ECLI:NL:RBDHA:2025:20061

ECLI:NL:RBDHA:2025:20061, Rechtbank Den Haag, 30-10-2025, NL25.36546 en NL25.36547

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 30-10-2025
Datum publicatie 12-11-2025
Zaaknummer NL25.36546 en NL25.36547
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537

Samenvatting

Richtlijn Tijdelijke Bescherming, beroep tegen oplegging terugkeerbesluit. Beroep ongegrond. Beroepsgrond dat oplegging van het TKB prematuur en onterecht is omdat er nog geen inhoudelijke behandeling heeft plaatsgevonden van zijn asielaanvraag en hij nog een asielaanvraag wil indienen, slaagt niet. Eerdere asielaanvraag is buiten behandeling gesteld en eiser heeft nog geen nieuwe asielaanvraag ingediend. Eisers stelling dat hij bij terugkeer Turkmenistan reëel risico loopt op ernstige schade is niet onderbouwd.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

[eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser/verzoeker (hierna: eiser)

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Samenvatting

Bestuursrecht

zaaknummers: NL25.36546 (beroep) en NL25.36547 (voorlopige voorziening)

uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen

(gemachtigde: mr. E.R. Weegenaar),

en

(gemachtigde: mr. E.J.M.C. Jansen).

1. Deze uitspraak gaat over het terugkeerbesluit dat verweerder aan eiser heeft opgelegd. Eiser is het hiermee niet eens. Hij heeft daarom beroep ingesteld. De rechtbank beoordeelt het beroep mede aan de hand van de beroepsgronden.

2. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het terugkeerbesluit in stand kan blijven. De tijdelijke bescherming van eiser is namelijk met ingang van 4 maart 2024 geëindigd, hij heeft geen vreemdelingrechtelijke procedures openstaan en hij heeft niet onderbouwd waarom hij een reëel risico zou lopen op ernstige schade bij terugkeer naar Turkmenistan. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

3. Verweerder heeft aan eiser facultatieve tijdelijke bescherming verleend onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming. Op 4 juni 2025 heeft de minister laten weten voornemens te zijn een terugkeerbesluit op te leggen, omdat eisers recht op tijdelijke bescherming op 4 maart 2024 is geëindigd, de tijdelijke bevriezingsmaatregel op 4 september 2025 stopt, en omdat eiser geen openstaande vreemdelingrechtelijke procedures heeft. Op 23 juli 2025 heeft verweerder het terugkeerbesluit aan eiser opgelegd.

Eiser is het niet eens met de oplegging van het terugkeerbesluit en heeft daarom beroep ingesteld bij de rechtbank. Ook heeft hij verzocht om een voorlopige voorziening.

Op 14 oktober 2025 heeft verweerder een verweerschrift ingediend.

De rechtbank doet uitspraak zonder zitting, omdat partijen daarmee hebben ingestemd.

Beoordeling door de rechtbank

4. De rechtbank geeft eiser geen gelijk. De rechtbank zal hierna toelichten hoe zij tot dit oordeel is gekomen.

5. Eiser voert aan dat de oplegging van het terugkeerbesluit prematuur en onterecht is omdat er nog geen inhoudelijke behandeling heeft plaatsgevonden van zijn asielaanvraag en eiser van plan is op korte termijn nog een asielaanvraag in te dienen. Hij stelt dat hij een reëel risico loopt op ernstige schade bij terugkeer naar Turkmenistan.

Deze beroepsgrond slaagt niet. Eisers eerdere asielaanvraag is met het besluit van 3 januari 2025 buiten behandeling gesteld omdat hij tweemaal niet is verschenen bij het nader gehoor. Tegen dit besluit heeft eiser geen rechtsmiddel ingesteld. Dat er dus geen inhoudelijke beoordeling van zijn aanvraag heeft plaatsgevonden klopt, dit is immers het gevolg van de buitenbehandelingstelling. Verweerder was in die situatie dan ook niet gehouden om een onderzoek naar de gevolgen bij terugkeer uit te voeren. Dit betekent echter niet dat verweerder om die reden geen terugkeerbesluit had mogen uitvaardigen. Daarnaast heeft eiser in het kader van het terugkeerbesluit niet met concrete informatie onderbouwd dat hij bij terugkeer een reëel risico loopt op ernstige schade. Uit algemene landeninformatie blijkt evenmin dat eiser, enkel door zijn aanwezigheid daar, een risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 van het EVRM. De stelling van eiser dat het terugkeerbesluit prematuur is genomen omdat hij nog een asielaanvraag wil indienen, leidt ook niet tot een ander oordeel. Eiser heeft tot nu toe nog geen nieuwe asielaanvraag ingediend terwijl hij daar wel ruim de gelegenheid voor heeft gehad. De rechtbank overweegt daarbij dat eiser in zijn zienswijze van 30 juni 2025 al stelt dat hij op korte termijn een asielaanvraag gaat indienen. Uit de beroepsgronden blijkt niet dat dit in de tussentijd is gedaan. Het betreft dan ook een (onzekere) toekomstige gebeurtenis, die aan de rechtmatigheid van het op 23 juli 2025 opgelegde terugkeerbesluit niet afdoet.

6. Naar het oordeel van de rechtbank was verweerder op 23 juli 2025 daarom bevoegd een terugkeerbesluit uit te vaardigen.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het terugkeerbesluit in stand blijft.

8. Omdat op het beroep is beslist, bestaat er geen aanleiding meer voor het treffen

van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af.

9. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C.I.H. Kerstens-Fockens, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. L.C.C. Bakx, griffier.

De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak op het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen een week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen hoger beroep of verzet open.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. L.C.C. Bakx

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand