ECLI:NL:RBAMS:2025:8798

ECLI:NL:RBAMS:2025:8798, Rechtbank Amsterdam, 12-11-2025, 13/189884-25

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 12-11-2025
Datum publicatie 18-11-2025
Zaaknummer 13/189884-25
Rechtsgebied Strafrecht; Europees strafrecht
Procedure Eerste en enige aanleg
Zittingsplaats Amsterdam
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 2 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001854

Samenvatting

Executie-EAB Polen. Beslissingsstaat heeft toestemming gegeven voor het overnemen van de straf. Het certificaat en het veroordelende vonnis zijn toegezonden. De tenuitvoerlegging van de Poolse straf wordt overgenomen door Nederland.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/189884-25

Datum uitspraak: 12 november 2025

UITSPRAAK

op de vordering van 30 juni 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 3 januari 2023 door the Regional Court in Lublin, Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[de opgeëiste persoon] ,

geboren op [geboortedag] 1989 te [geboorteplaats] (Polen),

verblijfsadres: [adres] ,

hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1. Procesgang

Zitting 27 augustus 2025

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 27 augustus 2025, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. M.A.M. Pijnenburg, advocaat in Amsterdam, en door een tolk in de Poolse taal.

De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met dertig dagen verlengd.

Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen met gelijktijdige schorsing van dat bevel tot aan de uitspraak.

Tussenuitspraak

Bij tussenuitspraak van 10 september 2025 heeft de rechtbank het onderzoek ter zitting heropend en geschorst in verband met een arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU) van 4 september 2025 dat van belang is voor de toepassing van artikel 6a OLW.

Zitting 29 oktober 2025

De behandeling van het EAB is, met instemming van partijen in gewijzigde samenstelling, voortgezet op de zitting van 29 oktober 2025, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. M.A.M. Pijnenburg, en door een tolk in de Poolse taal.

2. Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.

3. Tussenuitspraak van 10 september 2025

Bij tussenuitspraak van 10 september 2025 heeft de rechtbank al geoordeeld over de grondslag en inhoud van het EAB, de weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW, de strafbaarheid van de feiten en over de toetsing aan artikel 11 OLW in combinatie met artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de EU. Die overwegingen moeten als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.

4. Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 6a OLW

De rechtbank verwijst allereerst naar haar overwegingen onder punt 5 van de tussenuitspraak van 10 september 2025. Die overwegingen moeten als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.

Standpunt van de raadsman en de officier van justitie

Volgens de raadsman en de officier van justitie kan de overlevering op grond van artikel 6a OLW worden geweigerd onder gelijktijdige overname van de tenuitvoerlegging van de straf, omdat het vereiste certificaat en het onderliggende vonnis inmiddels zijn ontvangen.

Oordeel van de rechtbank

Op 4 september 2025 heeft het HvJ EU arrest gewezen in de zaak CJ.In dat arrest heeft het HvJ EU zich uitgesproken over de situatie dat de uitvoerende rechterlijke autoriteit artikel 4, punt zes, van het Kaderbesluit 2002/584/ JBZ wenst toe te passen. Het betreft de situatie, zoals hier aan de orde, dat de rechtbank de overlevering wil weigeren en gelijktijdig de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in Nederland wil bevelen. Zoals de rechtbank in haar uitspraak van 30 september 2025 heeft overwogen volgt uit het arrest van het HvJ EU - kort samengevat - dat toestemming van de beslissingsstaat vereist is voordat de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf door een ontvangende lidstaat kan worden overgenomen. Die toestemming wordt uitgedrukt door toezending van het certificaat zoals opgenomen in bijlage 1 bij het Kaderbesluit 2008/909/JBZ en het vonnis waarbij de straf is opgelegd.

In deze zaak heeft de uitvaardigende justitiële autoriteit op 6 oktober 2025 het certificaat en het veroordelende vonnis toegezonden. Dit betekent dat de uitvaardigende justitiële autoriteit toestemming heeft gegeven voor het overnemen van de straf door Nederland.

De rechtbank zal daarom de overlevering weigeren en gelijktijdig de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf in Nederland bevelen. Daarbij zal de rechtbank op grond van artikel 27, vierde lid, OLW de gevangenhouding van de opgeëiste persoon tot aan de tenuitvoerlegging van die vrijheidsstraf bevelen.

5. Slotsom

De rechtbank stelt vast dat de weigeringsgrond van artikel 6a OLW van toepassing is. De rechtbank ziet geen aanleiding om af te zien van toepassing van die weigeringsgrond. Om die reden wordt de overlevering geweigerd onder gelijktijdige overname van de tenuitvoerlegging van de straf.

6. Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 140 Wetboek van Strafrecht en 2, 5, 6a, 7 en 12 OLW.

7. Beslissing

WEIGERT de overlevering van [de opgeëiste persoon] aan the Regional Court in Lublin, Polen;

BEVEELT de tenuitvoerlegging van de in overweging 3 van de tussenuitspraak van 10 september 2025 bedoelde vrijheidsstraf in Nederland, te weten een vrijheidsstraf voor de duur van 1 jaar en 6 maanden;

HEFT OP de – geschorste – overleveringsdetentie van [de opgeëiste persoon];

BEVEELT de gevangenhouding van [de opgeëiste persoon] tot aan de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf. Dit bevel is afzonderlijk opgemaakt.

Deze uitspraak is gedaan door

mr. O.P.M. Fruytier, voorzitter,

mrs. M. Scheeper en C.M.S. Loven, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. D.F.A. Reuvekamp, griffier,

en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 12 november 2025.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. O.P.M. Fruytier

Griffier

  • mr. D.F.A. Reuvekamp

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand