ECLI:NL:GHSHE:2025:2445

ECLI:NL:GHSHE:2025:2445, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 03-09-2025, 20-003119-24

Instantie Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak 03-09-2025
Datum publicatie 08-10-2025
Zaaknummer 20-003119-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Samenvatting

Diefstal door twee of meer verenigde personen. Verweer dat geen sprake is van het medeplegen van de winkeldiefstallen verworpen aan de hand van de uiterlijke verschijningsvorm van het handelen van de verdachte. Tevens toepassing van schakelbewijs.

Uitspraak

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 20 november 2024, in de strafzaak met parketnummer 02-230467-24 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1969,

wonende te [adres] .

Hoger beroep

Bij vonnis waarvan beroep heeft de politierechter de verdachte ter zake van diefstal door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 weken.

Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de politierechter zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, het tenlastegelegde bewezen zal verklaren en de verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van een maand.

Namens de verdachte is primair vrijspraak bepleit. Subsidiair is een strafmaatverweer gevoerd.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat de politierechter heeft volstaan met aantekening van de uitspraak op een aan het dubbel van de dagvaarding gehecht stuk, maar het hof gebonden is aan het motiveringsvoorschrift van artikel 359 van het Wetboek van Strafvordering.

Tenlastelegging

Het hof ziet omwille van de leesbaarheid aanleiding het feitencomplex, zoals dat ten laste is gelegd, te splitsen in twee feiten, zoals hieronder vermeld. De verdachte is hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

Aan de verdachte is – na splitsing van de tenlastelegging – tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 7 februari 2024 te Dongen tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meerdere levensmiddel(en) en/of een of meerdere schoonmaakmiddel(en), in elk geval enig goed, die/dat geheel of ten dele aan [benadeelde] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n), heeft weggenomen (telkens) met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen

en/of

hij op of omstreeks 9 februari 2024 te Dongen (telkens) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meerdere levensmiddelen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n), heeft weggenomen (telkens) met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 7 februari 2024 te Dongen tezamen en in vereniging met een ander levensmiddelen en een schoonmaakmiddel, die/dat aan [benadeelde] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen

en

hij op 9 februari 2024 te Dongen tezamen en in vereniging met een ander levensmiddelen, die aan [benadeelde] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

Bewijsmiddelen

Indien tegen dit verkorte arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het arrest. Deze aanvulling wordt dan aan dit arrest gehecht.

Bewijsoverwegingen

De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd.

Elk bewijsmiddel wordt – ook in zijn onderdelen – slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezenverklaarde feit, of die bewezenverklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

Door de verdediging is ten verwere betoogd dat geen sprake is van het medeplegen van de winkeldiefstallen, aangezien de rol van de verdachte onvoldoende is om van een nauwe en bewuste samenwerking te kunnen spreken.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt:

Uit de uiterlijke verschijningsvorm van het handelen van de verdachte zoals deze uit de bewijsmiddelen naar voren komt, te weten het:

volgt naar het oordeel van het hof dat de verdachte en de medeverdachte [medeverdachte] op 7 februari 2024 nauw en bewust hebben samengewerkt om goederen te stelen bij het [benadeelde] . De handelwijze van de verdachte en de medeverdachte [medeverdachte] op 9 februari 2024, zoals naar voren komt uit de bewijsmiddelen, vertoont dermate grote gelijkenis met de handelingen op 7 februari 2024, dat het hof wettig en overtuigend bewezen acht dat de verdachte ook op 9 februari 2024 de winkeldiefstal in vereniging met de medeverdachte heeft gepleegd.

Het andersluidende verweer wordt verworpen. Hetgeen de verdediging overigens nog heeft aangevoerd, leidt niet tot andere oordelen dan hier gegeven.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert telkens op:

diefstal door twee of meer verenigde personen.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. De feiten zijn strafbaar.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.

Op te leggen sanctie

Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

Naar het oordeel van het hof kan gelet op de ernst van het bewezenverklaarde in de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd, niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming voor de hierna te vermelden duur met zich brengt.

Het hof sluit voor de bepaling van de straf aan bij straffen die door dit hof in gevallen vergelijkbaar met het onderhavige worden opgelegd.

In hetgeen door de raadsman is aangevoerd omtrent de persoonlijke omstandigheden van de verdachte ziet het hof onvoldoende aanleiding om te komen tot een voorwaardelijke gevangenisstraf al dan niet in combinatie met een taakstraf, zoals door de raadsman bepleit. Het hof heeft daarbij met name in aanmerking genomen de omstandigheid dat de verdachte herhaaldelijk is veroordeeld voor vermogensdelicten, hetgeen blijkt uit het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 28 april 2025.

Het hof acht de oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van een maand passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 57, 63 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) maand.

Aldus gewezen door:

mr. A.J.M. van Gink, voorzitter,

mr. P.J. Hödl en mr. P.J.D.J. Muijen, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. R.J. Gras en mr. R. Goevaerts, griffiers,

en op 3 september 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mr. P.J.D.J. Muijen is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. A.J.M. van Gink

Griffier

  • mr. R.J. Gras en mr. R. Goevaerts

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand