ECLI:NL:RBDHA:2025:21601

ECLI:NL:RBDHA:2025:21601, Rechtbank Den Haag, 17-11-2025, NL25.54202

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 17-11-2025
Datum publicatie 17-11-2025
Zaaknummer NL25.54202
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Middelburg
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0011825

Samenvatting

Bewaring. Eerste beroep. Marokkaanse. Lichter middel. Ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser,

de minister van Asiel en Migratie, verweerder,

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.54202

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. R.E. Temmen),

en

(gemachtigde: mr. G.T. Cambier).

Procesverloop

Bij besluit van 5 november 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser de maatregel van bewaring opgelegd.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.

Partijen hebben ingestemd met schriftelijke behandeling van de zaak. Eiser heeft op 6 november 2025 de gronden van beroep ingediend. Verweerder heeft hier op 7 november 2025 op gereageerd. Op 17 november 2025 heeft de rechtbank het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 1999 en de Marokkaanse nationaliteit te hebben.

Maatregel van bewaring

2. In de maatregel van bewaring heeft verweerder overwogen dat de maatregel nodig is, omdat een concreet aanknopingspunt bestaat voor een overdracht als bedoeld in de Dublinverordening en een significant risico bestaat dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken. Als zware gronden zijn in de maatregel vermeld dat eiser:

En als lichte gronden zijn in de maatregel vermeld dat eiser:

3. Eiser betwist alle zware en lichte gronden. Hiertoe voert hij aan dat hij als asielzoeker naar Nederland is gekomen en hij zich nimmer heeft onttrokken aan het toezicht. Hij heeft verder altijd zijn juiste identiteit en nationaliteit opgegeven. Daar is in de eerdere asielprocedure niet aan getwijfeld. Verder beschikt hij niet over documenten, maar werkt wel mee aan het verkrijgen ervan. Tot slot verblijft eiser op dit moment in het detentiecentrum in [plaats] en is hij in staat zichzelf te onderhouden.

4. Uit vaste jurisprudentie van de Afdeling volgt dat verweerder bij – onder meer de zware gronden 3a en 3b – kan volstaan met een toelichting dat deze gronden zich feitelijk voordoen. De rechtbank is van oordeel dat verweerder in ieder geval terecht de zware gronden 3a en 3b aan de maatregel van bewaring ten grondslag heeft gelegd. Eiser beschikt immers niet over een paspoort of een voor Nederland geldig visum en hij is volgens zijn verklaringen eerder op een niet voorgeschreven wijze Nederland binnengekomen. Verder is hij op 8 februari 2022 met onbekende bestemming vertrokken. Deze zware gronden zijn dan ook feitelijk juist en kunnen de maatregel van bewaring dragen. De overige gronden behoeven daarom geen verdere bespreking.

Lichter middel

5. Verder voert eiser aan dat verweerder had moeten volstaan met een lichter middel, zoals plaatsing in een regulier AZC, omdat de maatregel van bewaring zwaar drukt op eiser. Hij is depressief en voelt zich slecht.

6. De rechtbank is van oordeel dat verweerder voldoende heeft gemotiveerd dat niet is gebleken dat een lichter middel doeltreffend kon worden toegepast om het onttrekkingsrisico te ondervangen. Hierbij acht de rechtbank van belang dat, zoals hiervoor is overwogen, voldoende gronden aanwezig zijn om een significant risico aan te nemen dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken. Daarnaast is hij eerder met onbekende bestemming vertrokken. Verder heeft verweerder bij de belangenafweging terecht overwogen dat de medische zorg in het detentiecentrum gelijkwaardig is aan de medische zorg in de vrije maatschappij. Ook is niet gebleken dat eiser detentieongeschikt is.

Ambtshalve toets

7. Verder leidt ook de ambtshalve toetsing niet tot het oordeel dat de maatregel van bewaring op enig moment onrechtmatig was.

Conclusie

8. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan op 17 november 2025 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van R. Ben Sellam, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M.L. Weerkamp

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand