ECLI:NL:RBAMS:2026:8763

ECLI:NL:RBAMS:2026:8763

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 01-07-2026
Datum publicatie 02-09-2026
Zaaknummer C/13/783777
Rechtsgebied Civiel recht; Internationaal privaatrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Bevoegdheidsincident. Nederlandse rechter kan geen bevoegdheid ontlenen aan forumkeuzebeding of plaats van schadebrengende feit. Gedaagde is geen partij bij de forumkeuze. Die forumkeuze bindt haar als derde niet. Plaats van het schadebrengende feit is ook niet in Nederland.

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht

Zaaknummer: C/13/783777 / HA ZA 26-164

Vonnis in incident van 1 juli 2026

in de zaak van

EFM INTERNATIONAL B.V.,

te Kwadijk,

eisende partij in de hoofdzaak,

verwerende partij in het incident,

hierna te noemen: EFM,

advocaat: mr. M.M. Hazewinkel,

tegen

CAA STELLAR LIMITED,

te Londen (Verenigd Koninkrijk),

gedaagde partij in de hoofdzaak,

eisende partij in het incident,

hierna te noemen: CAA,

advocaat: mr. D.F. Lunsingh Scheurleer.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 23 december 2025, met producties,

- de incidentele conclusie tot onbevoegdverklaring tevens voorwaardelijke conclusie van antwoord, met producties,

- de conclusie van antwoord in het bevoegdheidsincident, tevens vermeerdering (grondslag) van eis in de hoofdzaak, met producties en

- de antwoordakte vermeerdering van eis tevens akte uitlating producties in het incident.

Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2. De feiten, voor zover van belang in het incident

EFM en CAA houden zich bezig met de professionele begeleiding van voetbalspelers.

De financieel directeur van CAA heeft op 5 april 2017 aan EFM over een voorgenomen samenwerkingsovereenkomst op het gebied van de bemiddeling als agent voor professionele voetbalspelers in een e-mail onder meer geschreven: ‘I was just wondering though whether the agreement should be between Stellar International (which is the Holland Company) and Aggregate [Aggregate is EFM, toevoeging rechtbank] or between Aggregate and Stellar Group?’.

[naam 1] heeft kort daarna op die dag geschreven: ‘It has to be Stellar International and signed by me and [naam 2] as shareholders’. [naam 1] was toen de Nederlandse afgevaardigde van Stellar International. [naam 2] is [naam 2] , destijds onder meer de [functie 1] van CAA en de [functie 2] van Stellar Group Limited.

In de vervolgens op 18 april 2017 tot stand gekomen samenwerkingsovereenkomst (hierna: de Overeenkomst) staat onder meer dat EFM de Overeenkomst aangaat met Stellar International Limited (hierna ook: Stellar International):

“(…)

THIS AGREEMENT (..) between

PARTIES:

1. AGGREGATED PLAYERS MANAGEMENT GROUP, a trading name of EFM International B.V., (..)

2. STELLAR INTERNATIONAL LIMITED (..), hereby duly represented by its stakeholders, Stellar Group Limited (represented by her [functie 1] : Mr. [naam 2] ) and Mr. [naam 1] ;

Party (1) hereafter referred to as “Aggregated’;

Party (2) hereafter referred to as “Stellar”

(..)

AGREEMENT

ARTICLE 1: COOPERATION

Parties cooperate on a base of equality. [naam 3] , [naam 4] , [naam 5] and [naam 1] all

have the right to present themselves externally towards clubs and players as

“partner” or Stellar.

(..)

New players recruited by Aggregated

(..)

Commissions that will be earned from/with the New players out of the mutual player pool, will be split between parties on a 50/50 basis. This means, 50% is for Aggregated, 50% is for Stellar (Stellar and Stellar Group Limited (UK) together).

(..)

Players switch

If a player of Aggregated (old or new) or a player of Stellar (old or new)

demands/wishes to switch from a representative from Aggregated to a representative of Stellar or vice versa, this player will (still) be treated as a “New Player” coming in the mutual pool, and all commissions will be shared on a 50/50 basis for these players (..)

ARTICLE 10: GOVERNING LAW & JURISDICTION

This agreement shall be governed by and construed and interpreted in accordance

with the laws of the Netherlands and the parties hereby submit to the exclusive

jurisdiction of the Court of Amsterdam (The Netherlands).

(..)”

De Overeenkomst is ondertekend door [naam 2] namens Stellar International.

Per 6 juli 2022 werd de voetbalspeler [naam 6] (hierna: [naam 6] ) aangebracht door EFM en werd met [naam 4] van EFM een vertegenwoordigingsovereenkomst voor de duur van twee jaren gesloten.

In januari 2023 heeft een transfer plaatsgevonden waarbij [naam 6] is overgegaan van LA Galaxy naar FC Barcelona. In verband met die transfer heeft EFM commissie ontvangen van FC Barcelona. CAA (waarvan de naam toen Stellar Football Limited was) heeft aan EFM een factuur gestuurd voor de helft van die commissie, die EFM aan CAA heeft betaald.

De Overeenkomst is op 18 juli 2023 beëindigd door EFM. Dit werd bevestigd door [naam 2] , op dat moment [functie 3] van ICM Stellar Sports Limited.

Stellar International is op 11 juni 2024 ontbonden.

De overeenkomst tussen [naam 6] en EFM kwam ten einde op 6 juli 2024. Sindsdien bemiddelt CAA voor [naam 6] .

Op 13 augustus 2024 heeft een transfer plaatsgevonden waarbij [naam 6] is overgegaan van FC Barcelona naar de Engelse club AFC Bournemouth.

EFM heeft aan CAA gevraagd hoeveel commissie CAA heeft ontvangen voor de transfer van [naam 6] . CAA heeft laten weten zich niet gehouden te achten die informatie te verstrekken. Vervolgens heeft EFM op 27 september 2024 een factuur van € 500.000 aan CAA gestuurd met als omschrijving:

‘Agreed commission split [naam 6] :

bournemouth fc commission club services and player services

50% of eur 1.000.000,--'

CAA heeft deze factuur niet betaald.

3. Het geschil in de hoofdzaak

EFM vordert, samengevat, om bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:

primair

CAA te veroordelen om aan EFM een bedrag te betalen gelijk aan 50% van de totale door CAA voor [naam 6] van AFC Bournemouth ontvangen en te ontvangen commissies, althans een bedrag van € 500.000, te vermeerderen met wettelijke handelsrente vanaf 27 september 2024,

CAA te veroordelen tot het verstrekken aan EFM van de commissie overeenkomsten (ook toekomstige) tussen CAA en AFC Bournemouth en [naam 6] waarin CAA bemiddelt als agent, binnen zeven dagen na het vonnis en op straffe van een dwangsom van € 5.000 voor elke dag dat CAA hiermee in gebreke blijft,

voor recht te verklaren dat CAA is gehouden om alle toekomstige commissies, die zij inzake [naam 6] ontvangt van clubs en/of van [naam 6] zelf, in de verhouding 50/50 met EFM te delen en

CAA te veroordelen in de proceskosten en de eventueel nog te maken beslagkosten,

subsidiair

5. CAA te veroordelen tot betaling van de schade bestaande uit de gemiste commissies, zijnde het bedrag gelijk aan 50% van de totale door CAA voor [naam 6] van Bournemouth ontvangen en te ontvangen commissies, althans een bedrag van € 500.000,-, te vermeerderen met wettelijke handelsrente vanaf 27 september 2024,

6. kosten rechtens.

EFM legt aan haar primaire vordering ten grondslag dat CAA haar afspraken niet nakomt. Volgens EFM moet CAA op grond van de Overeenkomst 50% van de ontvangen en nog te ontvangen commissies inzake [naam 6] delen met EFM. Aan haar subsidiaire vordering legt EFM ten grondslag dat CAA onrechtmatig heeft gehandeld jegens EFM, omdat CAA volgens EFM profiteert van de wanprestatie van Stellar International.

CAA voert voorwaardelijk verweer in de hoofdzaak (namelijk onder de voorwaarde dat de rechtbank zich bevoegd acht) en concludeert tot het afwijzen van de vorderingen van EFM, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van EFM in de proceskosten.

4. Het geschil in het incident

CAA vordert dat de rechtbank zich bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis onbevoegd verklaart om kennis te nemen van de vorderingen van EFM, met veroordeling van EFM in de proceskosten, te vermeerderen met rente.

Hieraan legt CAA ten grondslag dat zij geen partij is bij de Overeenkomst. EFM en CAA hebben geen (schriftelijke) overeenkomst met elkaar gesloten op grond waarvan de Nederlandse rechter is aangewezen als bevoegde rechter. Daarnaast ontbreken aanknopingspunten voor Nederland als de plaats van de schadeveroorzakende gebeurtenis.

EFM voert verweer en concludeert tot afwijzing van de incidentele vordering, met veroordeling van CAA in de proceskosten in het incident. Volgens EFM is de Nederlandse rechter bevoegd. Daartoe betoogt EFM dat CAA als contractspartij is aan te merken bij de Overeenkomst, dan wel dat CAA op andere wijze is gebonden aan die Overeenkomst en het daarin opgenomen forumkeuzebeding. Voor wat betreft de op onrechtmatige daad gebaseerde grondslag doet EFM een beroep op de plaats van het schadebrengende feit.

5. De beoordeling in het incident

In zoverre de vorderingen van EFM zijn gebaseerd op het bestaan van een verbintenis uit overeenkomst zal de rechtbank beoordelen of zij rechtsmacht kan ontlenen aan het forumkeuzebeding in de Overeenkomst. In zoverre de vorderingen van EFM zijn gebaseerd op het bestaan van een verbintenis uit onrechtmatige daad zal de rechtbank beoordelen of zij rechtsmacht kan ontlenen aan de plaats van het schadebrengende feit.

forumkeuze

In de Overeenkomst staat een exclusieve forumkeuze voor de rechtbank Amsterdam. Met beide partijen gaat de rechtbank ervan uit dat de vraag of het forumkeuzebeding bevoegdheid schept voor de op de Overeenkomst gebaseerde vorderingen van EFM op CAA moet worden beantwoord aan de hand van artikel 25 van de Brussel I bis-Verordening (hierna: Brussel I bis). Het Verenigd Koninkrijk is weliswaar na de Brexit per 1 januari 2021 toegetreden tot het Verdrag inzake bedingen van forumkeuze (hierna: het Haags Forumkeuzeverdrag), maar het gaat hier om een forumkeuzebeding dat is gesloten vóór die datum en dat beding wijst het gerecht van een lidstaat (Nederland) aan.

Artikel 25 lid 1 Brussel I bis bepaalt onder meer dat indien partijen gerechten van een lidstaat hebben aangewezen voor de kennisneming van hun geschillen, die naar aanleiding van een bepaalde rechtsbetrekking zullen ontstaan, de gerechten van die lidstaat bevoegd zijn. De overeenkomst tot aanwijzing van een bevoegd gerecht wordt, voor zover hier van belang, gesloten bij een schriftelijke overeenkomst (eerste lid onder a) of in een vorm die wordt toegelaten door de handelwijzen die tussen de partijen gebruikelijk zijn geworden (eerste lid onder b).

De rechter moet een forumkeuzebeding afzonderlijk van de hoofdovereenkomst beoordelen en daarbij vaststellen of dit beding daadwerkelijk het voorwerp is geweest van wilsovereenstemming tussen partijen, die duidelijk en nauwkeurig tot uiting is gekomen. De vormvoorschriften van artikel 25 lid 1 Brussel I bis strekken ertoe te waarborgen dat de wilsovereenstemming daadwerkelijk vaststaat en moeten strikt worden uitgelegd.

In beginsel werkt een forumkeuzebeding enkel tussen de partijen door wie dat beding tot stand is gebracht. Om een forumkeuze aan een derde te kunnen tegenwerpen, moet deze derde daarmee hebben ingestemd.

In dit geval is de Overeenkomst met daarin de forumkeuze gesloten tussen EFM en Stellar International. Stellar International is een andere rechtspersoon dan CAA en daarmee een andere entiteit. In zoverre is tussen EFM en CAA dus niet voldaan aan de vormvoorschriften van artikel 25 lid 1 Brussel I bis, omdat tussen EFM en CAA geen schriftelijke overeenkomst bestaat waarin deze rechtbank is aangewezen als de exclusief bevoegde rechter.

EFM stelt zich op het standpunt dat CAA de feitelijke contractspartij bij de Overeenkomst is geweest en dat CAA daarmee bij de rechtsverhouding tussen EFM en Stellar International is toegetreden als partij, zodat is voldaan aan het vormvereiste van een schriftelijke overeenkomst. EFM stelt daartoe onder meer het volgende. Tussen 2017 en medio 2024 heeft EFM uitsluitend samengewerkt met CAA. Dat blijkt uit de feitelijke gedragingen tussen partijen. Toen de Overeenkomst werd gesloten, maakte het voor CAA niet veel uit welke entiteit de Overeenkomst met EFM aanging. Dat blijkt uit de e-mail van 5 april 2017 (zie 2.2). Uiteindelijk is Stellar International als contractspartij in de Overeenkomst opgenomen. Daarna heeft EFM met CAA samengewerkt. Aldus steeds EFM.

De rechtbank is van oordeel dat EFM geen feiten of omstandigheden heeft gesteld op grond waarvan kan worden vastgesteld dat CAA daadwerkelijk met het forumkeuzebeding uit de Overeenkomst heeft ingestemd. De e-mailwisseling uit april 2017 heeft betrekking op het ondertekenen van de Overeenkomst. Anders dan EFM betoogt, kan daaruit niet worden afgeleid dat over de forumkeuze overeenstemming was bereikt met CAA. De e-mails gaan daar niet over. Dat [naam 2] op de hoogte was van de inhoud van de Overeenkomst en de forumkeuze, betekent niet dat dit beding aan CAA kan worden tegengeworpen. [naam 2] heeft de overeenkomst immers ondertekend namens Stellar International en niet namens CAA.

Of de feitelijke samenwerking plaatsvond tussen EFM en CAA is evenmin doorslaggevend. De door EFM gestelde feitelijke samenwerking is namelijk niet voldoende om te voldoen aan de vormvoorschriften van artikel 25 lid 1 Brussel I bis.

EFM heeft verder niet concreet uitgewerkt dat CAA ná het sluiten van de Overeenkomst als derde partij is toegetreden tot de Overeenkomst. Stukken waaruit dat blijkt, ontbreken. Meer nog is van belang dat niet is onderbouwd dat CAA door een mogelijke toetreding en dus ná het sluiten van de Overeenkomst (uitdrukkelijk) heeft ingestemd met het forumkeuzebeding. EFM heeft niet gesteld dat het forumkeuzebeding in de (gestelde) samenwerking met CAA aan CAA kenbaar is gemaakt of dat CAA daarmee bekend was en ervan blijk heeft gegeven daarmee akkoord te gaan.

Het voorgaande betekent dat niet is voldaan aan de door artikel 25 lid 1 Brussel I bis gestelde vormvoorschriften.

EFM benoemt daarnaast andere rechtsfiguren op grond waarvan CAA (als derde) zou zijn gebonden aan de Overeenkomst en ook aan het daarin opgenomen forumkeuzebeding: op grond van lastgeving (Stellar International heeft de Overeenkomst in eigen naam, maar voor rekening van CAA gesloten), rechtsopvolging (CAA is de rechtsopvolgster van Stellar International) en contractsovername (CAA heeft vanaf de eerste dag van de samenwerking de Overeenkomst van Stellar International overgenomen). De rechtbank is van oordeel dat EFM onvoldoende heeft onderbouwd dat deze rechtsfiguren zich in dit geval voordoen.

Niet is komen vast te staan dat sprake is van lastgeving. EFM stelt dat Stellar International de Overeenkomst in eigen naam maar voor rekening van CAA heeft gesloten. CAA betwist dat. EFM onderbouwt haar standpunt met niet meer dan het argument dat CAA de materieel belanghebbende bij de Overeenkomst is. Dat is onvoldoende, niet alleen omdat bij de totstandkoming van de Overeenkomst blijkens de daaraan voorafgegane e-mailcorrespondentie uitdrukkelijk is gekozen de Overeenkomst op naam van Stellar International te zetten, maar ook vanwege het ontbreken van gegevens waaruit blijkt dat Stellar International bevoegd was om de Overeenkomst namens CAA aan te gaan.

Ook is niet komen vast te staan dat CAA de rechtsopvolgster is van Stellar International. EFM verwijst naar een vaststellingsovereenkomst van 8 januari 2024 tussen (i) CAA Stellar Sports Limited, (ii) de eenmanszaak Stellar Nederland, (iii) Football Consult B.V./Football Proconsultmanagement GmbH, (iv) [naam 1] en (v) [naam 5] . Volgens EFM volgt daaruit dat de rechten en verplichtingen van Stellar International zijn overgedragen aan CAA, althans aan het Stellar-concern. CAA en Stellar International zijn echter geen partij bij de vaststellingsovereenkomst; CAA Stellar Sports Limited is een andere rechtspersoon. In de vaststellingsovereenkomst staat verder niets over de relatie tussen EFM en CAA of Stellar International. Alleen al daarom kan uit die overeenkomst niet worden afgeleid dat alle rechten en verplichtingen van Stellar International - en in het bijzonder die ten opzichte van EFM - zijn overgedragen aan CAA.

Ten slotte is de gestelde contractsoverneming niet komen vast te staan. Het kan zo zijn dat EFM en CAA (ook) zijn gaan samenwerken, maar concrete gegevens waaruit blijkt dat CAA de rechten en verplichtingen uit de hier relevante Overeenkomst heeft overgenomen, ontbreken. Maar ook als het zo zou zijn dat CAA op enige wijze de rechten en verplichtingen van Stellar International uit hoofde van de Overeenkomst heeft overgenomen, betekent dat niet dat ook het forumkeuzebeding werking heeft gekregen tussen EFM en CAA. Daarover stelt EFM niets en de geschetste omstandigheden bieden onvoldoende aanknopingspunten om instemming van CAA als derde met het beding te kunnen aannemen.

Dit betekent dat EFM tegenover CAA geen beroep kan doen op het forumkeuzebeding. EFM stelt geen andere mogelijke grondslag voor de rechtsmacht van de Nederlandse rechter voor zover haar vorderingen zijn gebaseerd op een verbintenis uit overeenkomst. Andere bevoegdheidsgronden zijn de rechtbank ook ambtshalve niet gebleken.

onrechtmatig handelen

Bij gebreke van toepasselijke verordeningen of verdragen, wordt de rechtsmacht bepaald aan de hand van de commune Nederlandse regels voor internationale rechtsmacht.

De hoofdregel is dat de rechter van de woonplaats van de verweerder bevoegd is. Aan die hoofdregel kan deze rechtbank geen rechtsmacht ontlenen, omdat CAA is gevestigd in het Verenigd Koninkrijk. In het geval van een vordering op grond van onrechtmatige daad is ook de rechter van de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan of kan voordoen bevoegd (artikel 6 aanhef en onder e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering). Bij de toepassing en de uitleg van deze bepaling moet worden gelet op de uitspraken van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJEU) over de relevante en grotendeels gelijkluidende bepaling van artikel 7 onder 2 Brussel I bis.

Onder de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan, wordt verstaan zowel de plaats waar de gebeurtenis die de schade heeft veroorzaakt, zich heeft voorgedaan (het Handlungsort) als de plaats waar de schade is ingetreden (het Erfolgsort). De plaats waar de schade is ingetreden, mag niet zo ruim worden uitgelegd dat het iedere plaats omvat waar de schadelijke gevolgen voelbaar zijn. Het begrip ‘de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan’ omvat niet de plaats waar de eiser woont of waar zich het centrum van zijn vermogen bevindt op de enkele grond dat hij daar financiële schade heeft geleden die voortvloeit uit het in een andere lidstaat ingetreden en door hem geleden verlies van onderdelen van zijn vermogen. Zuiver financiële schade die rechtstreeks intreedt op de bankrekening van eiser kan zonder bijkomende omstandigheden niet worden aangemerkt als een relevant aanknopingspunt. Uitsluitend in de situatie waarin de andere bijzondere omstandigheden van de zaak er eveneens toe bijdragen bevoegdheid toe te kennen aan het gerecht van de plaats waar zuiver financiële schade is ingetreden, zou dergelijke schade kunnen rechtvaardigen dat eiser zijn zaak bij dit gerecht aanbrengt.

De rechtbank begrijpt de vordering zo dat als geen sprake is van een contractuele relatie tussen EFM en CAA, CAA de schade van EFM moet vergoeden wegens onrechtmatig handelen. EFM verwijt CAA dat zij profiteert van de niet-nakoming door Stellar International van de verdelingsafspraken. EFM ontvangt ten onrechte niet een deel van de voor speler [naam 6] ontvangen commissies. EFM lijdt daardoor vermogensschade.

Het Handlungsort van het door EFM gestelde onrechtmatig handelen is gelegen in het Verenigd Koninkrijk, omdat daar volgens de stelling van EFM de gebeurtenissen plaatsvinden die de schade veroorzaken. Aan het Handlungsort kan de Nederlandse rechter dus geen rechtsmacht ontlenen.

De schade die EFM stelt te hebben geleden, is zuiver financiële schade. EFM stelt niet meer dan dat ‘het centrum van haar belangen’ ligt in Amsterdam, waar zij kantoor houdt. Zij heeft geen bijkomende omstandigheden aangevoerd die tot de conclusie kunnen leiden dat het Erfolgsort is gelegen in Nederland. Aan de hand van de gestelde feiten kunnen dergelijke omstandigheden ook niet worden vastgesteld. CAA en Stellar International zijn gevestigd in het Verenigd Koninkrijk. De commissies die voor [naam 6] zijn geïncasseerd, hebben betrekking op de bemiddeling voor een transfer van [naam 6] naar een Engelse club. Van een Nederlands Erfolgsort is daarmee geen sprake.

In zoverre de vorderingen van EFM zijn gebaseerd op het bestaan van een verbintenis uit onrechtmatige daad is er dus ook geen bevoegdheid voor de Nederlandse rechter.

slotsom en proceskosten

De vordering in het incident wordt toegewezen. De rechtbank zal zich onbevoegd verklaren.

EFM is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van CAA in het incident en in de hoofdzaak worden begroot op:

- griffierecht

7.062,00

- salaris advocaat

1.306,00

(2 punten × € 653,00)

- nakosten

189,00

(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

8.557,00

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

6. De beslissing

De rechtbank

in het incident

wijst de incidentele vordering tot onbevoegdverklaring toe,

in de hoofdzaak

verklaart zich onbevoegd om van de vorderingen van EFM kennis te nemen,

in het incident en in de hoofdzaak

veroordeelt EFM in de proceskosten, aan de zijde van CAA begroot op € 8.557,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als EFM niet tijdig aan deze proceskostenveroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

veroordeelt EFM tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald en

verklaart de kostenveroordelingen onder 6.3. en 6.4. uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.T. Kruis, rechter, bijgestaan door mr. C.E.P. Honing, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 1 juli 2026.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. J.T. Kruis

Griffier

  • mr. C.E.P. Honing

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand