Vervangende toestemming erkenning/omgang/informatie- en consultatie/gezag
Beschikking op het op 28 februari 2023 ingekomen verzoek van:
[de man] ,
verzoeker, hierna: de man,
wonende te [woonplaats 1] ,
advocaat: mr. W.N. Sardjoe te ’s-Gravenhage.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de moeder] ,
de moeder,
eerst wonende te [woonplaats 2] , nu wonende te [woonplaats 1] ,
advocaat: eerst mr. S. Oedayrajsingh Varma te Zoetermeer, nu zonder advocaat,
Procedure
Bij beschikking van 13 februari 2024 van deze rechtbank – voor zover relevant – is de man vervangende toestemming tot erkenning van de minderjarige [de minderjarige] verleend en is in afwachting van de akte van erkenning bepaald dat de beslissing op het verzoek tot gezamenlijk gezag pro forma wordt aangehouden tot 15 juni 2024.
De rechtbank heeft opnieuw kennisgenomen van de stukken, waaronder:
Beoordeling
Zoals is overwogen in de beschikking van 13 februari 2024 kan de rechtbank pas definitief op het verzoek tot gezamenlijk gezag beslissen nadat de erkenning tot stand is gebracht.
Bij F9 formulier van 25 juni 2025 heeft de rechtbank de akte van erkenning ontvangen. Bij F9 formulier van 31 juli 2025 heeft de man zijn verzoek tot gezamenlijk gezag ingetrokken.
De rechtbank stelt gelet op het voorgaande vast dat er niets meer te beslissen valt.
Beslissing
De rechtbank:
stelt vast dat er niets meer te beslissen valt.