ECLI:NL:RBDHA:2025:21736

ECLI:NL:RBDHA:2025:21736, Rechtbank Den Haag, 19-11-2025, NL25.53488

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 19-11-2025
Datum publicatie 19-11-2025
Zaaknummer NL25.53488
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Groningen
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0011823

Samenvatting

bewaring, eerste beroep, Roemenië, 59, eerste lid, aanhef en onder a Vw, bewaring opgeheven en door voor schade, eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij zijn verblijf in Nederland daadwerkelijk en effectief heeft beëindigd, alleen zware grond 3c bestreden, geen lichter middel, voldoende voorvarend, zicht op uitzetting, beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] , eiser,

de minister van Asiel en Migratie, de minister,

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.53488

geboren op [geboortedatum] ,

van Roemeense nationaliteit,

V-nummer: [nummer] ,

(gemachtigde: mr. N. van Bremen),

en

(gemachtigde: mr. K.J. Diender).

Procesverloop

1. De minister heeft op 27 oktober 2025 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vwopgelegd.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet ook worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.

De minister heeft op 6 november 2025 de maatregel van bewaring opgeheven.

De rechtbank heeft het beroep op 14 november 2025 op zitting behandeld. Eiser en zijn gemachtigde zijn met voorafgaande kennisgeving niet verschenen. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

2. Omdat de bewaring is opgeheven, beperkt de beoordeling zich in deze zaak tot de vraag of aan eiser schadevergoeding moet worden toegekend. In dit verband moet de vraag worden beantwoord of de tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring op enig moment voorafgaande aan de opheffing daarvan onrechtmatig is geweest. De rechtbank kan als de bewaring al is opgeheven vóór de behandeling van het verzoek om opheffing van de bewaring aan eiser een schadevergoeding ten laste van de Staat toekennen.

3. In de maatregel van bewaring heeft de minister overwogen dat de openbare orde de maatregel vorderde, omdat het risico bestond dat eiser zich aan het toezicht zou onttrekken en hij de voorbereiding van het vertrek of de uitzettingsprocedure ontweek of belemmerde. De minister heeft hieraan ten grondslag gelegd dat eiser:

(zware gronden)3a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan;3b. zich in strijd met de Vreemdelingenwetgeving gedurende enige tijd aan het toezicht op vreemdelingen heeft onttrokken;3c. eerder een visum, besluit, kennisgeving of aanzegging heeft ontvangen waaruit de plicht Nederland te verlaten blijkt en hij daaraan niet uit eigen beweging binnen de daarin besloten of gestelde termijn gevolg heeft gegeven;

(lichte gronden)

4c. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;4d. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.

De minister heeft de gronden in de maatregel nader gemotiveerd. Verder heeft de minister overwogen dat een minder dwingende maatregel (een lichter middel) niet doeltreffend kon worden toegepast.

Voortraject

4. De rechtbank stelt vast dat eiser de procedure voorafgaand aan de inbewaringstelling niet heeft bestreden. De bewaring is niet op die grond onrechtmatig.

Grondslag

5. De rechtbank stelt vast dat eiser geen rechtmatig verblijf meer heeft. Bij besluit van 10 juni 2025 is vastgesteld dat eiser geen rechtmatig verblijf heeft op grond van het Unierecht. Daarom viel eiser ten tijde van de inbewaringstelling onder de in artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw genoemde categorie vreemdelingen. De maatregel is op de juiste grondslag opgelegd.

Nederland daadwerkelijk en effectief verlaten?

6. Eiser betoogt dat, hoewel zijn verblijfsrecht is ingetrokken, er geen inreisverbod is opgelegd en dat terugkeer naar Nederland daarmee juridisch niet is uitgesloten. Eiser is op 24 juli 2025 naar Roemenië teruggekeerd. Daarmee heeft hij voldaan aan de verplichting tot vertrek. Er is geen objectief bewijs dat hij zijn verblijf niet daadwerkelijk en effectief heeft beëindigd. De enkele constatering dat hij op een later moment opnieuw naar Nederland is teruggekeerd, maakt dat niet anders. Zijn terugkeer naar Nederland was gebaseerd op medische gronden.

Niet in geschil is dat de minister bij besluit van 10 juni 2025 heeft vastgesteld dat eiser geen rechtmatig verblijf heeft op grond van het Unierecht. Uit rechtspraak van het Hof van Justitie volgt dat een Unieburger ten aanzien van wie een verwijderingsbesluit is genomen alleen opnieuw verblijfsrecht op het grondgebied van het gastland verkrijgt wanneer hij zijn verblijf op dat grondgebied daadwerkelijk en effectief heeft beëindigd. De duur die de Unieburger buiten het grondgebied van het gastland verbleef, is voor de vaststelling van de daadwerkelijke en effectieve beëindiging van belang, maar niet beslissend. Hoe langer de afwezigheid van de Unieburger van het grondgebied van het gastland, hoe meer daaruit blijkt dat het verblijf daadwerkelijk en effectief is beëindigd. Daarnaast zijn elementen waaruit blijkt dat de Unieburger zijn banden met het gastland heeft verbroken van belang. Onder verwijzing naar de uitspraak van het Hof van Justitie ligt het op de weg van eiser om aannemelijk te maken dat hij zijn verblijf in Nederland daadwerkelijk en effectief heeft beëindigd en niet op de weg van de minister om daar onderzoek naar te doen.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister zich in de maatregel terecht op het standpunt gesteld dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij zijn verblijf in Nederland daadwerkelijk en effectief heeft beëindigd. Zo heeft eiser verklaard dat hij op 24 juli 2025 is vertrokken naar Roemenië, maar op 4 september 2025 weer is teruggekeerd naar Nederland. Eiser is vervolgens op 27 oktober 2025 door handhavers bedelend aangetroffen en is op grond daarvan aangehouden. De rechtbank is van oordeel dat dit er geen blijk van geeft dat eiser daadwerkelijk en effectief zijn verblijf in Nederland heeft beëindigd. Eiser heeft daarnaast geen werk, geen vast inkomen, geen vaste woon- of verblijfplaats en geen verzekering die hem dekt tegen zorgkosten. Het enkel verlaten van Nederland kan niet gelijk worden gesteld met daadwerkelijke en effectieve verblijfsbeëindiging. Het vorenstaande maakt naar het oordeel van de rechtbank dan ook dat eiser in Nederland niet opnieuw verblijfsrecht heeft verkregen.

Gronden

7. De rechtbank is van oordeel dat de zware grond 3c feitelijk juist is en terecht aan de maatregel ten grondslag is gelegd. Aan eiser is een besluit uitgereikt waarin is vastgesteld dat hij geen rechtmatig verblijf heeft op grond van het Unierecht en hem is opgedragen om Nederland binnen een maand te verlaten. Eiser is binnen de gestelde termijn vertrokken naar Roemenië, maar is kort daarna weer teruggekeerd naar Nederland. Hiermee heeft eiser zijn verblijf in Nederland niet daadwerkelijk en effectief beëindigd. De rechtbank stelt vast dat eiser de overige zware en lichte gronden niet heeft betwist. De rechtbank ziet ook ambtshalve toetsend geen aanleiding voor het oordeel dat de niet betwiste gronden de maatregel van bewaring niet kunnen dragen. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de zware en lichte gronden in samenhang bezien en gelet op de motivering in de maatregel, voldoende waren om de maatregel van bewaring te kunnen dragen en dat voldoende grond bestaat voor het standpunt van de minister dat er ten tijde van de inbewaringstelling een risico op onttrekking bestond.

Lichter middel

8. De rechtbank is van oordeel dat de minister terecht geen aanleiding heeft gezien om aan eiser een lichter middel dan de maatregel van bewaring op te leggen. In dit kader acht de rechtbank van belang dat, zoals hiervoor is overwogen, de gronden de maatregel van bewaring kunnen dragen en dat daarmee het risico op onttrekking is gegeven. Een lichter middel volstond niet om de uitzetting van eiser te verzekeren. De rechtbank stelt vast dat eiser er door de minister ook op is gewezen dat medische behandeling in het detentiecentrum beschikbaar is. Daarnaast is de rechtbank niet gebleken van andere persoonlijke belangen van eiser die de bewaring voor hem onevenredig bezwarend maken en waarin de minister aanleiding had moeten zien eiser een lichter middel dan bewaring op te leggen. Gelet op de gronden die aan de maatregel ten grondslag zijn gelegd, is de minister er terecht van uitgegaan dat eiser niet uit eigen beweging gevolg zou geven aan de op hem rustende vertrekplicht. Een lichter middel volstond derhalve niet om de uitzetting van eiser te verzekeren

Voortvarendheid en zicht op uitzetting

9. De rechtbank is van oordeel dat de minister, tot aan de opheffing van de maatregel, voldoende voortvarend heeft gewerkt aan de uitzetting van eiser. Hiervoor acht de rechtbank van belang dat op 30 oktober 2025 een vertrekgesprek met eiser heeft plaatsgevonden. Zicht op uitzetting ontbrak ook niet, nu eiser op 6 november 2025 is uitgezet.

Conclusie

10. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

11. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Tesfai, rechter, in aanwezigheid van R. de Boer, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. R. Tesfai

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand