ECLI:NL:RBAMS:2025:3390

ECLI:NL:RBAMS:2025:3390, Rechtbank Amsterdam, 27-05-2025, 25/342

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 27-05-2025
Datum publicatie 16-10-2025
Zaaknummer 25/342
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Besluit van het college waarin aan eiser een maatregel is opgelegd. Eiser zijn bijstandsuitkering wordt gedurende twee maanden met 100% verlaagd. De rechtbank is van oordeel dat het college tot de conclusie heeft kunnen komen dat eiser zich onvoldoende heeft ingezet voor arbeidsinschakeling. Eiser geeft al gedurende vijftien jaren aan dat hij geen ander werk wil doen dan het geven van Djembé lessen of muzieklessen. Hiermee is eiser naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende zijn arbeidsverplichtingen op grond van de Participatiewet nagekomen. Beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 mei 2025 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, het college

Samenvatting

Bestuursrecht

zaaknummer: AMS 25/342

(gemachtigde: mr. B.B.A. Willering),

en

(gemachtigde: [gemachtigde] ).

1. Deze uitspraak gaat over het besluit van het college waarin aan eiser een maatregel is opgelegd. Eiser zijn bijstandsuitkering wordt gedurende twee maanden met 100% verlaagd. Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of het college aan eiser een maatregel mocht opleggen.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college aan eiser een maatregel mocht opleggen omdat eiser zich onvoldoende heeft ingezet voor arbeidsinschakeling. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Met het besluit van 25 oktober 2023 heeft het college eiser zijn bijstandsuitkering met 100% verlaagd voor één maand. Eiser heeft tegen dit besluit geen bezwaar gemaakt.

Met het besluit van 26 januari 2024 heeft het college eiser zijn bijstandsuitkering voor de duur van twee maanden met 100% verlaagd. Met het besluit van 21 oktober 2024 heeft het college het besluit van 26 januari 2024 herzien en is eisers uitkering verlaagd voor de duur van één maand met 100%. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld. De rechtbank heeft in haar uitspraak van 9 januari 2025 het beroep ongegrond verklaard.

Met het besluit van 25 september 2024 heeft het college eiser nogmaals een maatregel opgelegd. Het college verlaagd de bijstandsuitkering van eiser voor de duur van drie maanden met 100% omdat eiser niet heeft meegewerkt aan een proces dat kan leiden tot een baan. Met het bestreden besluit van 19 december 2024 op het bezwaar van eiser is het college bij dat besluit gebleven.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift en het bestreden besluit herzien.

Met het herziene bestreden besluit van 12 maart 2025 heeft het college het bestreden besluit gewijzigd in die zin dat aan eiser een maatregel wordt opgelegd voor 100% gedurende twee maanden. Het beroep van eiser heeft van rechtswege mede betrekking op de herziene beslissing op bezwaar.

De rechtbank heeft het beroep op 15 april 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van het college.

Beoordeling door de rechtbank

3. De rechtbank is van oordeel dat het beroep van eiser gericht tegen het bestreden besluit niet-ontvankelijk is. Doordat het college het bestreden besluit heeft herzien op 12 maart 2025 heeft eiser geen belang meer bij een oordeel van de rechtbank over het bestreden besluit.

4. Het college heeft met het herziene bestreden besluit het bestreden besluit gewijzigd in die zin dat aan eiser een maatregel wordt opgelegd van 100% gedurende twee maanden.

Eiser voert aan dat hij door het geven van muzieklessen al meerdere keren inkomsten heeft verkregen waardoor het college aan hem geen of minder uitkering hoefde uit te keren. Het is volgens eiser spijtig dat het college zijn inspanningen om uit de bijstand te komen bestraft met het steeds weer opnieuw opleggen van maatregelen. Eiser is door zijn psychische gesteldheid niet in staat om voor een baas of in teamverband te werken. Eiser wordt snel boos en kan niet goed tegen kritiek. Door het opleggen van maatregelen komt eiser verder in de schulden terecht.

De rechtbank is van oordeel dat het college tot de conclusie heeft kunnen komen dat eiser zich onvoldoende heeft ingezet voor arbeidsinschakeling. In de afgelopen jaren hebben verschillende trajecten en gesprekken plaatsgevonden tussen het college en eiser die ertoe moeten leiden dat eiser weer aan een baan komt om in zijn eigen levensonderhoud te voorzien. Eiser diende vanaf 21 juni 2024 tot en 21 juli 2024 dan ook vier keer per week te solliciteren, maar heeft geen sollicitaties overgelegd aan het college. Eiser geeft al gedurende vijftien jaren (herhaaldelijk) aan dat hij geen ander werk wil doen dan het geven van Djembé lessen of muzieklessen. Hiermee is eiser naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende zijn arbeidsverplichtingen op grond van de Participatiewet nagekomen. Aan eiser is bovendien al twee keer eerder een maatregel opgelegd in het voorgaande jaar omdat hij niet meewerkt aan het proces dat kan leiden tot een baan.

De rechtbank begrijpt dat eiser wenst in de muziekbranche te werken, maar het college heeft eiser voor een lange periode meerdere kansen geboden om een baan te vinden in de muziekbranche waaruit hij voldoende inkomsten zou kunnen generen om in zijn eigen levensonderhoud te voorzien. Dit is eiser echter nog steeds niet volledig gelukt. Hierdoor is het punt voor eiser aangekomen dat ook van hem verwacht kan worden dat hij open staat om algemeen geaccepteerde arbeid te verrichten. De rechtbank ziet geen aanknopingspunten in het dossier dat niet van eiser verlangd kan worden dat hij zich inzet voor arbeidsinschakeling door medische omstandigheden of door eiser zijn psychische gesteldheid. De rechtbank kan zich goed voorstellen dat eiser het lastig vindt om voor een baas te werken of in teamverband te moeten werken, maar dan ligt het op de weg van eiser om daarover met zijn klantmanager in gesprek te gaan om na te gaan welke opties wel mogelijk zijn voor eiser naast het geven van muzieklessen. Eiser kan een baan vinden waar weinig direct contact is met collega’s of een leidinggevende. De rechtbank ziet mogelijkheden die grotendeels kunnen aansluiten bij eiser zijn behoeftes en hoopt dat eiser hierover het gesprek aangaat met zijn klantmanager.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep tegen het bestreden besluit van 19 december 2024 is niet-ontvankelijk. Het beroep tegen het herziene bestreden besluit van 12 maart 2025 is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt.

De rechtbank ziet in de omstandigheid dat het college een herziene beslissing op bezwaar heeft genomen wel aanleiding om het college te veroordelen in de proceskosten. Ook moet het college het griffierecht aan eiser vergoeden. De proceskostenvergoeding bedraagt € 1.814,- omdat de gemachtigde van eiser een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. Met de herziene beslissing van 12 maart 2025 heeft het college reeds de proceskosten voor de bezwaarfase vergoedt, waardoor deze nu niet meer voor vergoeding in aanmerking komen. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.Z. Achouak el Idrissi, rechter, in aanwezigheid van mr.G. dos Santos 't Hoen, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 27 mei 2025.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. L.Z. Achouak el Idrissi

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand