ECLI:NL:RBDHA:2026:25210

ECLI:NL:RBDHA:2026:25210

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 03-09-2026
Datum publicatie 02-09-2026
Zaaknummer NL26.40072
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

vreemdeling met onbekende bestemming vertrokken, mob, geen procesbelang, niet-ontvankelijk

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 september 2026 in de zaak tussen

[eiser] , v-nummer: [x] , eiser

de minister van Asiel en Migratie,

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.40072

(gemachtigde: mr. M.Y. Hodak),

en

(gemachtigde: [gemachtigde] ).

Procesverloop

1. Eiser heeft op 9 april 2026 een asielaanvraag als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 14 juli 2026 deze aanvraag niet in behandeling genomen.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De minister heeft op 17 augustus 2026 een bericht in het digitale dossier geplaatst waarin staat dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken.

De rechtbank heeft de gemachtigde van eiser op 18 augustus 2026 verzocht aan te geven of hij nog contact onderhoudt met eiser en, zo ja, op welke wijze dit contact wordt onderhouden, zodat de rechtbank kan beslissen of eiser nog belang heeft bij een inhoudelijke beslissing op het beroep.

De rechtbank heeft het beroep op dezelfde dag op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: de gemachtigde van de minister. Eiser en zijn gemachtigde zijn niet verschenen. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten.

De gemachtigde van eiser heeft op 21 augustus 2026 schriftelijk gereageerd op het verzoek van de rechtbank van 18 augustus 2026 (zie onder 1.3).

De rechtbank heeft in die schriftelijke reactie aanleiding gezien om het onderzoek te heropenen en heeft daarom op 25 augustus 2026 een heropeningsbeslissing genomen. De rechtbank heeft partijen daarbij verzocht om aan te geven of zij de rechtbank toestemming verlenen om zonder nadere zitting het onderzoek te sluiten.

Nadat geen van de partijen heeft aangegeven op een zitting te willen worden gehoord, heeft de rechtbank bepaald dat een nader onderzoek op zitting achterwege blijft en het onderzoek gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

2. Als een vreemdeling in Nederland een asielaanvraag heeft gedaan en vervolgens met onbekende bestemming vertrekt, dan kan dat betekenen dat die vreemdeling geen prijs meer stelt op de door hem gezochte bescherming in Nederland. De rechtbank kan het beroep dan niet-ontvankelijk verklaren, omdat de vreemdeling in dat geval geen procesbelang (meer) heeft. De rechtbank moet daar wel voorzichtig mee omgaan. Als de gemachtigde van de betrokken vreemdeling nog contact onderhoudt met de vreemdeling over het verloop van de procedure, dan mag er in beginsel van uit worden gegaan dat de vreemdeling nog wel procesbelang heeft. Dat is alleen anders als er concrete aanknopingspunten bestaan waaruit kan worden afgeleid dat de vreemdeling geen prijs meer stelt op bescherming in Nederland en ook op een andere manier geen actueel of reëel belang meer heeft.

3. De minister heeft bij brief van 17 augustus 2026 laten weten dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken. De rechtbank heeft de gemachtigde van eiser verzocht om te laten weten of hij nog contact met eiser heeft. De gemachtigde van eiser heeft laten weten dat hij geen contact (meer) heeft met eiser. De rechtbank neemt daarom aan dat eiser kennelijk geen prijs meer stelt op de door hem gezochte bescherming in Nederland. Eiser heeft daarom geen belang meer bij een beoordeling van zijn beroep.

Conclusie en gevolgen

4. Het beroep is niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep van eiser niet inhoudelijk beoordeelt. De minister hoeft de proceskosten van eiser niet te vergoeden.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Emaus, rechter, in aanwezigheid van mr. K.H.M.M. Otten, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen twee weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. J.M. Emaus

Griffier

  • mr. K.H.M.M. Otten

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand