ECLI:NL:RBAMS:2025:7726

ECLI:NL:RBAMS:2025:7726, Rechtbank Amsterdam, 06-10-2025, 25/5213 en 25/5250

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 06-10-2025
Datum publicatie 07-11-2025
Zaaknummer 25/5213 en 25/5250
Rechtsgebied Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537

Samenvatting

Vovo. Buiten zitting. Kennelijk ongegrond. Geen spoedeisend belang. Aanvullende voorschriften aan de omgevingsvergunning (aantal zitplaatsen) en exploitatievergunning (zitplicht) bij café.

Uitspraak

[verzoeker] , uit [vestigingsplaats] , verzoeker

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, verweerder.

Inleiding

In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op de verzoeken om voorlopige voorziening van verzoeker tegen het maximaal aantal zitplaatsen en de zitplicht voor alle bezoekers die aan verzoeker zijn opgelegd bij het verlenen van zijn exploitatie- en omgevingsvergunning.

Omdat de verzoeken kennelijk ongegrond zijn doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Totstandkoming van de bestreden besluiten

Op 30 mei 2024 is door [eigenaar] als eigenaar van [verzoeker] (verzoeker) een aanvraag ingediend voor een exploitatievergunning horecabedrijf met terras op het adres [adres] in Amsterdam. Met het besluit van 20 maart 2025 heeft verweerder de exploitatievergunning verleend voor vijf jaar. Tegen dit besluit is door verschillende omwonenden een bezwaarschrift ingediend. Met het besluit van 1 augustus 2025 is het bezwaar van omwonenden ongegrond verklaard en aan de exploitatievergunning de voorwaarden verbonden dat bezoekers van het terras verplicht zijn om binnen de terrasbegrenzing te blijven en om te gaan zitten.

Op 19 december 2024 is aan verzoeker een omgevingsvergunning voor twee horecaterrassen op hetzelfde adres verleend. Tegen dit besluit heeft [de persoon] op20 december 2024 als omwonende een bezwaarschrift ingediend. Op 21 januari 2025 is het bezwaar uitgebreid namens een groep omwonenden. Op 12 augustus heeft 2025 heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard en de volgende aanvullende voorschriften aan de omgevingsvergunning verbonden:

- het aantal zitplaatsen van het hoofdterras aan de zuidgevel is maximaal 50;

- het aantal zitplaatsen aan het zijterras aan de westgevel is maximaal 12.

Verzoeker heeft tegen beide besluiten beroep ingesteld.

Naar aanleiding van deze aanvullende voorwaarden uit de bestreden beslissingen van 1 augustus 2025 en 12 augustus 2025 heeft verzoeker de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen de opgelegde zitplicht en zitplaatsbeperking te schorsen.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb alleen een voorlopige voorziening als "onverwijlde spoed" dat vereist.

Op 11 september 2025 heeft de voorzieningenrechter verzoeker verzocht om het spoedeisend belang nader toe te lichten.

Op 16 september 2025 heeft verzoeker een aanvullende onderbouwing ingediend. Volgens verzoeker leiden de aanvullende voorschriften tot aanzienlijke omzetderving en reputatieschade. Ook zorgen de beperkingen voor een structurele waardevermindering van zijn bedrijf. Daarnaast is verzoeker van mening dat de regels onuitvoerbaar zijn, de sociale functie van het terras geschaad wordt en ook de gastvrijheid en aantrekkelijkheid van het terras aangetast worden.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat uit hetgeen door verzoeker naar voren is gebracht niet blijkt van een spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening. Daarbij is van belang dat verzoeker zijn standpunten niet heeft onderbouwd. Verzoeker spreekt van een omzetderving en reputatieschade, maar heeft geen inzicht gegeven waarop dit is gebaseerd. Ook ten aanzien van verzoekers overige argumenten is niet gebleken van onomkeerbare gevolgen in afwachting van de behandeling van de beroepszaken. Nu het spoedeisend belang door verzoeker niet aannemelijk is gemaakt, zijn de verzoeken kennelijk ongegrond.

Conclusie

4. De verzoeken zijn kennelijk ongegrond. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken dus af. Voor een vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Hirzalla, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. W.L van der Pijl, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 6 oktober 2025.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. W.L van der Pijl

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand