ECLI:NL:RBAMS:2025:8946

ECLI:NL:RBAMS:2025:8946, Rechtbank Amsterdam, 18-11-2025, 13-287204-25

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 18-11-2025
Datum publicatie 24-11-2025
Zaaknummer 13-287204-25
Rechtsgebied Strafrecht; Europees strafrecht
Procedure Eerste en enige aanleg
Zittingsplaats Amsterdam
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0016664

Samenvatting

Executie-EAB uit Polen. Overlevering toegestaan.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13.287.204-25

Datum uitspraak: 18 november 2025

UITSPRAAK

op de vordering van 28 oktober 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 20 oktober 2025 door the Regional Court in Tarnów, Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[de opgeëiste persoon] ,

geboren in [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1994,

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

gedetineerd in de Penitentiaire [detentieadres] ,

hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1. Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 4 november 2025, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door haar raadsman, mr. S.J. Römer, advocaat in Amsterdam, en door een tolk in de Poolse taal.

De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.

De rechtbank heeft voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenneming van de opgeëiste persoon bevolen.

2. Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist

zijn en dat zij de Poolse nationaliteit heeft.

3. Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een vonnis van the District Court in Tarnów, 2nd Criminal Division, van 12 oktober 2023 met zaaknummer II K 803/23.

De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van zeven maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis. In onderdeel f) van het EAB staat vermeld dat deze straf voorwaardelijk is opgelegd met een proeftijd van 2 jaar. Bij besluit van the District Court in Tarnów van 27 januari 2025 (kenmerk onbekend) is de tenuitvoerlegging van de straf bevolen.

Dit vonnis betreft de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB.

Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW

De raadsman heeft om aanhouding verzocht om nadere vragen te stellen over of en hoe de opgeëiste persoon op de hoogte is geraakt van de zitting die tot de omzettingsbeslissing heeft geleid, waarbij de tenuitvoerlegging van de (aanvankelijk voorwaardelijke opgelegde) straf is bevolen. In navolging van het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 9 oktober 2025, C-798/23, ECLI:EU:C:2025:763 (Abbottly) kan dit van belang zijn voor de beoordeling van de weigeringsgrond van artikel 12 OLW.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de weigeringsgrond van artikel 12 OLW niet aan de orde is en dat de situatie als in voornoemd arrest zich hier niet voordoet.

De rechtbank overweegt als volgt.

Het EAB vermeldt dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen bij het proces dat tot de beslissing heeft geleid. Uit de toelichting in het EAB onder f) blijkt dat hiermee de procedure wordt bedoeld die heeft geleid tot het vonnis van 12 oktober 2023 met kenmerk II K 803/23.

Uit het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU) van 23 maart 2023 volgt dat de procedure die heeft geleid tot de veroordeling voor een nieuw strafbaar feit die ten grondslag ligt aan de beslissing tot tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijk opgelegde straf ook onderworpen dient te worden aan de toets van artikel 12 OLW. Uit de aanvullende informatie van de uitvaardigende justitiële autoriteit van 29 oktober 2025 volgt dat de tenuitvoerlegging van de straf is bevolen, omdat de opgeëiste persoon zich niet aan de bijzondere voorwaarden heeft gehouden en niet vanwege het begaan van een nieuw strafbaar feit.

De beslissing tot tenuitvoerlegging van 27 januari 2025 zelf is geen beslissing waarbij de aard of de maat van de aanvankelijk opgelegde straf is gewijzigd. Reeds daarom is het door de raadsman aangehaalde arrest van het HvJ EU van 9 oktober 2025 niet van toepassing op de omzettingsbeslissing. Deze beslissing valt daarom niet onder de reikwijdte van artikel 12 OLW. Dit betekent dat de rechtbank geen andere beslissing aan artikel 12 OLW hoeft te toetsen dan de veroordeling waarbij de voorwaardelijke straf is opgelegd. Er is daarom geen aanleiding om nadere vragen te stellen over de omzettingsbeslissing, zoals verzocht door de raadsman.

4. Strafbaarheid; feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW

De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst de strafbare feiten aan als een zogenoemd lijstfeit, dat in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staat vermeld, te weten:

illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen.

Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van Polen een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.

Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.

5. Artikel 11 OLW: artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de EU

De rechtbank heeft eerder vastgesteld dat, vanwege structurele of fundamentele gebreken in de Poolse rechtsorde, in Polen een algemeen reëel gevaar bestaat van schending van het grondrecht op een eerlijk proces voor een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld.

Nu de opgeëiste persoon geen elementen heeft aangevoerd waaruit blijkt dat die structurele of fundamentele gebreken een concrete invloed hebben gehad op de behandeling van haar strafzaak, is niet aangetoond dat sprake is van een individueel reëel gevaar van schending van het grondrecht op een eerlijk proces voor een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld.

6. Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. De rechtbank staat daarom de overlevering toe.

7. Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 2, 5 en 7 OLW.

8. Beslissing

STAAT TOE de overlevering van [de opgeëiste persoon] aan the Regional Court in Tarnów (Polen) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.

Deze uitspraak is gedaan door

mr. B.M. Vroom-Cramer, voorzitter,

mrs. O.P.M. Fruytier en C.M.S. Loven, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. C.W. van der Hoek, griffier,

en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 18 november 2025.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. B.M. Vroom-Cramer

Griffier

  • mr. C.W. van der Hoek

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand