Rechtbank DEN HAAG
Beschikking van de kinderrechter
Ondertoezichtstelling
de Raad voor de Kinderbescherming, Regio Haaglanden (de Raad),
[de moeder] ,
[de vader] ,
Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden, de gecertificeerde instelling.
Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaaksgegevens: C/09/687568 / JE RK 25-1144
Datum uitspraak: 10 september 2025
in de zaak naar aanleiding van het op 26 juni 2025 ingekomen verzoekschrift van:
betreffende:
- [minderjarige 1]geboren op [geboortedatum 1] 2019 te [geboorteplaats 1] , [geboorteland] , hierna: [minderjarige 1] ;
- [minderjarige 2]geboren op [geboortedatum 2] 2020 te [geboorteplaats 2] , hierna: [minderjarige 2] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. E.J.W. Schuijlenburg te Leidschendam, gemeente Leidschendam-Voorburg,
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. A.F. Mandos te Den Haag.
De kinderrechter merkt als informant aan:
Het procesverloop
De kinderrechter heeft kennisgenomen van het verzoekschrift.
Op 27 augustus 2025 heeft ter zitting van deze rechtbank een gecombineerde behandeling plaatsgevonden van zowel onderhavig verzoek als het verzoek met betrekking tot het gezag en de omgang/verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (C/09/639696 / FA RK 22-8531). Op dit laatste verzoek wordt afzonderlijk bij beschikking van 10 september 2025 beslist.
Op de zitting zijn verschenen:
Feiten
Verzoek
Het verzoek strekt tot ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] voor de periode van één jaar, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De moeder en de vader hebben ingestemd met het verzochte, althans hebben zich niet tegen toewijzing daarvan verzet.
Beoordeling
De kinderrechter is, gelet op hetgeen uit het dossier en ter zitting naar voren is gekomen, van oordeel dat de in artikel 1:255, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek genoemde gronden voor ondertoezichtstelling aanwezig zijn.
Met de Raad is de kinderrechter van oordeel dat sprake is van een ernstige bedreigde ontwikkeling van de kinderen, omdat zij oor- en ooggetuige geweest zijn van heftige scheidingsproblematiek. Sinds de ouders uit elkaar zijn hebben de kinderen wisselend contact met de vader waarbij meerdere perioden het contact volledig stil ligt. [minderjarige 1] heeft moeite zich te uiten en spreekt niet. Hij kan bij spanning zijn gezicht tot bloedens toe openkrabben. Het is onbekend waar dit precies vandaan komt. Er is diagnostisch onderzoek nodig met als doel meer zicht te krijgen op zijn problematiek en vervolgens passend onderwijs in te zetten. Dit is tot heden nog niet van de grond gekomen. [minderjarige 2] lijkt zich ogenschijnlijk goed te ontwikkelen maar ook over haar zijn nog zorgen. Speltherapie zou [minderjarige 2] kunnen helpen om nare herinneringen van de scheiding te verwerken en een plek te geven. De kinderen lijden onder de strijd tussen de ouders, waardoor zij geen onbelast contact kunnen hebben met de andere ouder. Dat heeft erin geresulteerd dat de kinderen nu al negen maanden de vader niet hebben gezien en dat contact tussen hen niet tot stand komt. Begeleid contactherstel tussen de vader en de kinderen en ook noodzakelijke hulpverlening voor [minderjarige 1] (diagnostisch onderzoek) stagneert.
Naar het oordeel van de kinderrechter is een jeugdbeschermer nog steeds noodzakelijk om de regie te nemen in het organiseren van het (begeleid) contactherstel tussen de vader en de kinderen en om ervoor te zorgen dat de kinderen de juiste hulpverlening krijgen. Daarbij acht de kinderrechter het met de Raad in het belang van de kinderen dat de eerste paar momenten van contactherstel begeleid worden, eventueel door de jeugdbeschermer, maar dat daarna wordt toegewerkt naar onbegeleid contact tussen de vader en de kinderen. Hierbij zijn de kinderen uiteraard leidend. Het tempo in opbouw zal van hen afhankelijk zijn.
Eventueel kan de jeugdbeschermer de ouders ook begeleiden in het opstellen van een informatieregeling waarbij de moeder aan de vader informatie over de kinderen stuurt.
Met de Raad vindt de kinderrechter een ondertoezichtstelling voor de duur van één jaar passend. Het contact kan in die periode worden hersteld en gemonitord kan worden naar welke definitieve zorgregeling moet worden toegewerkt. Tijdens de ondertoezichtstelling moet naar het oordeel van de kinderrechter ook goed vinger aan de pols gehouden worden met betrekking tot de hulpverlening voor [minderjarige 1] en (eventueel) [minderjarige 2] .
Beslissing
De kinderrechter:
stelt [minderjarige 1] en [minderjarige 2] van 27 augustus 2025 tot 27 augustus 2026 onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden;
verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 27 augustus 2025 door mr. A.S. Perniciaro, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. R.P. Bas als griffier.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 10 september 2025.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoeker en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van
het gerechtshof Den Haag.