GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
Zaaknummer: CUR202404204
Vonnis van 1 december 2025
in de zaak van
[eiser],
wonende in [woonplaats], eiser in conventie, verweerder in reconventie,
hierna: [eiser], gemachtigde: mr. S.A.T. Ayubi- Haakmeester, voorheen mr. V.J. Meulen,
tegen
[gedaagde],
zonder bekende woon- of verblijfplaats in [woonplaats],
gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, hierna: [gedaagde],
gemachtigde: mr. D.I.E.I. Lichtenberg, voorheen mr. E.A. Knoppel.
1. Het procesverloop
Het procesverloop blijkt uit:
het verzoekschrift van [eiser] van 3 december 2024, met producties,
de conclusie van antwoord, tevens van eis in reconventie van
[gedaagde] van 30 juni 2025,
producties van de zijde van [eiser] van 6 oktober 2025,
de mondelinge behandeling van 8 oktober 2025, waarbij de conclusie van antwoord in reconventie is overgelegd, met aangehecht de eerder overgelegde producties,
de mondelinge behandeling van 13 oktober 2025, waarbij pleitnota’s zijn overgelegd.
Vonnis is bepaald op vandaag.
2. Waar gaat de zaak over?
Partijen hebben een affectieve relatie gehad. Ze hebben een geschil over de financiële afwikkeling van de opbrengst van de woning die hun gemeenschappelijk eigendom was.
3. De feiten
Partijen hebben een affectieve relatie gehad. Zij hebben op 22 oktober 2018 een woning gekocht op het adres [naam adres] (hierna: de woning) voor een koopprijs van USD 320.000. De aankoopkosten bedroegen USD 29.894,05. Partijen werden ieder voor de onverdeelde helft eigenaar van de woning. [eiser] heeft daarvan 317.894,05 voldaan en [gedaagde] USD 32.000.
Partijen zijn in de woning gaan wonen. Nadat zij begin 2021 uit elkaar zijn gegaan, is [eiser] in de woning blijven wonen.
In een kort geding vonnis van 15 december 2022 van dit Gerecht is voor zover hier van belang bepaald dat de woning dient te worden verkocht en dat van de netto-opbrengst aan elk van partijen bij wijze van voorschot USD 40.000 dient te worden uitgekeerd.
De woning is op 25 april 2024 verkocht voor USD 659.000 en USD 8.475 voor de meubels. De netto-opbrengst van de woning na aftrek van belastingen, de notaris-, makelaars- en taxatiekosten bedraagt USD 630.791,52.
4. De vorderingen in conventie en in reconventie
eiser] vordert in conventie bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
(i) de verkoopprijs van de woning [naam adres] van USD 659.000 na aftrek van belastingen, notaris- en makelaarskosten, resteert USD 629.187,68, te verdelen in die zin dat [eiser] 90% van de opbrengst toekomt USD 566.268,91 minus het reeds ontvangen voorschot van USD 40.000 = USD 526.268,91 en aan [gedaagde] USD 62.918,77 minus USD 40.000 = USD 22.918,77,
(ii) [gedaagde] te bevelen om USD 4.439,99 aan [eiser] te voldoen ter zake de investeringen in de woning,
(iii) [gedaagde] te veroordelen in de proceskosten.
gedaagde] vordert in reconventie, uitvoerbaar bij voorraad,
primair:
( a) voor recht te verklaren dat de opbrengst uit de verkoop van de woning bij helfte verdeeld moet worden tussen partijen, in die zin dat aan [gedaagde] USD 314.500 wordt toebedeeld,
( b) [eiser] te veroordelen om aan [gedaagde] te betalen USD 41.112 ter zake de gebruiksvergoeding vermeerderd met de wettelijke rente vanaf iedere termijn,
( c) met veroordeling van [eiser] in de proceskosten.
subsidiair:
( a) [eiser] te veroordelen om aan [gedaagde] te voldoen USD 42.900 ter zake het restdeel van de koopsom, vermeerderd met een bedrag ter zake kosten en werkzaamheden van USD 81.389, alles te vermeerderen met de wettelijke rente,
( b) veroordeling van [eiser] in de proceskosten.
5. De beoordeling in conventie en in reconventie
Inleiding
Partijen hadden een affectieve relatie. Ze woonden samen zonder dat zij een samenlevingsovereenkomst hadden gesloten. Zij hebben een woning gekocht die aan hen beiden is geleverd. Tussen partijen is niet in geschil dat [eiser] bij aankoop een grotere financiële investering in de woning heeft gedaan dan [gedaagde]. [eiser] stelt dat hij jegens [gedaagde] ter zake een vergoedingsrecht heeft, in die zin dat aan hem 90% van de opbrengst van de woning toekomt.
Juridisch kader
Ten aanzien van de woning is sprake van een eenvoudige gemeenschap in de zin van artikel 3:166 BW. Uit artikel 3:166 lid 2 BW volgt dat aan elk van partijen de helft van de waarde van woning toekomt.
De opbrengst van de woning na aftrek van de verkoopkosten is
USD 630.791,52. In beginsel komt elk van partijen de helft van de netto opbrengst toe: USD 315.395,76. Partijen hebben naar aanleiding van genoemd kort geding vonnis ieder een voorschot van USD 40.000 uit de opbrengst ontvangen.
Komt aan [eiser] een vergoedingsrecht toe?
Het Gerecht stelt voorop dat de vermogensrechtelijke verhouding tussen partners die op basis van een affectieve relatie samenwoonden, zoals in deze zaak aan de orde, de zogenoemde informeel samenlevenden, niet wordt bepaald door de regels die in de titels 6-8 van Boek 1 BW voor echtgenoten en geregistreerd partners zijn opgenomen. Die regels lenen zich niet voor overeenkomstige toepassing op de verhouding tussen informeel samenlevenden.
Wel bepaalt artikel 1:87a BW dat als twee personen hebben samengeleefd alsof ze gehuwd waren artikel 1:87 BW van overeenkomstige toepassing is. In dat artikel is bepaald dat indien een echtgenoot ten laste van het vermogen van de andere echtgenoot een goed dat tot zijn vermogen zal behoren, verkrijgt of verbetert, voor de eerstgenoemde echtgenoot een plicht tot vergoeding ontstaat. Die situatie is hier echter niet aan de orde, omdat het hier niet gaat om een vermogensverschuiving tussen de privévermogens van de partners, maar van privé naar de (eenvoudige) gemeenschap.
Een beroep op artikel 3:172 BW
eiser] heeft ter zake een beroep gedaan op artikel 3:172 BW. Volgens hem volgt uit dit artikel dat aan hem een vergoedingsrecht toekomt.
Artikel 3: 172 BW houdt, voor zover hier van belang in: Tenzij een regeling anders bepaalt, delen de deelgenoten naar evenredigheid van hun aandelen in de vruchten (…) en moeten zij in dezelfde evenredigheid bijdragen tot de uitgaven die voortvloeien uit handelingen die bevoegdelijk ten behoeve van de gemeenschap zijn verricht. Daarbij moet het gaan om handelingen, verricht ten behoeve van onderhoud en instandhouding van het gemeenschappelijk goed. De Hoge Raad heeft in zijn arrest overwogen: Ook artikel 3:172 BW houdt niet in dat indien een goed toebehoort aan informeel samenwoners gezamenlijk, en de ene partner aan de financiering van de aankoop van dat goed heeft bijgedragen voor een groter deel dan zijn aandeel in het goed, die partner jegens de ander een vergoedingsrecht heeft. Artikel 3:172 BW houdt in, voor zover hier van belang, dat deelgenoten naar evenredigheid moeten bijdragen tot de uitgaven die voortvloeien uit handelingen die bevoegdelijk ten behoeve van de gemeenschap zijn verricht. Daarbij moet het gaan om handelingen, verricht ten behoeve van instandhouding van het gemeenschappelijk goed. (…) Op basis van dit artikel komt aan [eiser] dan ook geen vergoedingsrecht toe terzake -kort samengevat- zijn (grotere) financiële investering bij de aanschaf van de woning.
eiser] heeft met een beroep op dit artikel ook een vergoeding gevorderd van
kosten terzake van onderhoud en reparatiewerkzaamheden van de woning die door hem zijn becijferd op USD 45.000.
Nu partijen niet anders zijn overeengekomen, moeten zij op grond van artikel 3:172 BW naar evenredigheid bijdragen tot de uitgaven die voortvloeien uit handelingen welke bevoegdelijk ten behoeve van de gemeenschap zijn verricht. Wanneer een deelgenoot (bevoegdelijk) de schuld uit eigen middelen voldoet, heeft hij een regresvordering op alle deelgenoten (bij eenvoudige gemeenschap) en wel voor het hen aangaande deel. Ingevolge artikel 3:170 BW kunnen handelingen dienende tot gewoon onderhoud of tot behoud van een gemeenschappelijk goed door ieder der deelgenoten zo nodig zelfstandig worden verricht en geschiedt voor het overige het beheer door de deelgenoten tezamen, tenzij een regeling anders bepaalt. Tot andere handelingen betreffende een gemeenschappelijk goed zijn uitsluitend de deelgenoten tezamen bevoegd.
Verbouwingskosten
Voor zover [eiser] zich beroept op een regresrecht op [gedaagde] ten aanzien van verbouwingskosten betekent dit dat [eiser] niet op deze grondslag een vergoedingsrecht toekomt betreffende de kosten voor verbouwing en woningverbetering, nu niet is gesteld of gebleken dat [gedaagde] daarmee heeft ingestemd.
Onderhoudskosten woning
Voor zover [eiser] kosten heeft gemaakt die zien op onderhoudskosten ter behoud van de woning komt op basis van genoemd artikel aan [eiser] een vergoedingsrecht toe. [eiser] heeft een productie overgelegd waarbij hij kosten opvoert tot een totaalbedrag van USD 44.399,90. [gedaagde] heeft de bedragen betwist.
Er heeft geen uitsplitsing plaatsgevonden naar kosten terzake woningverbetering en kosten voor regulier onderhoud. Het Gerecht stelt het bedrag aan onderhoudskosten op USD 10.000 waarvan de helft voor rekening van [gedaagde] komt.
Ongerechtvaardigde verrijking?
Voor zover de [eiser] zijn vordering baseert op ongerechtvaardigde verrijking van [gedaagde] doordat zij kosten heeft bespaard en heeft geprofiteerd van de waardevermeerdering en [eiser] is verarmd doordat hij verbouwingskosten heeft gemaakt, overweegt het hof als volgt. [eiser] heeft onvoldoende duidelijk gemaakt dat [gedaagde] ongerechtvaardigd is verrijkt ten koste van hem. Niet gesteld of gebleken is dat de aanpassingen/verbouwingen noodzakelijk waren en dat partijen deze kosten sowieso hadden moeten maken.
Redelijkheid en billijkheid?
Ten slotte stelt [eiser] dat hem op grond van de redelijkheid en billijkheid een vergoedingsrecht toekomt. [eiser] meent dat hij met de stelling dat [gedaagde] nauwelijks heeft bijgedragen aan de aankoop en niets aan de latere investeringen voldoende bijzondere feiten en omstandigheden heeft gesteld die naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid meebrengen dat hij een vergoedingsrecht heeft ten opzichte van de [gedaagde]. Gelet op wat hiervoor is overwogen gaat die stelling niet op en verder heeft [eiser] niets aangevoerd om het beroep op de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid, dat slechts in uitzonderlijke gevallen slaagt, te honoreren. Hierbij speelt een rol dat partijen bij de koop van de woning eenvoudig hadden kunnen vastleggen dat zij een andere eigendomsverhouding van de woning wensten of zij hadden in een overeenkomst afspraken terzake van de woning en de kosten daarvan kunnen vastleggen. Ook op grond van de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid komt aan [eiser] geen vergoedingsrecht toe.
Het voorgaande leidt ertoe dat aan [gedaagde] de helft van de opbrengst van de woning toekomt minus het reeds verstrekte voorschot betekent dat een bedrag van 630.791,52:2 minus 40.000= USD 275.395,76. De door [gedaagde] gevorderde verklaring voor recht zal in die zin worden gegeven.
Gebruiksvergoeding
eiser] is in de woning blijven wonen met uitsluiting van [gedaagde]. [gedaagde] vraagt daarvoor een gebruiksvergoeding. Zij berekend deze aldus dat [eiser] aan haar verschuldigd is 4% van de helft van de marktwaarde van de woning ad
USD 685.000 = USD 27.400 per jaar en USD 2.284 per maand, waarvan de helft aan haar toekomt + USD 1.142 per maand. [eiser] is alleen in de woning verbleven van januari 2021 tot en met januari 204 = 36 maal USD 1.142 =USD 41.112.
Het Gerecht overweegt als volgt. De gebruiksvergoeding is een vergoeding voor het gemis van gebruik en genot van een gezamenlijke zaak, zoals hier de woning, door een van de mede-eigenaren. Er is geen wettelijke regeling die de hoogte van de gebruiksvergoeding bepaalt. Partijen hebben geen afspraak gemaakt over het betalen van een gebruiksvergoeding. Dat leidt ertoe dat gebruiksvergoeding in redelijkheid wordt bepaald.
Vaststaat dat [eiser] de woning 36 maanden bij uitsluiting van [gedaagde] heeft bewoond. [eiser] heeft onweersproken gesteld dat hij de woning niet enkel heeft bewoond, maar ook heeft verfraaid, onderhouden en beveiligd, waardoor de overwaarde is toegenomen. [gedaagde] heeft sinds haar vertrek geen bijdrage geleverd aan de eigenaarslasten, belastingen of onderhoud. Anderzijds staat vast dat [eiser] [gedaagde] de toegang tot de woning heeft ontzegd. [gedaagde] heeft elders woonruimte moeten huren. Zij heeft een kort geding aanhangig moeten maken om [eiser] te dwingen tot verkoop. Het Gerecht ziet in het vorenstaande aanleiding de gebruiksvergoeding vast te stellen op USD 500 per maand, gedurende 36 maanden, waarvan de helft aan [gedaagde] toekomt = USD 9.000.
Conclusie
Het voorgaande leidt ertoe dat de vorderingen van [eiser] in conventie grotendeels worden afgewezen. Slechts de vordering onder (ii) wordt toegewezen. [gedaagde] zal worden veroordeeld aan [eiser] te betalen een bedrag van USD 4.439,99 ter zake de investeringen in de woning, nu dit het bedrag is wat is gevorderd. In reconventie zal een verklaring voor recht worden afgegeven dat aan [gedaagde] de helft van de opbrengst van de woning toekomt. Bij betaling zal uiteraard rekening moeten worden gehouden met het reeds verstrekte voorschot.
[eiser] zal terzake de gebruiksvergoeding worden veroordeeld tot USD 9.000 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf iedere termijn.
Proceskostenveroordeling
Het gerecht bepaalt dat elke partij zijn eigen kosten moet dragen vanwege de aard van de zaak (afwikkeling affectieve relatie).
Uitvoerbaar bij voorraad
De veroordelingen in deze uitspraak gaan meteen in en kunnen ook ten uitvoer worden gelegd als een van de partijen een rechtsmiddel tegen deze beslissing instelt.
6. De beslissing in conventie en in reconventie
Het gerecht:
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiser] van USD 4.439,99,
verklaart voor recht dat de opbrengst uit de verkoop van de woning (USD 630.791,52) bij helfte verdeeld moet worden tussen partijen, in die zin dat aan [gedaagde] USD 315.395,76 wordt toebedeeld,
veroordeelt [eiser] om aan [gedaagde] te betalen USD 9.000 ter zake de gebruiksvergoeding vermeerderd met de wettelijke rente vanaf iedere termijn,
bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt;
verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af wat verder is gevorderd.
Dit vonnis is gewezen door mr. I Tubben, rechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.