Vonnis
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling Privaatrecht
Zaaknummer 12093064 CV EXPL 26-1609
vonnis van de kantonrechter van 6 augustus 2026
in de zaak van
[eiser] ,
wonende te [woonplaats] (gemeente [gemeente] ),
eisende partij,
gemachtigde: mr. G. van Dijk (Leaseproces),
tegen
de besloten vennootschap DEXIA NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
gedaagde partij,
gemachtigde: USG Legal Professionals B.V.
Partijen worden hierna [eiser] en Dexia genoemd.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding van 28 januari 2026;
de conclusie van antwoord;
de conclusie van repliek;
de conclusie van dupliek;
Hierna is vonnis bepaald.
2. De feiten
[naam] , hierna te noemen [naam] , heeft de volgende leaseovereenkomsten (hierna: de overeenkomsten) ondertekend met als wederpartij (de rechtsvoorganger van) Dexia:
Nr
Contractnr.
Datum
Naam overeenkomst
I.
[nummer 1]
02-03-2000
WinstVerDrieDubbelaar
II.
[nummer 2]
29-12-2000
WinstVerDrieDubbelaar
Dexia heeft met betrekking tot de overeenkomsten een eindafrekening opgesteld met het volgende resultaat:
Nr.
Datum eindafrekening
Resultaat
Betaald
I.
03-03-2003
- € 2.175,13
€ 623,04
II
29-12-2003
- € 2.623,14
€ 833,92
Volgens opgave van Dexia heeft [naam] op grond van de overeenkomsten – al dan niet bij wijze van vooruitbetaling – in totaal een bedrag van € 1.575,00 aan maandtermijnen en een bedrag van € 1.456,96 wegens restschuld aan Dexia betaald, alsmede € 68,06 aan invorderingskosten. Volgens die opgave heeft [naam] € 0,72 aan dividenden ontvangen.
[eiser] was ten tijde van het aangaan van de overeenkomsten gehuwd met [naam] . [eiser] heeft [naam] geen schriftelijke toestemming verleend voor het aangaan van deze overeenkomsten.
Bij brief van 28 februari 2003 (hierna: de vernietigingsbrief) heeft [eiser] een beroep gedaan op de vernietigbaarheid van de overeenkomsten als bedoeld in artikel 1:89 BW.
3. De vorderingen en het verweer
[eiser] vordert bij vonnis, zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
te verklaren voor recht dat de onderhavige overeenkomsten rechtsgeldig zijn vernietigd en Dexia te veroordelen om al hetgeen door [naam] krachtens die overeenkomsten aan Dexia is betaald, aan [eiser] terug te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente daarover telkens vanaf veertien dagen na de vernietigingsbrief, althans vanaf de door de rechtbank in goede justitie te bepalen datum tot aan die der voldoening;
Dexia te veroordelen in de kosten van het geding.
Dexia betwist de vorderingen van [eiser]. Daartoe stelt zij zich voor zover hier van belang op het standpunt dat de vordering uit onverschuldigde betaling van [eiser] is verjaard.
Op de stellingen en verweren van partijen zal voor zover nodig hierna nader worden ingegaan.
4. De beoordeling
volmacht
Dexia voert aan dat Leaseproces niet gevolmachtigd is om namens [eiser] deze procedure te starten en dat daarom sprake is van een spookprocedure. Dit verweer, wat daar verder ook van zij, wordt verworpen omdat dit te laat, namelijk eerst bij de conclusie van dupliek is aangevoerd.
vernietiging
Niet ter discussie staat dat de overeenkomsten op grond van artikel 1:89 BW zijn vernietigd.
beroep Dexia op verjaring vordering uit onverschuldigde betaling
Dexia stelt dat de door [eiser] ingestelde vordering uit onverschuldigde betaling is verjaard, dat de gemachtigde van [naam] (hierna Leaseproces) niet gevolmachtigd was om namens [eiser] enige verjaring te stuiten en dat niet (voldoende tijdig) een door [eiser] aan Leaseproces verleende volmacht voor het verrichten van een stuitingshandeling is overgelegd nadat Dexia de vertegenwoordigingsbevoegdheid van Leaseproces uitdrukkelijk had bestreden.
[eiser] heeft bovengenoemde stellingen van Dexia gemotiveerd betwist. Partij verwijst daarbij op de opt-outverklaring uit 2007 en naar de brieven van Leaseproces uit 2009, 2012, 2026 en 2021 in het bijzonder naar de brieven van 24 januari 2012, 27 oktober 2016, 20 januari 2017 en 19 oktober 2021 (zie productie I bij conclusie van repliek) voor al haar cliënten (onder wie [naam] ) en de eega’s van de betreffende cliënten, waarmee de verjaring van al hun rechten ten aanzien van al hun vorderingen jegens Dexia zijn gestuit.
Met de verwijzing in de brieven naar de eega’s van de personen die op de bij de brieven gevoegde lijsten waren vermeld (zoals [naam] ) wordt voldaan aan de eisen van een rechtsgeldige stuiting als bedoeld in artikel 3:317 BW. Daarnaast heeft Dexia niet terstond, namelijk onmiddellijk na ontvangst van de brief van 24 januari 2012, om bewijs van de volmacht van Leaseproces gevraagd. Daarna kan op artikel 3:71 lid 1 BW geen beroep meer worden gedaan. Voor een nadere onderbouwing van het voorgaande wordt verwezen naar de arresten van het hof Amsterdam onder andere van 11 november 2025 (ECLI:NL:GHAMS:2025:3129 en 3138). Uit die arresten volgt dat het niet relevant is of en op welke wijze Leaseproces voorafgaand aan de brief van 24 januari 2012 gevolmachtigd was en evenmin of Dexia in haar brief van 31 oktober 2016 de volmacht heeft betwist, zodat de stellingen van Dexia daarover geen bespreking behoeven. Ten slotte is als gevolg van de op het moment van vernietiging van de overeenkomsten reeds aanhangige collectieve procedure de verjaring van de restitutievordering gestuit en wel tot zes maanden nadat hof Amsterdam in zijn beschikking van 25 januari 2007 de WCAM-overeenkomst verbindend heeft verklaard (zie Hoge Raad 9 oktober 2015, ECLI:NL:HR:2015:3018 en Hoge Raad 19 mei 2017, ECLI:NL:HR:2017:936). Uit het voorgaande volgt dat de vordering uit hoofde van onverschuldigde betaling tijdig is gestuit en dat betekent dat het daartegen gerichte verjaringsverweer van Dexia wordt verworpen.
Het voorgaande betekent dat de gevorderde verklaring voor recht dat de overeenkomsten zijn vernietigd, toewijsbaar is.
Dexia dient aan [eiser] ter zake van de overeenkomsten te betalen al hetgeen [naam] ter zake van de overeenkomsten aan Dexia heeft betaald inclusief de invorderingskosten, verminderd met al hetgeen hij ter zake van deze overeenkomsten van Dexia heeft ontvangen, zoals uitgekeerde dividenden, overige uitkeringen, opbrengsten en eventueel een reeds ontvangen (gedeeltelijke) schadevergoeding (exclusief wettelijke rente). De betreffende bedragen blijken uit de door Dexia (meest recent) overgelegde financiële gegevens van de onderhavige overeenkomst waarvan de juistheid niet is weersproken. [eiser] heeft het terug te betalen bedrag becijferd op € 3.099,30, exclusief rente. Dit bedrag is door Dexia niet gemotiveerd bestreden, zodat de kantonrechter ook van dit bedrag uitgaat.
wettelijke rente en proceskosten 4.8. De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar vanaf het moment waarop Dexia met de terugbetaling in verzuim was, zijnde het einde van de termijn als genoemd in de vernietigingsbrief, te weten 15 maart 2003. Indien na genoemde datum betalingen zijn verricht door [naam] , dan is de wettelijke rente verschuldigd vanaf de dag van die betaling.
De gevorderde wettelijke rente ter zake van de overeenkomsten is voor het overige toewijsbaar als volgt.
Dexia is vanaf bovengenoemde ingangsdatum wettelijke rente verschuldigd over het saldo van hetgeen aan Dexia is betaald minus hetgeen van Dexia is ontvangen.
Telkens indien na bovengenoemde ingangsdatum door Dexia een bedrag (exclusief wettelijke rente) is betaald ter zake van deze overeenkomsten, is vanaf de datum van die betaling de wettelijke rente verschuldigd over hetgeen na aftrek van dat bedrag (exclusief wettelijke rente) nog door Dexia verschuldigd is.
De wettelijke rente is verschuldigd tot aan de datum van de voldoening van al hetgeen Dexia verschuldigd is.
Voor zover Dexia in het verleden reeds wettelijke rente heeft voldaan kan deze in mindering worden gebracht op het totale bedrag aan wettelijke rente dat Dexia op grond van het voorgaande verschuldigd is.
Dexia zal worden veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten (inclusief nakosten) aan de zijde van Partij gevallen. De proceskosten van Partij worden begroot op:
- dagvaarding € 151,94
- griffierecht € 93,00
- salaris gemachtigde € 576,00 (2 x tarief € 288,00)
- nakosten € 144,00
Totaal € 964,94.
5. De beslissing
verklaart voor recht dat de overeenkomsten zijn vernietigd,
veroordeelt Dexia om aan [eiser] ter zake de overeenkomsten te betalen een bedrag van € 3.099,30,
veroordeelt Dexia om aan [eiser] te betalen de wettelijke rente die Dexia verschuldigd is ter zake de hiervoor genoemde overeenkomsten op grond van hetgeen hiervoor is overwogen in rov. 4.8 en 4.9. en volgende,
veroordeelt Dexia in de proceskosten van € 964,94, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als Dexia niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet Dexia ook de kosten van betekening betalen,
verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. A. van Dijk, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 6 augustus 2026, in tegenwoordigheid van de griffier.
typ:
coll:
typ:
coll: