RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen
[verzoeker], verzoeker,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummers: NL26.18465 en NL26.18467
[verzoekster], verzoekster,
V-nummers: [V-nummer 1] en [V-nummer 2],
samen genoemd verzoekers,
(gemachtigde: mr. H. Meijerink),
en
(gemachtigde: mr. E.E.G.N. van der Meulen).
Procesverloop
Met de bestreden besluiten van 1 april 2026 heeft verweerder de aanvragen van verzoekers tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen, omdat Zwitserland verantwoordelijk is voor de aanvragen.
Verzoekers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft de verzoeken, samen met de beroepen, op 27 augustus 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekers, de gemachtigde van verzoekers, mevrouw E.E.H. Willems als tolk en verweerder.
Overwegingen
1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL26.18464 en NL26.18466, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de beroepen. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E. Hoekstra, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. K.I. Legendal-Moesker, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.