RECHTBANK Amsterdam
Civiel recht
Zaaknummer: C/13/780024 / HA ZA 25-1798
Vonnis van 3 juni 2026
in de zaak van
SEFE ENERGY LIMITED,
gevestigd te Londen (Verenigd Koninkrijk),
eisende partij,
hierna te noemen: SEFE,
advocaat: mr. J.W. Hilhorst,
tegen
AL-MALIKA BAKKERIJ B.V.,
gevestigd te Wormer,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Al-Malika,
advocaat: mr. T.J. Roest Crollius.
De zaak in het kort
SEFE vordert betaling van de door haar aan Al-Malika geleverde energie. Het verbruik was veel hoger dan vooraf was ingeschat en bij voorschot in rekening was gebracht. Al-Malika heeft het verbruik betwist en aangevoerd dat de gasmeter niet goed werkte en daarom inmiddels is vervangen. Al-Malika is in de gelegenheid gesteld een nadere akte daarover te nemen, maar heeft daar geen gebruik van gemaakt. Al-Malika heeft de vordering van SEFE dan ook onvoldoende gemotiveerd betwist. De vorderingen worden toegewezen.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 17 november 2025, met producties,
- de conclusie van antwoord, met producties,
- het tussenvonnis van 18 februari 2026, waarbij een mondelinge behandeling is bepaald,
- het verkorte proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 10 maart 2026 en de daarin vermelde stukken,
- het bericht van SEFE van 22 april 2026, waarin zij vonnis vraagt.
Al-Malika is na de mondelinge behandeling in de gelegenheid gesteld een inhoudelijke akte te nemen. Zij heeft daar geen gebruik van gemaakt. Daarna is vonnis bepaald.
2. De feiten
SEFE levert onder meer energie aan (zakelijke) afnemers.
Al-Malika beheert en exploiteert een professionele bakkerij waar zij bakkersproducten (Libanees brood) maakt voor haar afnemers.
Al-Malika is in augustus 2023 een overeenkomst met SEFE aangegaan voor de levering van gas en elektriciteit. Van 10 augustus 2023 tot en met 27 december 2024 heeft SEFE energie (gas en elektra) geleverd aan Al-Malika op de twee adressen [adres 1] en [adres 2].
Op 16 augustus 2024 heeft SEFE de jaarafrekening toegezonden aan Al-Malika. Het verbruik van gas en elektra voor het adres [adres 2] was hoger dan het bedrag dat bij voorschot al was betaald. De jaarafrekening bedroeg daarom € 133.416,75.
Op 26 september 2024 heeft Al-Malika bij het doorgeven van de gasmeterstand gemeld dat zij denkt dat de gasmeter het niet goed doet en dat de jaarafrekening van het gasverbruik veel te hoog is. SEFE heeft Al-Malika op 27 september 2024 aangeraden om contact op te nemen met netbeheerder Liander, omdat zij een controle kunnen uitvoeren op de aansluiting. Verder heeft SEFE aangegeven dat zij het verzoek ook bij Liander kan indienen, maar dat zij daarvoor een akkoord nodig heeft van Al-Malika.
Al-Malika heeft op 31 oktober 2024 gevraagd om een betalingsregeling van € 10.000,- per maand. SEFE heeft ingestemd met deze betalingsregeling. De betalingsregeling is niet correct nagekomen, waardoor de regeling is vervallen.
Al-Malika is overgestapt naar een andere energieleverancier. SEFE heeft voor het energieverbruik vanaf de jaarafrekening tot de einddatum van 27 december 2024 een eindafrekening opgemaakt. Deze bedroeg € 189.149,56.
Al-Malika heeft op 26 februari 2025 opnieuw doorgegeven dat de meter niet (goed) werkt. SEFE heeft Al-Malika daarop verwezen naar haar nieuwe leverancier.
3. Het geschil
SEFE vordert - samengevat - veroordeling van Al-Malika tot betaling van € 289.589,93, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 6 februari 2025. Aan haar vordering legt SEFE ten grondslag dat zij gas en elektra heeft geleverd aan Al-Malika en recht heeft op betaling daarvan. Omdat (met name) het gasverbruik veel hoger was dan door Al-Malika vooraf was ingeschat, moet voor een deel van dat verbruik, dat niet reeds bij voorschot was betaald, nog betaald worden. SEFE heeft haar vordering als volgt gespecificeerd:
Hoofdsom € 347.092,30
Wettelijke handelsrente tot 6 februari 2025 € 3.513,16
Wettelijke handelsrente vanaf 6 februari 2025 p.m.
Incassokosten € 3.510,46
Totaal € 354.115,92
Voldaan na inschakeling raadsman eiseres € 64.525,99
Totaal verschuldigd € 289.589,93
Al-Malika voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijkheid van SEFE, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van SEFE, met veroordeling van SEFE in de kosten van deze procedure. Al-Malika betwist de door SEFE gefactureerde hoeveelheden energie te hebben afgenomen. De gasmeter was defect, hetgeen ook bij SEFE onder de aandacht is gebracht. De hoeveelheid gas die is afgenomen, kon daarom niet goed worden geregistreerd. Verder voert Al-Malika aan dat sprake is van overlap in de gefactureerde periodes en dat de facturen voor de maandelijkse voorschotten dubbel worden gevorderd.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4. De beoordeling
SEFE vordert betaling van het energieverbruik door Al-Malika vanaf 10 augustus 2023 tot en met 27 december 2024. Van een dubbeltelling in de facturatie is daarbij geen sprake. Uit de stukken volgt namelijk dat voor het gasverbruik voor de adressen [adres 1] en [adres 2] over twee net iets van elkaar verschillende periodes de jaarafrekening is opgemaakt, respectievelijk van 10 augustus 2023 tot 1 augustus 2024 ([adres 1]) en van 10 augustus 2023 tot 25 juli 2024 ([adres 2]). Die data in de jaarafrekening sluiten aan op de data van de eindafrekening. Ook zijn de termijnbedragen op de eindafrekening in mindering gebracht, zodat deze niet dubbel worden gevorderd. Dat betekent dat de hoofdsom van € 347.092,30 overeenstemt met het verbruik zoals geregistreerd door de meters en door Al-Malika is opgegeven aan SEFE.
Gasmeter
Al-Malika heeft aangevoerd dat de gasmeter stuk was en het geregistreerde verbruik veel hoger is dan wat zij werkelijk verbruikt heeft. SEFE betwist dat de gasmeter niet goed heeft gewerkt en voert aan dat niet zij maar de netbeheerder (Liander) verantwoordelijk is voor de gasmeter. SEFE heeft haar vordering onderbouwd door te verwijzen naar de door Al-Malika zelf doorgegeven meterstanden en het daarmee geregistreerde verbruik. Zoals hiervoor is geoordeeld stemt de hoofdsom ook overeen met dat opgegeven verbruik. Als dat geregistreerde verbruik volgens Al-Malika niet klopt, volgens haar omdat sprake is van een kapotte meter, kan zij niet volstaan met een enkele betwisting van het gasverbruik maar zal zij dat moeten toelichten en onderbouwen, bijvoorbeeld met informatie over het vervangen van de meter en het daarna gemeten verbruik. Al-Malika heeft op vragen hierover geen antwoord kunnen geven en ook geen gebruik gemaakt van de gelegenheid om na de mondelinge behandeling een inhoudelijke akte te nemen over de vervanging van de gasmeter. Dat betekent dat Al-Malika de vordering van SEFE onvoldoende gemotiveerd heeft betwist. SEFE heeft Al-Malika dan ook terecht aangesproken tot betaling van het bedrag van € 347.092,30.
Buitengerechtelijke incassokosten, rente, en proceskosten
SEFE vordert ook een vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Die vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). SEFE stelt dat zij buitengerechtelijke incassowerkzaamheden heeft verricht en dat zij daarom recht heeft op een bedrag van € 3.510,46. Al-Malika heeft aangevoerd dat nauwelijks buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht en de vordering op dit punt daarom moet worden afgewezen. Vereist is evenwel dát er buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht, en daartoe is een enkele brief al voldoende (ECLI:NL:HR:2014:1405). Uit het dossier blijkt dat Al-Malika in ieder geval op 24 oktober 2024, 14 november 2024 en op 6 februari 2025 door de gemachtigde van SEFE is gesommeerd om tot betaling van de (op dat moment) openstaande bedragen over te gaan. Ook is overleg geweest over een betalingsregeling. Daarmee heeft SEFE op dit punt voldoende onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. SEFE heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden zodat de gevorderde buitengerechtelijke kosten zullen worden toegewezen.
SEFE heeft geen verweer gevoerd tegen de gevorderde, verschenen wettelijke handelsrente van € 3.513,16, berekend over de oorspronkelijke hoofdsom tot 6 februari 2025. Dat bedrag aan rente is als onweersproken en op de wet gebaseerd door SEFE ook verschuldigd.
Het voorgaande betekent dat de vorderingen van SEFE toewijsbaar zijn. Daarop strekt de betaling van € 64.525,99 in mindering, eerst op de buitengerechtelijke kosten en de wettelijke handelsrente tot 6 februari 2025 (conform artikel 6:44 BW). Dat betekent dat het door SEFE gevorderde bedrag van € 289.589,93, dat enkel nog bestaat uit (een deel van) de oorspronkelijke hoofdsom, zal worden toegewezen. Over dat bedrag is ook wettelijke handelsrente verschuldigd vanaf 6 februari 2025.
Al-Malika is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van SEFE worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
122,35
- griffierecht
€
6.861,00
- salaris advocaat
€
5.770,00
(2 punten × € 2.885,00)
- nakosten
€
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
12.942,35
5. De beslissing
De rechtbank
veroordeelt Al-Malika om aan SEFE te betalen een bedrag van € 289.589,93, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 6 februari 2025, tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt Al-Malika in de proceskosten van € 12.942,35, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als Al-Malika niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. J. Higler-Huisman en in het openbaar uitgesproken op 3 juni 2026.