ECLI:NL:RBDHA:2025:21764

ECLI:NL:RBDHA:2025:21764, Rechtbank Den Haag, 19-11-2025, AWB 25-5393

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 19-11-2025
Datum publicatie 19-11-2025
Zaaknummer AWB 25-5393
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Middelburg
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0011823

Samenvatting

Chavez-Vilchez, dochter is meerderjarig, geen procesbelang, beroep niet-ontvankelijk

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , eiseres

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

Zaaknummer: AWB 25/5393

V-nummer: [V-nummer]

en

gemachtigde: mr. G.T. Cambier

Procesverloop

Eiseres heeft op 16 augustus 2023 een aanvraag ingediend voor een verblijfsdocument EU/EER voor verblijf bij haar minderjarige Nederlandse dochter.

Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 24 mei 2024 (het primaire besluit) afgewezen.

Eiseres heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt.

Met het besluit van 13 februari 2025 (het bestreden besluit) is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

De rechtbank heeft het beroep op 23 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: referent, [naam] (de dochter van eiseres en referent), en de gemachtigde van verweerder.

Beoordeling door de rechtbank.

1. Eiseres is geboren op [datum] 1963 en heeft de Iraanse nationaliteit. Op 16 augustus 2023 heeft zij een aanvraag ingediend voor een verblijfsdocument EU/EER voor verblijf bij haar minderjarige Nederlandse dochter, [naam] . Het verblijfsdocument EU/EER zou eiseres een afgeleid verblijfsrecht geven op grond van artikel 20 van het VWEU en het arrest Chavez-Vilchez. Verweerder heeft de aanvraag voor het verblijfsdocument EU/EER afgewezen, omdat eiseres niet aan de voorwaarden voldoet.

Het arrest Chavez-Vilchez

2. Uit het arrest Chavez-Vilchez volgt dat een derdelander een afgeleid verblijfsrecht ontleent aan het verblijfsrecht dat een Unieburger van rechtswege heeft op grond van artikel 20 van het VWEU, indien vanwege de afhankelijkheid van de Unieburger de weigering van verblijf aan die derdelander tot gevolg zou hebben dat de Unieburger feitelijk gedwongen wordt het grondgebied van de EU te verlaten, waardoor aan de Unieburger het feitelijk genot van zijn Unierechtelijk verblijfsrecht wordt ontnomen.

3. In het arrest heeft het HvJEU onder meer overwogen (punt 70) dat moet worden bepaald welke ouder de daadwerkelijke zorg over het kind heeft en of er een daadwerkelijke afhankelijkheidsverhouding bestaat tussen het kind en de ouder die onderdaan is van een derde land. In het kader van die beoordeling dienen de bevoegde autoriteiten rekening te houden met het recht op eerbiediging van het gezinsleven zoals dat is neergelegd in artikel 7 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (Handvest), waarbij dat artikel moet worden gelezen in samenhang met de verplichting tot inachtneming van het in artikel 24, tweede lid, van dat Handvest erkende hogere belang van het kind.

4. Verweerder heeft hieraan in zijn beleid nadere invulling gegeven. Paragraaf B10/2.5.1 (tot 1 oktober 2024: B10/2.2) van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc) vermeldt dat een derdelands ouder rechtmatig verblijf heeft op grond van artikel 8, aanhef en onder e, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) als hij:

De rechtbank acht dit beleid een juiste invulling van het arrest Chavez-Vilchez.

Procesbelang

5. De rechtbank stelt zich voor de vraag of eiseres nog belang heeft bij de boordeling van haar beroep. Gebleken is dat haar dochter inmiddels meerderjarig is. Zij kan daarmee niet langer voldoen aan de voorwaarde zoals hierboven weergegeven onder b. Eiseres kan met het beroep daarom niet langer bereiken wat zij wil, zodat het procesbelang ontbreekt.

6. Het beroep is niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan op 17 november 2025 door mr. A.C.J. van Dooijeweert, rechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. A.C.J. van Dooijeweert

Griffier

  • mr. E.C. Jacobs

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand