ECLI:NL:OGHACMB:2025:278

ECLI:NL:OGHACMB:2025:278, Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 19-11-2025, AUA2025H00097

Instantie Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba
Datum uitspraak 19-11-2025
Datum publicatie 19-11-2025
Zaaknummer Sint Maarten en van Bonaire
Rechtsgebied Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Procedure Bodemzaak
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 2 zaken
Aangehaald door 1 zaken

Verwijst naar

Aangehaald door

Samenvatting

Niet-ontvankelijkheid bezwaar i.v.m. termijnoverschrijding. De minister mocht de primaire beschikking per e-mail bekendmaken. Toepassing ontvangsttheorie. Bevestiging uitspraak van het Gerecht..

Uitspraak

Mocht de minister de primaire beschikking per e-mail verzenden?

3. Appellant betoogt dat er geen wettelijke grondslag is voor bekendmaking van beschikkingen per e-mail. Het Hof volgt appellant hierin niet. In de Lar en de Bouw- en woningverordening is niet expliciet bepaald dat een primaire beschikking op een digitale manier mag worden bekendgemaakt. In die verordeningen is echter ook niet bepaald dat een primaire beschikking fysiek moet worden toegezonden of uitgereikt. De minister heeft appellant in het aanvraagformulier de optie gegeven om te communiceren langs digitale weg. Daarin staat namelijk: “Bij het vermelden van een e-mailadres gaat de aanvrager akkoord met het digitaal ontvangen van de documenten die betrekking hebben op de bouwaanvraag […].” Het Hof leidt uit het aanvraagformulier af dat appellant er ook voor had kunnen kiezen om zijn e-mailadres niet te vermelden. Gelet op het voorgaande heeft het Gerecht terecht overwogen dat de minister de primaire beschikking per e-mail bekend mocht maken, omdat appellant daar toestemming voor heeft gegeven door het invullen van zijn e-mailadres op het aanvraagformulier.

Heeft appellant de primaire beschikking ontvangen?

4. Appellant betoogt verder dat hij de e-mail van 19 juli 2023 niet heeft ontvangen. Dit betoog slaagt niet. Het Gerecht heeft terecht overwogen dat de minister aannemelijk heeft gemaakt dat de primaire beschikking naar het e-mailadres van appellant is verzonden en daaruit volgt een vermoeden dat appellant de beschikking op 19 juli 2023 heeft ontvangen. Het Gerecht heeft ook terecht overwogen dat appellant dit vermoeden niet heeft weerlegd. Het Hof gaat hieronder nader in op de verzending en de ontvangst van de primaire beschikking op 19 juli 2023.

De minister heeft de verzending aannemelijk gemaakt

Dat de e-mail op 19 juli 2023 door de DOW naar appellant is verzonden, volgt ten eerste uit het door de minister overgelegde afschrift van de e-mail van 19 juli 2023. Daarin staat: “To:”, gevolgd door het e-mailadres van appellant. Ook staat daarin: “Sent: Wednesday, July 19, 2023 10:34 AM”. Deze informatie verschijnt alleen op een e-mailbericht als het verzonden is. Verder is van belang dat niet in geschil is dat er eerder communicatie is geweest tussen appellant en de DOW via het gebruikte e-mailadres. Appellant heeft ook niet aangevoerd dat de DOW een verkeerd e-mailadres zou hebben gebruikt. Het overzicht van het IT-systeem is bij deze beoordeling niet van doorslaggevende betekenis. Daarin staat namelijk niet naar welk e-mailadres de berichten zijn verzonden. In dit overzicht lijken meerdere berichten van verschillende tijdstippen te zijn opgenomen. Dit laat de mogelijkheid open dat de daarin genoemde e-mails betrekking hebben op interne communicatie. Dat leidt echter niet tot een andere uitkomst, omdat de minister anderszins al aannemelijk heeft gemaakt dat de beschikking op 19 juli 2023 naar het e-mailadres van appellant is verzonden en het overzicht in zoverre hiervan als een bevestiging kan worden gezien.

Appellant heeft het vermoeden van ontvangst niet weerlegd

Dat de verzending aannemelijk is gemaakt, leidt tot het vermoeden dat de beschikking is ontvangen. Het ligt op de weg van appellant om omstandigheden naar voren te brengen op grond waarvan de ontvangst redelijkerwijs kan worden betwijfeld (vergelijk de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 23 oktober 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3935, onder 4). Daarin is appellant niet geslaagd.

Appellant wijst op een interne e-mailwisseling van de DOW waaruit blijkt dat het systeem na negentig dagen niet meer kan achterhalen of een e-mail daadwerkelijk is ontvangen, dan wel dat deze in de spam e-mailbox is gekomen. Het is echter niet vereist dat de DOW een ontvangstbevestiging verstrekt, gelet op wat hiervoor is overwogen. De omstandigheid dat de e-mail mogelijk in de spam e-mailbox is gekomen, ligt in de risicosfeer van appellant. Het is aan hem om na indiening van een bouwvergunningsaanvraag zijn e-mailboxen goed in de gaten te houden. De door appellant overgelegde screenshot van zijn e-mailbox, waarin tussen de ontvangen e-mails op en omstreeks 19 juli 2023 geen bericht van de DOW zichtbaar is, is onvoldoende om te oordelen dat redelijkerwijs kan worden betwijfeld dat appellant de e-mail heeft ontvangen. Op het moment van het maken van de screenshot was er weliswaar geen e-mail van de DOW zichtbaar, maar daaruit kan niet worden afgeleid dat de e-mail nooit in zijn e-mailbox is binnengekomen. Appellant wijst ter onderbouwing ook op een e-mail waarin hij de DOW verzoekt om te bevestigen dat hij op 15 september 2023 bij het kantoor van de DOW is geweest en dat hij toen de primaire beschikking heeft ontvangen. Ook dit is onvoldoende om te oordelen dat redelijkerwijs kan worden betwijfeld dat appellant de e-mail heeft ontvangen. Nog daargelaten dat niet is gebleken dat de DOW dit daadwerkelijk heeft bevestigd, volgt uit het enkele bezoek aan het kantoor van de DOW niet dat appellant de e-mail niet heeft ontvangen. Appellant wijst er tot slot nog op dat de minister de beschikking op bezwaar wel persoonlijk bij hem en zijn gemachtigde heeft laten bezorgen, maar daaraan komt geen betekenis toe. De minister heeft in zijn verweerschrift toegelicht dat de gemachtigde eerst in bezwaar is opgetreden en dat hij daarom de beschikking op bezwaar mede aan de gemachtigde heeft doen toekomen. Dat deze beschikking in persoon is bezorgd, staat los van de ontvangst van de primaire beschikking.

Bezwaar niet-ontvankelijk

Conclusie

5. Gezien het voorgaande kan de termijnoverschrijding in bezwaar aan appellant worden toegerekend. De minister heeft het bezwaar niet-ontvankelijk kunnen verklaren omdat het bezwaar te laat is ingediend en de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is. Het betoog slaagt niet.

6. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van het Gerecht wordt bevestigd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. B.J. van Ettekoven, voorzitter, en mr. J.Th. Drop en mr. E.J. Daalder, leden, in tegenwoordigheid van mr. M. Buntjer, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 19 november 2025.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. B.J. van Ettekoven
  • mr. J.Th. Drop
  • mr. E.J. Daalder

Griffier

  • mr. M. Buntjer

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand