Rechtbank Den Haag
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 december 2023 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
de Nationale Ombudsman, verweerder.
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 23/6997
(gemachtigde: G. Heres Hoogerkamp L.L.M.),
en
Procesverloop
Bij brief van 19 oktober 2023 heeft eiser bij de rechtbank beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door verweerder op zijn verzoek op grond van de Wet open overheid (Woo) van 1 september 2023 inhoudende een verzoek om alle documenten te overleggen die betrekking hebben of anderszins verband houden met het door de Nationale ombudsman opgestelde rapport met nummer [nummer] .
Bij brief van 30 oktober 2023 heeft de rechtbank verweerder, onder andere, verzocht, binnen twee weken na de datum van verzending van de brief, mede te delen of de termijn waarbinnen in deze procedure een besluit moet worden genomen is verstreken. Hierop heeft verweerder bij brief van 13 november 2023 gereageerd.
Overwegingen
1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in deze zaak niet nodig is.
2. Tegen het niet tijdig beslissen staat beroep bij de rechtbank open.
3. De rechtbank stelt op basis van de overgelegde stukken vast dat de beslistermijn is verstreken.
4. De rechtbank stelt voorts vast dat eiser verweerder bij brief van 3 oktober 2023 heeft meegedeeld dat hij in gebreke is.
5. Gelet op het vorenstaande is het beroep ontvankelijk en is sprake van overschrijding van de beslistermijn.
6. Gelet op de inhoud van het dossier zal de rechtbank verweerder opdragen binnen een termijn van twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit op het verzoek te nemen.
7. De rechtbank bepaalt voorts dat verweerder een dwangsom van € 100,- verbeurt voor elke dag waarmee de hiervoor genoemde termijn wordt overschreden, met een maximum van
€ 15.000,-.
8. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten.
Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 418,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 837, en een wegingsfactor 0,5 (licht)). De rechtbank is van oordeel dat deze zaak van licht gewicht is, omdat de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden.
9. Uit de gegrondverklaring volgt dat verweerder het betaalde griffierecht van € 184,- aan eiser dient te vergoeden.
Beslissing
De rechtbank:
€ 15.000,-;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 418,50;
- draagt verweerder op het door eiser betaalde griffierecht van € 184,- te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.I.H. Kerstens-Fockens, rechter, in aanwezigheid van
F.J.M. van den Berg, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
27 december 2023.
griffier rechter
Afschrift verzonden op:
Rechtsmiddel
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.