ECLI:NL:RBDHA:2025:18600

ECLI:NL:RBDHA:2025:18600, Rechtbank Den Haag, 08-10-2025, NL25.47976

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 08-10-2025
Datum publicatie 08-10-2025
Zaaknummer NL25.47976
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Middelburg
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0011823

Samenvatting

Vervolgberoep, zicht op uitzetting naar India, aanvraag gezinshereniging, beroep ongegrond

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.47976

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. Y. Özdemir),

en

Procesverloop

Verweerder heeft op 10 mei 2025 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd.

Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.

Verweerder heeft de maatregel van bewaring met ingang van 2 oktober 2025 opgeheven, en een nieuwe maatregel opgelegd.

Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd.

De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en heeft het onderzoek op 7 oktober 2025 gesloten.

Overwegingen

1. Eiser stelt van Indiase nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [datum] 1988.

2. Omdat de bewaring is opgeheven, beperkt de beoordeling zich in deze zaak tot de vraag of aan eiser schadevergoeding moet worden toegekend. In dit verband moet de vraag worden beantwoord of de tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring op enig moment voorafgaande aan de opheffing daarvan onrechtmatig is geweest. Op grond van artikel 106 van de Vw kan de rechtbank indien de bewaring al is opgeheven vóór de behandeling van het verzoek om opheffing van de bewaring aan eiser een schadevergoeding ten laste van de Staat toekennen.

3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraken van deze rechtbank en zittingsplaats van 23 mei 2025 en 11 augustus 2025 volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan de laatste uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom is bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel van bewaring slechts de periode van belang sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek op 5 augustus 2025.

4. Eiser stelt dat zicht op uitzetting heeft ontbroken. De Indiase autoriteiten hebben niet gereageerd op de maandelijkse rappels. Door verweerder zijn ook geen inlichtingen verstrekt over wat de gemiddelde reactietermijn is van de Indiase autoriteiten, of zij bereid zijn mee te werken, en of eerder uitzettingen naar India hebben plaatsgevonden. Daarnaast heeft eiser een aanvraag ingediend voor verblijf bij zijn minderjarige kind.

5. De rechtbank ziet geen aanleiding voor het oordeel dat zicht op uitzetting binnen redelijke termijn heeft ontbroken. In zijn algemeenheid kan worden uitgegaan van zicht op uitzetting naar India. De stelling dat verweerder geen inlichtingen heeft verstrekt over de medewerking maakt dit niet anders. Niet is gebleken dat er concrete aanwijzingen zijn dat de Indiase autoriteiten in zijn algemeenheid geen medewerking verlenen. Uit het feit de Indiase autoriteiten niet op de rappels hebben gereageerd kan niet worden afgeleid dat de Indiase autoriteiten op voorhand zullen weigeren aan eiser een lp te verstrekken. Daarbij komt dat niet is gebleken dat eiser zelf ook maar enige inspanning heeft verricht om de afgifte van een lp te bevorderen.

6. Uit de opheffing van de maatregel (formulier M113) kan verder worden afgeleid dat de maatregel van bewaring is opgeheven vanwege het indienen van een aanvraag voor verblijf bij zijn minderjarige kind op 2 oktober 2025. Dat eiser deze aanvraag heeft ingediend, maakt daarom niet dat het voortduren van de maatregel van bewaring tot het moment van opheffen onrechtmatig is geweest.

7. Ook is overigens niet gebleken dat de maatregel van bewaring tot aan het moment van opheffen op enig moment onrechtmatig is geweest. Er is ook niet gebleken dat het familie- en gezinsleven van eiser of het beginsel van non-refoulement zich verzetten tegen eisers terugkeer.

8. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan op 8 oktober 2025 door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. K.M. de Jager

Griffier

  • mr. E.C. Jacobs

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand