ECLI:NL:RBDHA:2025:21044

ECLI:NL:RBDHA:2025:21044, Rechtbank Den Haag, 29-09-2025, NL25.36719

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 29-09-2025
Datum publicatie 10-11-2025
Zaaknummer NL25.36719
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 2 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537

Samenvatting

Beroep gericht tegen het niet tijdig beslissen op een asielaanvraag, Dublinverordening, besluitmoratorium Syrië, beroep niet-ontvankelijk

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

uitspraak

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.36719

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. R.E.J.M. van den Toorn),

en

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend, omdat de minister volgens hem niet op tijd heeft beslist op zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (hierna: aanvraag).

Overwegingen

Is het beroep van eiser ontvankelijk?

3. De minister heeft de aanvraag op 9 februari 2024 ontvangen. De minister moet uiterlijk binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag beslissen.3 Indien de minister onderzoekt of de aanvraag niet in behandeling dient te worden genomen,4 vangt deze beslistermijn aan op het tijdstip waarop overeenkomstig de Dublinverordening wordt vastgesteld dat

1. Artikel 8:57, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

2 Artikel 6:2, onder b, en 6:12, tweede lid, van de Awb.

3 Artikel 42, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Aanvankelijk heeft de minister de beslistermijn onder toepassing van WBV 2023/26 met negen maanden verlengd. De minister heeft deze WBV echter weer ingetrokken (IB 2025/28). Als gevolg hiervan geldt voor alle asielaanvragen die zijn ingediend vanaf 1 januari 2024 weer een beslistermijn van zes maanden.

4 Artikel 30 van de Vreemdelingenwet 2000 Vw.

Nederland verantwoordelijk is geworden voor de behandeling van de aanvraag.5

4. De minister heeft naar aanleiding van onderzoek in het kader van de Dublinprocedure de Kroatische autoriteiten op 11 maart 2024 verzocht om eiser terug te nemen.6 De Kroatische autoriteiten hebben dit verzoek op dezelfde dag geaccepteerd. De minister diende eiser vanaf dat moment uiterlijk binnen zes maanden over te dragen.7 De rechtbank stelt vast dat eiser niet tijdig aan Kroatië is overgedragen en dat de minister hierdoor per 12 september 2024 verantwoordelijk is geworden voor de behandeling van de asielaanvraag van eiser.

5. Eiser komt uit Syrië. Met ingang van 14 december 2024 tot en met 13 juni 2025 gold voor Syrië een besluitmoratorium.8 Gedurende de tijd dat het besluitmoratorium van kracht was, besliste de minister niet op asielaanvragen van vreemdelingen uit dat land. De beslistermijn voor asielaanvragen die vóór of tijdens de werking van het besluitmoratorium werden ontvangen, is verlengd met één jaar tot ten hoogste 21 maanden.9

6. De minister dient uiterlijk op 9 november 2025 te beslissen op de aanvraag, omdat op deze datum de maximale beslistermijn van 21 maanden is overschreden.10 De rechtbank overweegt hierbij dat voor de berekening van deze termijn niet de in r.o. 4 bedoelde datum van 12 september 2024, maar de datum van de aanvraag, als startpunt dient.11 Eiser heeft de minister op 22 juli 2025 in gebreke gesteld. De beslistermijn was op dat moment nog niet verstreken. De ingebrekestelling is te vroeg ingediend. Het beroep is daarmee kennelijk niet- ontvankelijk.

7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. O. Veldman, rechter, in aanwezigheid van mr. D.C. van de Mortel, griffier.

5 Artikel 42, zesde lid, van de Vw.

6 Artikel 13, eerste lid, van de Dublinverordening.

7 Artikel 29, eerste lid, van de Dublinverordening.

8 Stcrt. 2024, 41538.

9 Artikel 43, eerste lid, van de Vw en artikel 2 van het Besluit instelling besluitmoratorium en vertrekmoratorium vreemdelingen afkomstig uit Syrië.

10 Artikel 31, vijfde lid, van de Procedurerichtlijn (Richtlijn 2013/32/EU).

11 ECLI:NL:RBDHA:2023:19148.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

29 september 2025

Documentcode: [Documentcode]

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een hogerberoepschrift. U moet dit hogerberoepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. O. Veldman

Griffier

  • mr. D.C. van de Mortel

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand