ECLI:NL:RBAMS:2025:7422

ECLI:NL:RBAMS:2025:7422, Rechtbank Amsterdam, 09-10-2025, 771778

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 09-10-2025
Datum publicatie 26-11-2025
Zaaknummer 771778
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 2 zaken
4 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001827 BWBR0005289 CELEX:32012R1215 EU:32012R1215

Samenvatting

kort geding. verstek. Geldvordering € 2 miljoen tegen persoon in Litouwen toegewezen. Rechtsmacht. Toepasselijk recht (van Litouwen).

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht, voorzieningenrechter

Zaaknummer: C/13/771778 / KG ZA 25-528 VVV/MAH

Vonnis in kort geding van 9 oktober 2025

in de zaak van

STICHTING INVESTCORP MANAGEMENT,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres bij dagvaarding van 11 juli 2025,

advocaat: mr. R.W.A. Brunninkhuis,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats 1] of [woonplaats 2] (Litouwen),

gedaagde,

niet verschenen.

1. De procedure

Op de zitting van 2 oktober 2025 heeft mr. Brunninkhuis namens eiseres de dagvaarding toegelicht en verzocht bij verstek vonnis te wijzen. De Nederlandse versie en Litouwse vertaling van de dagvaarding zijn aan dit vonnis gehecht. Gedaagde is niet verschenen. Vonnis is bepaald op vandaag.

2. De beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht

Gedaagde woont in Litouwen. Daarom moet de voorzieningenrechter ambtshalve onderzoeken of hij rechtsmacht heeft. Dat is het geval, op grond van artikel 25 EU-verordening Brussel I-bis en artikel 9.4 van (de overgelegde Nederlandse vertaling van) de pandovereenkomst waarop eiseres haar vordering baseert. Eiseres en gedaagde zijn beiden partij bij deze overeenkomst. Artikel 9.4 van de overeenkomst wijst de Rechtbank (en dus ook de voorzieningenrechter) Amsterdam aan als bevoegde rechter en verklaart Litouws recht van toepassing op geschillen in verband met de overeenkomst.

Verstek

Gedaagde heeft geen bekende woonplaats of bekend werkelijk verblijf in Nederland, maar wel in EU-staat Litouwen. De betekening dient dan te geschieden conform de EU-Betekeningsverordening (EU 2020/1784) en artikel 56 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Blijkens de dagvaarding heeft de Nederlandse deurwaarder op 11 juli 2025 afschriften van de dagvaarding – met vertalingen in het Litouws – conform artikel 56 lid 2 Rv via de ontvangende instantie in Litouwen doen betekenen op zowel het geregistreerde woonadres van gedaagde in [woonplaats 1] als op diens feitelijke verblijfadres in [woonplaats 2] . Uit de teruggekomen betekeningsstukken blijkt dat gedaagde op het adres in [woonplaats 1] niet is aangetroffen en wel op het adres in [woonplaats 2] , maar dat hij op laatstbedoeld adres de dagvaarding en producties niet wilde aannemen (“adresee refused to accept the documents and informed that it’s not his problem”, aldus de Litouwse deurwaarder op het betekeningsstuk van 13 augustus 2025). Daarnaast heeft de Nederlandse deurwaarder op 11 juli 2025 een afschrift van de dagvaarding – met vertaling in het Litouws – conform artikel 56 lid 3 Rv per UPS koerier aan gedaagde gestuurd. Ook is de dagvaarding met producties per koerier verzonden naar het bedrijf Auga group waar gedaagde voorzitter is van het bestuur. Tot slot heeft de advocaat van eiseres op 21 juli 2025 de dagvaarding met producties per Engelstalige e-mail aan de twee bekende e-mailadressen van gedaagde verzonden en hem daarbij gewezen op plaats en tijd van de kortgedingzitting. Van beide e-mailadressen is een leesbevestiging ontvangen.

Al met al heeft eiseres al het mogelijke gedaan om gedaagde te informeren. Bij de betekening van de dagvaarding zijn de wettelijk voorgeschreven formaliteiten in acht genomen, althans is voldoende aannemelijk geworden dat gedaagde feitelijk bekend is geraakt met de dagvaarding. Het gevraagde verstek zal worden verleend.

De vorderingen

Eiseres heeft een legal opinion overgelegd van een Litouwse advocaat, dr. A. Paulauskas, gedateerd 11 februari 2025. Daarin wordt geconcludeerd dat de vorderingen met betrekking tot de hoofdsom en rente volgens Litouws recht toewijsbaar zijn en dat de vordering tot vergoeding van proceskosten moet worden beoordeeld naar Nederlands recht. De conclusies zijn in de legal opinion en de dagvaarding uitvoerig gemotiveerd en naar voorlopig oordeel niet evident onjuist, zodat deze in dit kort geding tot uitgangspunt zullen worden genomen. Gelet hierop komen genoemde vorderingen de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor; zij zullen worden toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten zullen worden afgewezen, omdat de verschuldigdheid en de hoogte ervan niet zijn gemotiveerd.

Eiseres heeft vergoeding van haar proceskosten, met wettelijke rente, gevorderd. Hierop is het Nederlandse procesrecht (lex fori) van toepassing. Gedaagde is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van eiseres worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

119,40

- griffierecht

6.861,00

- salaris advocaat

715,00

- nakosten

178,00

(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

7.873,40

Indien het vonnis wordt betekend komen daar nog de hieronder aan het slot van 3.3 vermelde kosten bij.

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

3. De beslissing

De voorzieningenrechter

verleent verstek tegen de niet verschenen gedaagde,

veroordeelt gedaagde om aan eiseres te betalen een bedrag van € 2.230.326,45 (zegge: tweemiljoen tweehonderddertigduizend driehonderdzesentwintig euro en vijfenveertig eurocent), te vermeerderen met de (Litouwse) wettelijke rente van 6% per jaar over een bedrag van € 1.819.189,60 met ingang van 11 juli 2025, tot de dag van volledige betaling,

veroordeelt gedaagde in de proceskosten van € 7.873,40, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met – indien het vonnis wordt betekend – € 92,00 plus de kosten van betekening,

veroordeelt gedaagde tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. T.H. van Voorst Vader, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. M.A.H. Verburgh, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 9 oktober 2025.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. M.A.H. Verburgh

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand