ECLI:NL:RBDHA:2025:18251

ECLI:NL:RBDHA:2025:18251, Rechtbank Den Haag, 09-09-2025, C/09/685638 / FA RK 25-3828

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 09-09-2025
Datum publicatie 09-10-2025
Zaaknummer C/09/685638 / FA RK 25-3828
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0002656

Samenvatting

Alimentatie, uitleg gewijzigd echtscheidingsconvenant en vaststellingsovereenkomst, artikel 1:157 lid 7 BW

Uitspraak

Alimentatie

Beschikking op het op 21 mei 2025 ingekomen verzoek van:

[de vrouw] ,

de vrouw,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. N.M. Zeeman te Zoetermeer.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de man] ,

de man,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat voorheen: mr. R. van Coolwijk te Amsterdam,

advocaat nu: -.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

- het verzoekschrift, met bijlagen;

- het F9-formulier van 10 juni 2025 van de vrouw, met bijlage.

Verzoek

subsidiair:

De vrouw verzoekt:

primair:

- te bepalen dat ex artikel 1:157 lid 7 BW de alimentatietermijn wordt verlengd tot 1 juni 2029 en dat de man gehouden is van 20 mei 2025 tot 1 juni 2029, ingevolge de beschikking van 28 december 2023 een bedrag van € 1.700,- bruto aan de vrouw te voldoen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen en te vermeerderen met de wettelijke indexering, dan wel te bepalen dat de alimentatietermijn wordt verlengd voor een termijn die en tot een datum die de rechtbank juist acht, dan wel te bepalen dat de man gehouden is van 20 mei 2025 tot 1 juni 2029, ingevolge de beschikking van 28 december 2023 een bedrag van € 1.700,- bruto aan de vrouw te voldoen, telkens bij vooruitbetaling en te vermeerderen met de wettelijke indexering;

- te bepalen dat de man gehouden is de afspraken zoals partijen deze hebben vastgelegd in het gewijzigd echtscheidingsconvenant van 31 maart 2016 na te komen en daarmee dat de man gehouden is voor de duur van 8 jaar en 11 maanden na 1 juni 2020 en daarmee tot 1 juni 2029, dan wel voor een termijn die en tot een datum die de rechtbank juist acht, de alimentatie zoals deze is vastgelegd in de beschikking van deze rechtbank van 28 december 2023 bij vooruitbetaling aan de vrouw te voldoen, te vermeerderen met de jaarlijkse wettelijke indexering;

voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

Feiten

Beoordeling

De vrouw stelt dat de man na de beschikking van 28 december 2023 nimmer uit zichzelf de alimentatie heeft voldaan, waardoor de vrouw telkens het LBIO heeft moeten inschakelen voor de inning. Het LBIO stelt dat de partneralimentatie van rechtswege eindigt per 20 mei 2025 en dat zij tot die datum de alimentatie kunnen innen op basis van de echtscheidingsbeschikking. De vrouw stelt echter dat partijen in het gewijzigde echtscheidingsconvenant andere afspraken zijn overeengekomen. De vrouw heeft er belang bij dat die afspraken in een beschikking worden vastgelegd zodat het LBIO de alimentatie kan blijven innen.

Aan de man is op de bij de wet voorgeschreven wijze de inhoud van het verzoekschrift medegedeeld. De rechtbank heeft geen verweerschrift ontvangen binnen de daarvoor gestelde termijn.

Op grond van artikel 1:157 lid 7 van het Burgerlijk Wetboek (BW) geldt het volgende. Indien ongewijzigde handhaving van de beëindiging van de uitkering ten gevolge van het verstrijken van de in het eerste tot en met vierde lid bedoelde termijn, gelet op alle omstandigheden van het geval, naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet kan worden gevergd van degene die recht heeft op die uitkering, kan de rechter op diens verzoek alsnog een termijn vaststellen. Het verzoek wordt daartoe ingediend voordat drie maanden sinds de beëindiging van de uitkering zijn verstreken. De rechter bepaalt bij de uitspraak of verlenging van de termijn na ommekomst daarvan al dan niet mogelijk is.

De alimentatietermijn bedroeg twaalf jaar, gerekend vanaf 21 mei 2013 zijnde de datum dat de echtscheidingsbeschikking is ingeschreven. De termijn zou 21 mei 2025 eindigen, echter zijn partijen in artikel 2 van het gewijzigde echtscheidingsconvenant van 31 maart 2016 overeengekomen dat de man gedurende de relatie met de vrouw niet gehouden is een partneralimentatie aan de vrouw te voldoen.

In artikel 5 van het gewijzigde echtscheidingsconvenant van 31 maart 2016 zijn partijen, in aanvulling op hetgeen tussen partijen in het convenant van 5 april 2013 onder artikel 3 is vermeld, overeengekomen dat de man na de verbreking van de relatie met de vrouw (na de verzoening) gehouden is om voor de resterende termijn van acht jaar en elf maanden, gerekend vanaf de datum van de verbreking van de relatie van partijen, aan de vrouw een partneralimentatie zal voldoen, ongeacht een eventuele wetswijziging voor wat betreft de hiervoor overeengekomen alimentatietermijn. Uit de beschikking van deze rechtbank van 28 december 2023 blijkt dat partijen het erover eens zijn dat de relatie in juni 2020 is verbroken.

Op grond van artikel 5 van de vaststellingsovereenkomst is bij het beëindigen van de relatie in juni 2020 de resterende termijn van acht jaar en elf maanden gaan lopen. Dat maakt dat de alimentatieverplichting van de man jegens de vrouw eerst 1 juni 2029 eindigt.

Naar het oordeel van de rechtbank kan, gelet op het bepaalde in artikel 1:157 lid 7 BW, ongewijzigde handhaving van de beëindiging van de uitkering ten gevolge van het verstrijken van de alimentatietermijn zoals bedoeld in het eerste lid, van de vrouw naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet worden gevergd, gelet op de andersluidende afspraken die partijen hebben gemaakt in het gewijzigde echtscheidingsconvenant, door beide partijen ondertekend op 31 maart 2016.

Het bedrag aan partneralimentatie dat is bepaald bij beschikking van deze rechtbank van 28 december 2023 zal daarbij leidend zijn, behoudens een wijziging van omstandigheden, op basis waarvan de hoogte van het bedrag aan partneralimentatie tijdens deze periode gewijzigd kan worden.

De rechtbank zal het primaire verzoek van de vrouw als niet weersproken en op de wet gegrond toewijzen en het meer of anders verzochte afwijzen.

Beslissing

De rechtbank:

bepaalt dat de alimentatietermijn wordt verlengd tot 1 juni 2029, zodat de man gehouden is om van 20 mei 2025 tot 1 juni 2029, ingevolge de beschikking van deze rechtbank van 28 december 2023, een bedrag van € 1.700,- bruto per maand aan partneralimentatie aan de vrouw te voldoen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen en te vermeerderen met de wettelijke indexering;

bepaalt deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. C.S.F. de Nijs, rechter, bijgestaan door mr. R.P. Bas als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 9 september 2025.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. C.S.F. de Nijs

Griffier

  • mr. R.P. Bas

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl Sdu Nieuws Personen- en familierecht 2025/573
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand