ECLI:NL:RBDHA:2025:20699

ECLI:NL:RBDHA:2025:20699, Rechtbank Den Haag, 09-10-2025, NL25.125

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 09-10-2025
Datum publicatie 10-11-2025
Zaaknummer NL25.125
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537

Samenvatting

Machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) - gronden van beroep te laat ingediend - geen sprake van verschoonbare termijnoverschrijding - beroep niet-ontvankelijk.

Uitspraak

[eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser

(gemachtigde: mr. C.T.W. van Dijk),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis.

Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 4 september 2023 afgewezen. Met het besluit van 22 december 2023 op het bezwaar van eiser is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. Op 4 september 2024 heeft deze rechtbank het beroep van eiser hiertegen gegrond verklaard, het besluit van 22 december 2023 vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen.

Met het bestreden besluit van 19 december 2024 op het bezwaar van eiser is verweerder opnieuw bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.

2. De rechtbank heeft het beroep op 28 augustus 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [naam] (referent), mr. D.W.M. van Erp als waarnemer van gemachtigde en S.B. Aniania als tolk. De gemachtigde van verweerder is met bericht vooraf niet ter zitting verschenen.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?

3. Eiser is geboren op [geboortedatum] 1957 en heeft de Eritrese nationaliteit. De zoon van eiser, referent, heeft voor eiser een aanvraag ingediend voor een mvv in het kader van nareis. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen omdat eiser niet aan de voorwaarden voor nareis voldoet. Referent was ten tijde van de indiening van de aanvraag 18 jaar, waardoor eiser niet tot de groep van personen behoort die op grond van artikel 29 lid 2 van de Vw een mvv nareis kan krijgen. Ook legt verweerder uit waarom hij niet ambtshalve toetst aan artikel 8 van het EVRM.

Wat vindt eiser in beroep?

4. In beroep stelt eiser zich, kort gezegd, op het standpunt dat het te laat indienen van beroepsgronden hem niet is toe te rekenen. Daarnaast verkeerde eiser in een overmachtssituatie vanwege de situatie in Tigray, waardoor hij geen gebruik kon maken van de eerder afgegeven mvv. Ook heeft verweerder niet deugdelijk gemotiveerd waarom hij eiser niet ambtshalve een vergunning verleent in de zin van artikel 8 van het EVRM.

Wat is het oordeel van de rechtbank?

5. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, omdat eiser de gronden van het beroep niet tijdig heeft ingediend. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.

De gronden van beroep zijn te laat ingediend

6. Iemand die beroep instelt, moet in het beroepschrift de gronden van het beroep vermelden. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank na een herstelmogelijkheid het beroep op grond van artikel 6:6 van de Awb niet-ontvankelijk verklaren.

7. Eiser heeft geen beroepsgronden vermeld in het beroepschrift. De rechtbank heeft eiser in haar bericht van 3 januari 2025 verzocht om binnen vier weken, dus uiterlijk 31 januari 2025, dit verzuim te herstellen.

8. Eiser heeft op 7 februari 2025 de gronden ingediend. Dit is na het verstrijken van de termijn.

Is het niet tijdig vermelden van de gronden verontschuldigbaar?

9. De voormalig gemachtigde van eiser heeft desgevraagd meegedeeld dat zij de gronden tijdig heeft geschreven op 31 januari 2025 maar dat waarschijnlijk vanwege een fout in het systeem of een internetprobleem, bij de rechtbank of op haar kantoor, het uploaden van de gronden is mislukt. Zij heeft dat niet in de gaten gehad, omdat zij geen bevestigingsmail krijgt zodra het document is ontvangen. Zij is dezelfde dag kennelijk vergeten te checken of het document was opgenomen in het digitale dossier. De voormalig gemachtigde van eiser heeft dit vervolgens wel gecheckt op 7 februari 2025 en heeft toen de gronden van beroep alsnog ingediend.

10. De rechtbank ziet in wat is aangevoerd geen reden om het overschrijden van de termijn voor het indienen van de gronden verschoonbaar te achten. Er is namelijk geen sprake van bijzondere omstandigheden die de voormalig gemachtigde hebben verhinderd om tijdig bezwaar te maken. De voormalig gemachtigde stelt ervan op de hoogte te zijn dat het uploaden van stukken bij haar niet altijd lukte en dat zij daarom normaliter nog checkte of het uploaden daadwerkelijk was gelukt. Zij heeft dit in het onderhavige geval nagelaten. Daarbij is niet gebleken waarom gemachtigde niet eerder van de fout op de hoogte had kunnen zijn. De enkele verklaring dat zij het is vergeten te checken en zij het een week later wel checkte zonder zich te herinneren waarom, is onvoldoende om het te laat indienen van de gronden verschoonbaar te achten. De fout van de in dit geval professionele gemachtigde komt voor rekening en risico van eiser. Dat er nog geen zitting was gepland, maakt het oordeel niet anders. Het plannen van een zitting staat namelijk los van de beoordeling of een beroep ontvankelijk is. De rechtbank ziet gelet op het voorgaande ook geen aanleiding om nader (technisch) onderzoek te laten doen door het Rechtspraak Servicecentrum, zoals eiser heeft verzocht.

Conclusie en gevolgen

11. De rechtbank is van oordeel dat het beroepschrift te laat is ingediend en dat er geen sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding. Het beroep is

niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft.

12. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C.W. Griffioen, rechter, in aanwezigheid van

mr. L.W.H. Schippers, griffier.

De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. C.W. Griffioen

Griffier

  • mr. L.W.H. Schippers

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand