ECLI:NL:OGAACMB:2025:37

ECLI:NL:OGAACMB:2025:37, Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 03-02-2025, AUA202400417

Instantie Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba
Datum uitspraak 03-02-2025
Datum publicatie 29-04-2025
Zaaknummer Sint Maarten en van Bonaire
Rechtsgebied Bestuursrecht; Ambtenarenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 6 zaken
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537

Samenvatting

ingangsdatum bevordering

Uitspraak

HET GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA

[Klager],

DE GOUVERNEUR VAN ARUBA,

Uitspraak van 3 februari 2025

Gaza nr. AUA202400417

UITSPRAAK

op het bezwaar in de zin van

de Landsverordening ambtenarenrechtspraak (La) van:

wonende in Aruba,

KLAGER,

gemachtigde: de advocaat mr. R.P. Lee,

tegen:

zetelend in Aruba,

VERWEERDER,

gemachtigde: mr. A.F.J. Caster (DWJZ).

PROCESVERLOOP

In het landsbesluit van 15 december 2023 no. 1 (bestreden landbesluit) heeft verweerder klager met ingang van 1 maart 2020 bevorderd naar de functie van beveiligingsmedewerker (schaal 6, dienstjaar 11). Dit besluit is op 22 januari 2024 aan klager uitgereikt.

Hiertegen heeft klager op 9 februari 2024 bezwaar gemaakt bij dit gerecht.

Verweerder heeft op 27 september 2024 stukken ingediend en op 4 oktober 2024 een contramemorie.

Het gerecht heeft de zaak behandeld op de zitting van 7 oktober 2024. Klager is verschenen bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Het gerecht heeft klager in de gelegenheid gesteld om na de zitting nog te reageren op het aantal door verweerder genoemde arbeidsongeschiktheidsdagen in de beoordelingsperiode. Klager heeft van die mogelijkheid gebruik gemaakt op 4 november 2024. Verweerder heeft hierop gereageerd in een brief van 18 november 2024.

Het onderzoek is vervolgens gesloten.

De uitspraak is bepaald op heden.

OVERWEGINGENWat ging er aan het bestreden landsbesluit vooraf?

In het bestreden landsbesluit heeft verweerder het aantal arbeidsongeschiktheidsdagen van klager, te weten 181, niet genoemd. Dit aantal heeft verweerder wel genoemd in de contramemorie die vlak voor de zitting is ingestuurd. Dat de anciënniteitsperiode één jaar is, dat de arbeidsongeschiktheid van klager in dat jaar 181 dagen is en dat de bevordering wegens arbeidsongeschiktheid als gevolg daarvan 181 minus 22,5 dagen wordt opgeschort, heeft verweerder op de zitting pas uiteengezet. Klager is vervolgens in de gelegenheid gesteld om alsnog te reageren op het genoemde aantal arbeidsongeschiktheidsdagen.Wat vindt het gerecht?

6 Ingevolge artikel 13, eerst lid van de Landsverordening materieel ambtenarenrecht geschieden aanstelling en bevordering, voor zover daaromtrent regelen zijn vastgesteld, overeenkomstig deze regelen.

Ingevolge artikel 4, eerste lid, van de Bezoldigingsregeling Aruba dient de ambtenaar om in aanmerking te kunnen komen voor een bevordering, aan de voor de desbetreffende betrekking bedoelde eisen te voldoen en voorts voor de vervulling van die betrekking geschikt en bekwaam te worden geacht.

7. Klagers primaire standpunt dat hij met terugwerkende kracht een hoger salaris had moeten krijgen op het moment van zijn aanstelling, met als gevolg dat hij al in 2009 voor bevordering naar schaal 6 in aanmerking zou komen, slaagt niet. Klager had, als hij het niet eens was met zijn bezoldiging ten tijde van zijn aanstelling, daartegen bezwaar moeten maken. Hij kan, in het kader deze bezwaarprocedure, zijn aanvangssalaris niet meer veranderen.

8. In het geval van klager geldt dat hij voor een bevordering van schaal 5 naar schaal 6 ruimschoots aan het anciënniteitsvereiste voldoet, omdat hij al jarenlang in dienst is bij het CEA. Klager is echter niet eerder bevorderd, omdat hij zoveel ziek is geweest dat hij niet beoordeeld kon worden op zijn functioneren. Uit de hiervoor genoemde uitspraak van de Raad van Beroep in ambtenarenzaken volgt dat de periode waarin klager niet beoordeeld kon worden vanwege zijn arbeidsongeschiktheid zich uitstrekt tot in elk geval de periodes 1 september 2009 tot 1 september 2011 en vanaf 2011 tot en met 15 februari 2018. Dit staat in rechte vast, nu het daartoe strekkende besluit van 13 augustus 2018 door de uitspraak van de Raad van Beroep onaantastbaar is geworden.

Klager heeft in deze procedure verschillende mogelijke bevorderingsdata genoemd die liggen vóór 15 februari 2018. In zijn schriftelijke reactie van 4 november 2024, waarin klager uitsluitend mocht reageren op het door verweerder vastgestelde aantal arbeidsongeschiktheidsdagen van 181 dagen, heeft klager opnieuw bezwaren geformuleerd tegen het bestreden landsbesluit die ertoe moeten leiden dat hij met een eerdere ingangsdatum bevorderd wordt naar schaal 6. Het gerecht neemt deze reactie niet mee in zijn beoordeling, omdat de extra termijn om te reageren niet bedoeld was om nog nieuwe gronden te formuleren. Door opnieuw gronden te formuleren na afloop van de zitting, heeft klager gehandeld in strijd met de gemaakte afspraken op de zitting en daarmee in strijd met de goede procesorde. Overigens gaan deze gronden eraan voorbij dat het besluit van 13 augustus 2018, zoals hiervoor uiteengezet, in rechte onaantastbaar is.

Het gaat er dus uitsluitend om of verweerder, nadat klager voor het eerst over een beoordelingsperiode een positieve beoordeling heeft gehad op zijn functioneren, hem op goede gronden niet eerder dan per 1 maart 2020 heeft bevorderd.

Het gerecht beantwoordt deze vraag bevestigend. Voor zover klager de beoordelingsperiode betwist wordt verwezen naar de uitspraak van de Raad van Beroep in ambtenarenzaken in combinatie met het feit dat klager gedurende de periode van 18 februari 2017 tot 6 januari 2019 (dat is 688 dagen) ziek is geweest. Verweerder heeft er gelet daarop voor kunnen kiezen om klagers functioneren in de periode van 1 september 2018 tot 1 september 2019 als uitgangspunt te nemen. Daarbij is verweerder welwillend geweest, omdat het functioneren van klager ook in die periode vanwege ziekte niet geheel beoordeeld kon worden.

Klager heeft het aantal arbeidsongeschiktheidsdagen van 181 dagen in de beoordelingsperiode verder niet betwist. Verweerder heeft, conform de eigen beleidslijn, waarvan de juistheid is bevestigd door de Raad van Beroep in ambtenarenzaken (zie de uitspraken van 1 maart 2023, ECLI:NL:ORBAACM:2023:22, en 31 mei 2023, ECLI:NL:ORBAACM:2023:34), op het aantal arbeidsongeschiktheidsdagen een periode van 22,5 dagen in mindering gebracht. Het aantal dagen dat resteert, is het aantal dagen waarmee de bevordering, die anders zou ingaan per 1 september 2019, wordt uitgesteld. Vanwege het forse ziekteverzuim van klager, komt klager afgerond niet eerder dan per 1 maart 2020 voor de bevordering naar schaal 6 in aanmerking. Verweerder heeft op goede gronden deze datum aangehouden.

9 Gelet op het vorenstaande is het gerecht van oordeel dat het bezwaar ongegrond dient te worden verklaard. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De rechter in dit gerecht:

- verklaart het bezwaar ongegrond.

Deze beslissing is gegeven door mr. W.C.E. Winfield, rechter in ambtenarenzaken, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 3 februari 2025, in tegenwoordigheid van de griffier.

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen hoger beroep instellen bij de Raad van beroep in ambtenarenzaken. Daarbij dient de volgende termijn in acht te worden genomen:

Het beroepschrift moet worden ingediend bij:

De griffie van de Raad van Beroep in ambtenarenzaken

J.G. Emanstraat 51

Oranjestad

Aruba

U wordt verzocht bij het indienen van het beroepschrift het volgende in acht te nemen:

1. Leg bij het beroepschrift een afschrift over van deze uitspraak;

2. Onderteken het beroepschrift en vermeld het volgende:

a. de naam en het adres van de indiener of de gemachtigde,

b. de datum van ondertekening,

c. waartegen u in hoger beroep komt,

d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).

Voor het instellen van hoger beroep is geen griffierecht verschuldigd.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. W.C.E. Winfield

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand