Echtscheiding met nevenvoorzieningen
Beschikking op het op 26 juli 2024 ingekomen verzoek van:
[de vrouw] ,
de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. S.C. Meijler in Den Haag.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de man] ,
de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M. Schreuders in Den Haag, voorheen mr. M.P.J. Frederiks en daarvoor mr. P.R. Beishuizen.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
Op 14 augustus 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vrouw met haar advocaat en M. Bink als tolk, en de man met zijn advocaat. Door de advocaat van de vrouw zijn pleitnotities overgelegd. Op de zitting heeft de rechter beslist dat de brief van 14 augustus 2025, met aanvullende verzoeken, namens de man, vanwege strijd met de procesorde niet in aanmerking wordt genomen.
Feiten
Verzoek en verweer
Het verzoek van de vrouw – na wijziging – strekt tot echtscheiding met nevenvoorzieningen tot:
voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De man voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Daarnaast verzoekt de man zelfstandig, indien de vrouw in haar scheidingswens volhardt, om het door partijen nog overeen te komen echtscheidingsconvenant aan de beschikking te hechten en hiervan onlosmakelijk onderdeel uit te laten maken, voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens.
De vrouw voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Beoordeling
Echtscheiding
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Nu de man zijn gewone verblijfplaats in Nederland heeft, komt de Nederlandse rechter met betrekking tot het verzoek tot echtscheiding rechtsmacht toe.
De rechtbank zal op grond van artikel 10:56 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) Nederlands recht op het verzoek tot echtscheiding toepassen.
Inhoudelijke beoordeling
De vrouw heeft gesteld dat het huwelijk duurzaam is ontwricht. De man heeft dit niet betwist, zodat het verzoek tot echtscheiding als op de wet gegrond kan worden toegewezen.
Afwikkeling huwelijksvermogen
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Nu de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft met betrekking tot het echtscheidingsverzoek, heeft hij ook rechtsmacht met betrekking tot het verzoek om de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden te bevelen.
Aangezien de huwelijksdatum van partijen tussen 1 september 1992 en 29 januari 2019 ligt, namelijk op [datum] 2011, is op het huwelijksvermogensregime het Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978 (het Verdrag) van toepassing.
Op grond van artikel 3 van het Verdrag wordt het huwelijksvermogensregime beheerst door het Nederlandse recht, nu de echtgenoten dat interne recht vóór het huwelijk in hun huwelijkse voorwaarden hebben aangewezen als het op hun huwelijksvermogensregime toepasselijke recht.
Partijen hebben op [datum] 2011 huwelijkse voorwaarden opgesteld. Uit die voorwaarden blijkt dat tussen de echtgenoten geen andere huwelijksvermogensrechtelijke gemeenschap van goederen zal bestaan, behalve die van gemeenschap van inboedel. Daarnaast regelen de huwelijkse voorwaarden dat bij het einde van het huwelijk door scheiding de echtgenoten “met elkaar zullen afrekenen alsof zij in een wettelijke gemeenschap van goederen (zoals die thans geldt naar Nederlands recht) gehuwd waren.”, waarbij enkele categorieën goederen zijn uitgesloten.
Inhoudelijke beoordeling
Partijen hebben op de zitting, na schorsing, afspraken gemaakt over de afwikkeling van hun huwelijkse voorwaarden, vergoedingsrechten en de vastlegging vordering. De tussen partijen gemaakte afspraken zijn op de zitting vastgelegd in een door partijen ondertekend proces-verbaal van schikking. De rechtbank zal bepalen dat de tussen de vrouw en de man gemaakte afspraken, neergelegd in het (in kopie) aan deze beschikking gehechte proces-verbaal van schikking van 14 augustus 2025, deel zullen uitmaken van deze beschikking.
Beslissing
De rechtbank:
*
spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, gehuwd op [datum] 2011 in [plaats] ;
*
bepaalt dat de tussen de vrouw en de man gemaakte afspraken, neergelegd in het (in kopie) aan deze beschikking gehechte proces-verbaal van schikking van 14 augustus 2025, deel zullen uitmaken van deze beschikking;
*
wijst af het meer of anders verzochte.