ECLI:NL:RBDHA:2025:19813

ECLI:NL:RBDHA:2025:19813, Rechtbank Den Haag, 17-09-2025, NL24.4341

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 17-09-2025
Datum publicatie 30-10-2025
Zaaknummer NL24.4341
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0011823

Samenvatting

Afwijzing aanvraag voor een EU-verblijfsvergunning langdurig ingezetene of een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd. Beroep ongegrond. Eiser heeft niet direct voorafgaand aan zijn aanvraag rechtmatig verblijf gehad. Eiser voldoet daarom niet aan het vereiste zoals bedoeld in artikel 45b, tweede lid, onder a van de Vreemdelingenwet 2000.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Amsterdam

Bestuursrecht

Zaaknummer: NL24.4341

V-nummer: [V-nummer]

uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken in de zaak tussen

[eiser],

geboren op [geboortedatum 1] 1977, van Nigeriaanse nationaliteit, eiser

(gemachtigde: mr. J.A. Pieters),

en

de minister van Asiel en Migratie , verweerder

(gemachtigde: [gemachtigde]).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een EU-verblijfsvergunning langdurig ingezetene of een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd.

Verweerder heeft de aanvraag met het besluit van 10 augustus 2023 afgewezen. Met het besluit van 10 januari 2024 (het bestreden besluit) is verweerder bij de afwijzing gebleven.

De rechtbank heeft het beroep op 16 juli 2025 op zitting behandeld. De gemachtigde van verweerder heeft aan de zitting deelgenomen. Eiser en zijn gemachtigde zijn – met voorafgaande kennisgeving – niet verschenen.

Beoordeling door de rechtbank

Ten aanzien van het griffierecht

2. Eiser heeft verzocht om vrijstelling van het griffierecht. De griffier heeft dit verzoek met de brief van 22 februari 2024 afgewezen, omdat eiser het toegestuurde formulier voor vrijstelling van het griffierecht niet heeft teruggestuurd. Eiser heeft vervolgens het griffierecht voldaan. Omdat eiser het toegestuurde formulier niet heeft teruggestuurd, is het niet aannemelijk dat hij niet beschikt over inkomen of vermogen. De rechtbank wijst het verzoek daarom definitief af.

Ten aanzien van het beroep tegen het bestreden besluit

Achtergrond

3. Eiser is in 2014 gehuwd met [naam 1] (thans zijn ex-partner). Zijn dochter [naam 2] is geboren op [geboortedatum 2] 2015 en heeft de Nederlandse nationaliteit.

Op 22 augustus 2017 is aan eiser, als verzorgende ouder van een Nederlands minderjarig kind, verblijfsrecht verleend op grond van artikel 20 VWEU en het arrest Chavez-Vilchez. Dit verblijfsrecht had een geldigheidsduur van vijf jaar, dus tot 22 augustus 2022.

Op 9 mei 2022 heeft eiser een aanvraag tot verlenging van zijn verblijfsrecht ingediend. Met het besluit van 19 januari 2023 is deze aanvraag afgewezen en is het verblijfsrecht per die datum beëindigd. Het hiertegen ingediende bezwaar is met het besluit van 29 juni 2023 ongegrond verklaard. Dit besluit is vervolgens op 6 februari 2024 ingetrokken.

In de tussentijd heeft eiser op 31 maart 2023 een aanvraag ingediend voor een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen of een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd. Met het besluit van 10 augustus 2023 heeft verweerder deze aanvraag afgewezen.

Het bestreden besluit

Met het bestreden besluit van 10 januari 2024 is verweerder bij de afwijzing gebleven. Volgens verweerder voldoet eiser niet aan de voorwaarde dat hij direct voorafgaand aan de aanvraag of op het moment van de beslissing minimaal vijf jaar zonder onderbreking in Nederland heeft gewoond op basis van een geldige verblijfsvergunning voor een niet tijdelijk verblijfsdoel (hierna: de eerste voorwaarde). Het verblijfsrecht van eiser is namelijk komen te vervallen met het besluit van 19 januari 2023. Ook voldoet eiser niet aan het inburgeringsvereiste en tot slot is niet gebleken dat het inkomen van eiser duurzaam is.

Aan eiser is wel op grond van artikel 8 van het EVRM een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor het doel ‘verblijf als familie- of gezinslid bij [naam 2]’ verleend. Deze verblijfsvergunning is geldig van 5 september 2023 tot 5 september 2028.

Standpunt eiser

Eiser heeft onder andere betoogd dat hij wel aan de eerste voorwaarde voldoet. Ten onrechte is zijn verblijfsrecht met het besluit van 19 januari 2023 beëindigd. Hiertegen heeft eiser bezwaar gemaakt. Eiser verzoekt de rechtbank om het beroep aan te houden in afwachting van de beslissing op bezwaar.

Het oordeel van de rechtbank

Uit artikel 45b, tweede lid, onder a, c en g, van de Vw volgt dat de aanvraag tot het verlenen van een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen slechts kan worden afgewezen, indien de vreemdeling niet gedurende vijf jaren ononderbroken en direct voorafgaande aan de aanvraag rechtmatig verblijf als bedoeld in artikel 8 heeft gehad, met inachtneming van het derde lid; al of niet tezamen met de gezinsleden bij wie hij verblijft, niet zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan; of niet heeft voldaan aan het bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vast te stellen inburgeringsvereiste.

De rechtbank overweegt allereerst dat er geen aanleiding is om de zaak aan te houden in afwachting van een beslissing op het bezwaar tegen het besluit van 19 januari 2023. Ter zitting heeft de gemachtigde verweerder namelijk toegelicht dat op 4 september 2024 op het bezwaar is beslist en het bezwaar ongegrond is verklaard.

De gemachtigde van verweerder heeft tevens toegelicht dat eiser geen beroep heeft ingesteld tegen voornoemde beslissing op bezwaar. De rechtbank overweegt dat daarmee het besluit van 19 januari 2023 in rechte vaststaat en het verblijfsrecht van eiser per die datum beëindigd is geweest. Dit heeft als gevolg dat eiser niet direct voorafgaand aan zijn aanvraag op 31 maart 2023 rechtmatig verblijf heeft gehad. Eiser voldoet daarom niet aan het vereiste zoals bedoeld in artikel 45b, tweede lid, onder a van de Vw. Reeds hierom heeft verweerder de aanvraag terecht afgewezen. De beroepsgronden die zien op het inburgeringsvereiste en het inkomensvereiste behoeven daarom geen bespreking.

Conclusie en gevolgen

4. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt daarom zijn griffierecht niet terug.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C.A.R. Bleijendaal, rechter, in aanwezigheid van

mr. H. Belhadi, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. C.A.R. Bleijendaal

Griffier

  • mr. H. Belhadi

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand