ECLI:NL:OGEAA:2025:285

ECLI:NL:OGEAA:2025:285, Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 10-09-2025, A.R.AUA202500494

Instantie Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak 10-09-2025
Datum publicatie 22-10-2025
Zaaknummer A.R.AUA202500494
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig

Samenvatting

Civiel. Vordering verjaard.

Uitspraak

Vonnis van 10 september 2025

Behorend bij A.R. AUA202500494

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS

in de zaak van:

de vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

JAWA MAXIMUM AUTO CENTER V.B.A., h.o.d.n. JM Auto Leasing,

te Aruba,

eiseres,

hierna te noemen: JM,

gemachtigde: voorheen mr. G.J. Scheper, thans de advocaat mr. R. Marchena,

tegen:

[Gedaagde],

te Aruba,

gedaagde,

hierna te noemen: [gedaagde],

procederend in persoon.

1. DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het inleidend verzoekschrift met producties van 19 februari 2025;

- het antwoord van [gedaagde] van 7 mei 2025;

- het tussenvonnis in deze zaak van 4 juni 2025.

Bij voormeld tussenvonnis is een comparitie van partijen gelast die heeft plaatsgevonden op 2 september 2025. [Gedaagde] is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

De vordering was tevens tegen [betrokkene] (hierna: [betrokkene]) ingesteld. [Betrokkene] is ter comparitie verschenen en heeft aldaar met JM een regeling bereikt.

Voor wat betreft de vordering tegen [gedaagde] is vonnis bepaald.

2. DE VORDERING EN BEOORDELING

Gedaagde] en [betrokkene] hebben op 12 juni 2016 een auto gekocht bij JM. Deze auto is deels in contanten betaald en deels door inbreng van de oude auto van [betrokkene]. [Betrokkene] en [gedaagde] hebben bij het aangaan van de koopovereenkomst verklaard dat deze auto vrij van schulden was. Nadat was gebleken dat de auto toch met een schuld van Afl. 5.492,50 was bezwaard, heeft JM deze schuld op 21 juni 2016 voldaan.

JM vordert in deze procedure dat [gedaagde] (hoofdelijk met [betrokkene]) wordt veroordeeld tot betaling aan haar van Afl. 17.372,12, binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis te betalen en te vermeerderen met buitengerechtelijke kosten. Dit bedrag bestaat uit de door JM betaalde schuld van Afl. 5.492,50, vermeerderd met (met [betrokkene] overeengekomen) rente, boeterente en incassokosten.

Gedaagde] heeft in haar antwoord aangevoerd dat zij jarenlang niets van de gestelde schuld had vernomen. Het Gerecht begrijpt dat zij zich aldus op verjaring beroept. Dit beroep slaagt.

JM legt aan haar vordering ten grondslag dat sprake is van ‘dwaling, bedrog, misleiding dan wel verkeerde veronderstelling van zaken’ en van wanprestatie of onrechtmatige daad en dat zij daarom schadevergoeding vordert. Een rechtsvordering tot schadevergoeding verjaart door verloop van vijf jaren na de aanvang van de dag, volgend op die waarop JM zowel met de schade als met de daarvoor aansprakelijke persoon bekend is geworden. Dat was blijkens de overgelegde stukken in elk geval op 21 juni 2016. Noch uit de stellingen van JM, noch uit de overgelegde producties blijkt dat na dit moment contact met [gedaagde] is geweest en dat zij voorafgaand aan het inleidend verzoek van 19 februari 2025 tot betaling is aangesproken. De gestelde betalingsregelingen zijn enkel met [betrokkene] aangegaan. Ook tijdens de comparitie (waar het verjaringsverweer is besproken) heeft JM niets aangedragen waaruit blijkt dat [gedaagde] eerder om betaling is gevraagd. Omdat de hoofdelijke aansprakelijkheid van [gedaagde] en [betrokkene] er niet aan afdoet dat sprake is van te onderscheiden vorderingsrechten van JM jegens enerzijds [gedaagde] en anderzijds [betrokkene] en zij zich beiden kunnen beroepen op verweermiddelen die de verbintenis zelf betreffen (de verjaring van die verbintenis daaronder begrepen), kan JM de stuiting van de verjaring slechts inroepen jegens degene aan wie zij een stuitingshandeling heeft uitgebracht. Dat is in dit geval [betrokkene]. Nu niet is gesteld of gebleken dat ook de verjaring van de rechtsvordering van JM jegens [gedaagde] tijdig is gestuit, staat vast dat deze vordering is verjaard.

Het voorgaande brengt mee dat de vordering zal worden afgewezen. JM zal als de in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de kosten van het geding. Deze kosten worden aan de zijde van [gedaagde] tot op heden begroot op nihil.

3. DE UITSPRAAK

Het Gerecht:

wijst het gevorderde af;

veroordeelt JM in de kosten van het geding, aan de zijde van [gedaagde] tot op heden begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. T.A.M. Tijhuis, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 10 september 2025 in aanwezigheid van de griffier.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. T.A.M. Tijhuis

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand