dat de verdachte de genoemde algemene voorwaarde niet heeft nageleefd. De verdachte heeft immers het in de onderhavige strafzaak bewezenverklaarde feit begaan terwijl de hiervoor bedoelde proeftijd nog niet was verstreken.

Naar het oordeel van het hof zijn er echter termen aanwezig voor afwijzing van de vordering. Daarbij heeft het hof in aanmerking genomen de huidige persoonlijke omstandigheden van de verdachte en de omstandigheid dat de verdachte in deze zaak geruime tijd in voorarrest heeft gezeten, terwijl aan hem slechts een taakstraf van beperkte duur wordt opgelegd.

De vordering zal dan ook worden afgewezen.

Vordering tenuitvoerlegging

Bij vonnis van de rechtbank Rotterdam van 14 december 2023 onder parketnummer 10-206707-23 is de verdachte veroordeeld tot een plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van 2 jaren, met bevel dat die plaatsing niet ten uitvoer zal worden gelegd onder de algemene voorwaarde dat de verdachte zich vóór het einde van de proeftijd van twee jaren niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

De rechtbank heeft de vordering tot tenuitvoerlegging van de plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders toegewezen.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd.

In hoger beroep is komen vast te staan dat de verdachte de genoemde algemene voorwaarde niet heeft nageleefd. De verdachte heeft immers het in de onderhavige strafzaak bewezenverklaarde feit begaan terwijl de hiervoor bedoelde proeftijd nog niet was verstreken.

Gelet echter op de actuele persoonlijke omstandigheden van de verdachte, de afwezigheid van recente justitiecontacten, de aard en relatief geringe ernst van het in deze zaak bewezenverklaarde feit en de verklaring van de reclasseringsmedewerker ter terechtzitting in hoger beroep (op grond waarvan het hof er niet van overtuigd is geraakt dat bij de huidige stand van zaken het tenuitvoerleggen van de ISD-maatregel passend en geboden is), acht het hof termen aanwezig om de vordering af te wijzen.

De vordering zal dan ook worden afgewezen.

Tevens acht het hof het om dezelfde redenen passend en geboden om – zoals eerder ook al is gebeurd in de zaak met parketnummer 10-105075-22 - de bijzondere voorwaarden die zijn gekoppeld aan de voorwaardelijk opgelegde plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders op te heffen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet en de artikelen 9, 22c en 22d van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 1, 3 primair en 3 subsidiair tenlastegelegde.

Vernietigt het vonnis waarvan beroep voor zover onderworpen aan het oordeel van het hof en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 2 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 30 (dertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 15 (vijftien) dagen hechtenis.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Gelast – voor zover deze nog niet zijn teruggegeven - de teruggave aan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- 1 STK Slijpmachine (Omschrijving: PL1500-2024038821-3089867, Groen, merk: Metabo);

- 4 STK Gereedschap (Omschrijving: PL1500-2024038821-3089870);

- 1 STK Slijpmachine (Omschrijving: PL1500-2024038821-3089885, Groen, merk: Metabo);

- 1 STK Boormachine (Omschrijving: PL1500-2024038821-3089887, Zwart, merk: Metabo);

- 1 STK Computer (Omschrijving: PL1500-2024038821-3089966, Phomemo);

- 1 STK Slijpmachine (Omschrijving: PL1500-2024038821-3089980, Werckmann);

- 1 STK Computer (Omschrijving: PL1500-2024038821-3090015);

- 1 STK Fiets Heren (Omschrijving: Elektrisch (fiets) PL1500-2024038821-3090533, Gsd);

- 1 STK Accu (Omschrijving: Accu van een fiets, PL1500-2024038821-3089955).

Wijst af de vordering van de officier van justitie van 25 maart 2024, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van 28 april 2022, parketnummer 10-105075-22, voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf.

Wijst af de vordering van de officier van justitie van 25 maart 2024, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij arrest van het gerechtshof Den Haag van 23 mei 2023, rolnummer 22-001782-22, voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf.

Wijst af de vordering van de officier van justitie van 24 april 2024, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de rechtbank Rotterdam van 14 december 2023, parketnummer 10-206707-23, voorwaardelijk opgelegde plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders.

Heft op de bijzondere voorwaarden zoals opgelegd bij de voorwaardelijk opgelegde plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders bij vonnis van de rechtbank Rotterdam van 14 december 2023, met parketnummer 10-206707-23.

Dit arrest is gewezen door mr. B.P. de Boer, als voorzitter, en mr. J.W. van den Hurk en mr. J.P.L.M. Remmerswaal, leden, in bijzijn van de griffier mr. J.H.M. Peusken.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 28 oktober 2025.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. J.W. van den Hurk
  • mr. J.P.L.M. Remmerswaal

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand