ECLI:NL:RBDHA:2026:25493

ECLI:NL:RBDHA:2026:25493

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 24-08-2026
Datum publicatie 03-09-2026
Zaaknummer C/09/708248 / KG ZA 26-745
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Kort geding. Huurgeschil. Toewijzing vordering tot verwijdering van geldautomaten uit de pui van het gehuurde en herstel van de pui in oorspronkelijke staat.

Uitspraak

Rechtbank den haag

Team handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/708248 KG ZA / 26-745

Vonnis in kort geding van 24 augustus 2026

in de zaak van

METTERWOON VASTGOED B.V. te Den Haag,

eiseres in conventie,

verweerster in voorwaardelijke reconventie,

advocaat mr. R. de Mooij,

tegen:

1. [partij B sub 1] B.V. te [plaats] ,

2. [partij B sub 2] te [plaats] ,

3. [partij B sub 3] te [plaats] ,

gedaagden in conventie,

eisers in voorwaardelijke reconventie,

advocaat mr. C.N. Vethanayagam.

Eiseres wordt hierna ‘Metterwoon’ genoemd. Gedaagden worden hierna afzonderlijk ‘ [partij B sub 1] ’, ‘ [partij B sub 2] ’ en ‘ [partij B sub 3] ’ genoemd en gezamenlijk ‘ [partij B] c.s.’.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 10 juli 2026, met producties 1 tot en met 7.

- het verzoek om verwijzing van de zaak naar de kantonrechter tevens houdende conclusie van antwoord in conventie tevens houdende voorwaardelijke eis in reconventie van 6 augustus 2026, met producties 1 tot en met 7;

- de brief van Metterwoon van 7 augustus 2026, met productie 8.

De mondelinge behandeling van de zaak vond plaats op 10 augustus 2026. Tijdens de zitting hebben partijen hun standpunten verder toegelicht. De advocaat van Metterwoon heeft dat gedaan mede aan de hand van (overgelegde) pleitaantekeningen. Ook hebben partijen vragen van de voorzieningenrechter beantwoord. Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter bepaald dat vandaag vonnis wordt gewezen.

2. De feiten

Op grond van de stukken en op grond van wat er tijdens de zitting is besproken, wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

Sinds 2003 huren [partij B] c.s. – althans de zustervennootschap van [partij B sub 1] samen met [partij B sub 3] – de bedrijfsruimte aan het [adres] (hierna: het gehuurde) van Metterwoon. De meest recente huurovereenkomst is gesloten tussen [partij B] c.s. en Metterwoon en dateert van 1 februari 2020. In artikel 1.3 van die huurovereenkomst staat dat het gehuurde is bestemd om uitsluitend te worden gebruikt als kiprestaurant.

In juli 2025 heeft Metterwoon geconstateerd dat in de pui van het gehuurde twee geldautomaten zijn geplaatst. Metterwoon heeft [partij B] c.s. bij brief van 29 juli 2025 bericht dat [partij B] c.s. daarmee in strijd handelen met de huurovereenkomst en dat Metterwoon het aanbrengen van de geldautomaten niet toestaat, kort gezegd omdat dergelijke installaties veiligheidsrisico’s meebrengen, daarvoor gemeentelijke vergunningen vereist kunnen zijn en er mogelijk beperkingen vanuit de Vereniging van Eigenaren (hierna: VvE) zijn waarmee rekening gehouden moet worden. Ook schrijft Metterwoon in die brief dat de plaatsing tot bouwkundige ingrepen aan de gevel en technische installaties van het pand leidt, wat de constructieve integriteit van het gehuurde in gevaar kan brengen en toekomstige verhuurbaarheid negatief beïnvloedt. Metterwoon heeft [partij B] c.s. daarom gesommeerd om de geldautomaten en bijbehorende bouwkundige aanpassingen volledig te (laten) verwijderen en het gehuurde in oorspronkelijke staat te herstellen. Daarbij heeft Metterwoon vermeld dat als blijkt dat de geldautomaten niet of niet geheel correct zijn verwijderd, zij de verwijdering alsnog zal laten uitvoeren en de benodigde herstelwerkzaamheden op kosten van [partij B] c.s. zal laten uitvoeren.

In een e-mail van 10 september 2025 heeft Partners in Real Estate (hierna: PIRE) namens [partij B] c.s. gereageerd. In deze e-mail schrijft PIRE dat [partij B] c.s. in een eerder stadium een bankfiliaal met geldautomaat in het gehuurde hebben geëxploiteerd. Daarom verzoeken [partij B] c.s. om toestemming om de geldautomaat te kunnen handhaven en willen zij bespreken onder welke voorwaarden dat kan, ter vermijding van kosten en ongemak.

In reactie daarop heeft Metterwoon op 12 september 2025 de volgende e-mail gestuurd:

Zoals net telefonisch besproken hebben wij een akkoord gevraagd aan de Vereniging van Eigenaren voor het plaatsen van de geldautomaten. De beheerder van de Vereniging van Eigenaren heeft aangegeven deze casus in de eerstvolgende vergadering voor te leggen. Helaas is het niet mogelijk om een schriftelijke stemming te vragen, omdat niet alle contactgegevens van eigenaren bekend zijn. Tot de ledenvergadering heeft plaatsgevonden, worden de geldautomaten gedoogd. Let wel: het is ook mogelijk dat de gemeente nog komt controleren, ik weet namelijk niet of hier ook nog een omgevingsvergunning en toestemming van de gemeente vereist is.

Indien de leden van de Vereniging van Eigenaren niet akkoord gaan met de plaatsing van de geldautomaten, dan zullen ze toch echt verwijderd dienen te worden. Gaan de leden wel akkoord, dan wordt de casus hier nogmaals bij de directie voorgelegd en wordt alsdan besloten wat er gedaan dient te worden.

Verder hebben wij de beheerder van de Vereniging van Eigenaren wel gevraagd de automaten te melden bij de opstalverzekeraar. Dit zal hij melden en eventuele meerpremie zullen wij dienen door te belasten.

Zodra ik meer nieuws heb van de Vereniging van eigenaren, zal ik jou informeren.

De volgende dag, op 16 september 2025, hebben [partij B] c.s. per e-mail aan Metterwoon verzocht om de contactgegevens van de voorzitter van de VvE, om het verzoek met betrekking tot de geldautomaten te kunnen toelichten. Diezelfde dag heeft Metterwoon gereageerd dat [partij B] c.s. de brief aan Metterwoon kunnen sturen, en Metterwoon de brief zal doorzetten naar de VvE met het verzoek om de brief tijdens de ledenvergadering te bespreken.

Op 18 december 2025 heeft de Haagse Pandbrigade van de gemeente Den Haag (hierna: de Pandbrigade) een brief aan Metterwoon gestuurd. Daarin staat dat de Pandbrigade het gehuurde op 25 november 2025 heeft bezocht en dat de inspecteurs hebben geconstateerd dat bouwwerkzaamheden aan het gehuurde zijn uitgevoerd, waarvoor een omgevingsvergunning nodig is. Het gaat om de plaatsing van een geldautomaat in de voorgevel en de plaatsing van een camera en een reclamebord aan de voorgevel. Daarmee is sprake van een overtreding van de Omgevingswet. Verder staat in de brief dat de overtreding kan worden beëindigd door een omgevingsvergunning aan te vragen of door de geldautomaat, de camera en het reclamebord te verwijderen. Tot slot vermeldt de brief dat de overtreding uiterlijk op 28 januari 2026 moet worden beëindigd en dat, als een aanvraag voor een omgevingsvergunning is ingediend, de gemeente de handhaving opschort totdat een besluit op de aanvraag is genomen.

Op 29 januari 2026 hebben [partij B] c.s. een omgevingsvergunning aangevraagd bij de gemeente voor plaatsing van de geldautomaten.

In de periode daarna hebben partijen met elkaar gecorrespondeerd en heeft Metterwoon [partij B] c.s. diverse keren gevraagd naar de stand van zaken met betrekking tot de omgevingsvergunning.

Op 8 juni 2026 heeft de advocaat van Metterwoon een brief gestuurd aan [partij B] c.s. Daarin bericht hij hen dat Metterwoon de situatie tijdelijk heeft gedoogd in afwachting van de vergaderingen van de VvE en eventuele besluitvorming van de gemeente. Verder bericht hij dat Metterwoon naar aanleiding van de sommatie van de Pandbrigade en het toenemende aantal ramkraken definitief heeft besloten om de plaatsing van de geldautomaten te weigeren. Verder heeft hij hen namens Metterwoon gesommeerd om de geldautomaten uiterlijk op 31 juli 2026 te verwijderen.

Partijen hebben daarna met elkaar gecorrespondeerd, maar dat heeft niet tot een oplossing geleid. Metterwoon heeft [partij B] c.s. op 10 juli 2026 in kort geding gedagvaard.

Tijdens de algemene vergadering van de VvE op 22 juli 2026 is het verzoek om goedkeuring te verlenen aan de plaatsing van de geldautomaten besproken. In de notulen van deze vergadering staat daarover het volgende:

“Geldautomaten

Het verzoek om de plaatsing van de geldautomaten met terugwerkende kracht goed te keuren wordt niet akkoord bevonden. De geldautomaten dienen te worden verwijderd.

3. Het geschil

in conventie

Metterwoon vordert in conventie – zakelijk weergegeven – dat de voorzieningenrechter, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

I. [partij B] c.s. veroordeelt om de geldautomaten die geplaatst zijn in de gevel van het gehuurde binnen tien dagen na het vonnis te verwijderen en de muren/gevels van het gehuurde te herstellen en te brengen in de staat die deze bij aanvang van de huurovereenkomst hadden, één en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 2.500 per dag voor iedere dag dat [partij B] c.s. hierin nalatig zullen blijven, een ingegane dag voor een hele dag gerekend, met een maximum van € 70.000;

II. [partij B] c.s. veroordeelt in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.

Metterwoon legt aan haar vordering, samengevat, het volgende ten grondslag. [partij B] c.s. hebben zonder toestemming geldautomaten aan de buitenzijde van het gehuurde geplaatst. Daarmee handelen zij in strijd met artikel 26 van de huurovereenkomst en artikel 7:215 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW). Metterwoon heeft [partij B] c.s. meerdere keren gesommeerd om de geldautomaten te verwijderen, maar [partij B] c.s. weigeren dat te doen. Metterwoon heeft ook een spoedeisend belang bij verwijdering van de geldautomaten. Niet alleen ontbreekt een omgevingsvergunning voor de geldautomaten, ook heeft Metterwoon recentelijk in haar vastgoedportefeuille te maken gehad met plofkraken bij geldautomaten van haar huurders – in Amsterdam en in Voorburg – met gevaar en ernstige schade tot gevolg. Zij wil dergelijke risico’s niet meer lopen voor haar huurders, voor de omgeving en voor haarzelf.

[partij B] c.s. voeren verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

in voorwaardelijke reconventie

[partij B] c.s. vorderen in voorwaardelijke reconventie – zakelijk weergegeven – dat als de voorzieningenrechter voornemens is om de vordering van Metterwoon toe te wijzen, de voorzieningenrechter, bij vonnis zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I. Metterwoon veroordeelt om de aanwezigheid van de geldautomaten in het gehuurde te gedogen en zich te onthouden van iedere handeling die strekt tot verwijdering daarvan, totdat de VvE definitief afwijzend heeft beslist op het verzoek om toestemming voor de plaatsing van de geldautomaten dan wel totdat in een bodemprocedure onherroepelijk anders is beslist;

II. Metterwoon veroordeelt in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.

[partij B] c.s. leggen aan hun (voorwaardelijke) vordering, samengevat, het volgende ten grondslag. Primair stellen zij dat partijen hebben afgesproken, althans dat Metterwoon heeft toegezegd, dat Metterwoon de geldautomaten zal gedogen totdat de VvE daarover een besluit heeft genomen. Die afspraak moet Metterwoon nakomen. Ook mochten [partij B] c.s. erop vertrouwen dat Metterwoon de aanwezigheid van de geldautomaten zou gedogen totdat de besluitvorming van de VvE was afgerond. Door toch verwijdering van de geldautomaten te vorderen, handelt Metterwoon in strijd met de gerechtvaardigde belangen van [partij B] c.s. Ook heeft Metterwoon geen spoedeisend belang bij verwijdering van de geldautomaten en er is ook sprake van geen acuut veiligheidsrisico. Metterwoon heeft zelf gedurende een jaar toegestaan dat de geldautomaten aanwezig waren, overleg gevoerd, het vergunningstraject afgewacht en de VvE ingeschakeld. De veiligheidsrisico’s van de geldautomaten heeft zij verder niet onderbouwd. Subsidiair is het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar dat Metterwoon, vooruitlopend op de besluitvorming van de VvE, verwijdering van de geldautomaten vordert. Ook mag Metterwoon als goed verhuurder haar toestemming voor het aanbrengen van de geldautomaten niet op onredelijke gronden weigeren. Gelet op dit alles weegt het belang van [partij B] c.s. bij behoud van de geldautomaten totdat de VvE een besluit heeft genomen dan ook zwaarder dan het belang van Metterwoon bij onmiddellijke verwijdering daarvan. [partij B] c.s. zullen de geldautomaten ook verwijderen als de VvE definitief geen toestemming verleent. Tot slot maakt Metterwoon misbruik van bevoegdheid door verwijdering te vragen terwijl zij zelf geen concreet nadeel lijdt en [partij B] c.s. daardoor onevenredig zwaar worden getroffen.

Metterwoon voert verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

4. De beoordeling van het geschil

in conventie

Bevoegdheid voorzieningenrechter

[partij B] c.s. stellen zich op het standpunt dat niet de voorzieningenrechter, maar de kantonrechter bevoegd is om van de vorderingen van Metterwoon in kort geding kennis te nemen. Omdat het geschil gaat over een huurovereenkomst, is volgens [partij B] c.s. de kantonrechter absoluut bevoegd om over de vorderingen te oordelen (vgl. artikel 93 aanhef en onder c Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv)). [partij B] c.s. gaan er echter aan voorbij dat in een kort geding over een huurovereenkomst op grond van artikel 254 lid 5 Rv zowel de kantonrechter als de voorzieningenrechter bevoegd is. De voorzieningenrechter kan en zal de vorderingen van Metterwoon daarom inhoudelijk beoordelen.

Spoedeisend belang

[partij B] c.s. betwisten dat Metterwoon een spoedeisend belang heeft bij haar vorderingen. Dat verweer slaagt niet. Metterwoon legt aan haar vorderingen ten grondslag dat [partij B] c.s. in strijd met de huurovereenkomst en de wet handelen, door zonder toestemming twee geldautomaten in de pui van het gehuurde te plaatsen. Metterwoon stelt dat zij er groot belang bij heeft dat [partij B] c.s. de geldautomaten verwijderen, omdat deze geldautomaten niet zijn vergund en de geldautomaten veiligheidsrisico’s met zich brengen. Als Metterwoon wordt gevolgd in die stellingen, heeft zij een spoedeisend belang bij de door haar gevorderde verwijdering van de geldautomaten.

Inhoudelijke beoordeling

Tussen partijen is in geschil of [partij B] c.s. op grond van de huurovereenkomst verplicht zijn om toestemming te vragen voor het aanbrengen van veranderingen en toevoegingen aan het gehuurde. Of een dergelijke verplichting uit de huurovereenkomst volgt, kan hier echter in het midden blijven, nu die verplichting (ook) uit de wet volgt en niet is gesteld of gebleken dat partijen ten gunste van [partij B] c.s. van dat wettelijk uitgangspunt zijn afgeweken. [partij B] c.s. hebben op grond van artikel 7:215 lid 1 BW schriftelijke toestemming van Metterwoon nodig om de inrichting of gedaante van het gehuurde geheel of gedeeltelijk te veranderen, tenzij het gaat om veranderingen en toevoegingen die bij het einde van de huur zonder noemenswaardige kosten kunnen worden ongedaan gemaakt en verwijderd. Anders dan [partij B] c.s. stellen, is het plaatsen van geldautomaten in de pui van het gehuurde geen verandering die eenvoudig ongedaan kan worden gemaakt, laat staan dat dit zonder noemenswaardige kosten kan. Uit de eigen stellingen van [partij B] c.s. volgt immers dat voor de verwijdering van de geldautomaten gespecialiseerde aannemers moeten worden ingezet en ook herstel van de gevel noodzakelijk is. Dat betekent dat [partij B] c.s. op grond van de wet de toestemming van Metterwoon nodig hebben om geldautomaten in het gehuurde te mogen plaatsen.

Vervolgens is de vraag of Metterwoon die toestemming aan [partij B] c.s. heeft verleend. [partij B] c.s. menen van wel. Volgens hen zijn er met medeweten en toestemming van Metterwoon gedurende een periode van 17 jaar (vanaf 2003 tot en met 2020) meerdere geldautomaten in en aan de gevel van het gehuurde aanwezig geweest, zodat [partij B] c.s. het gehuurde conform de destijds geldende bestemming (de exploitatie van een belwinkel en bancaire handelingen) konden gebruiken. Volgens [partij B] c.s. heeft Metterwoon de daarvoor verleende toestemming niet ingetrokken. Daarom verkeerden [partij B] c.s. naar eigen zeggen in de veronderstelling dat het plaatsen van de geldautomaten in 2025 was toegestaan en Metterwoon daartegen dus geen bezwaar had.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter hebben [partij B] c.s. niet aannemelijk gemaakt dat Metterwoon toestemming heeft verleend voor het plaatsen van de geldautomaten. Ten eerste heeft Metterwoon betwist dat er in de periode tot 2020 geldautomaten in de gevel van het gehuurde aanwezig waren en dat zij daar toestemming voor zou hebben verleend. Volgens haar waren er destijds alleen geldautomaten in (dus niet: aan) het gehuurde aanwezig. [partij B] c.s. hebben vervolgens geen enkele concrete onderbouwing voor hun stelling gegeven, zodat daar in dit kort geding niet van kan worden uitgegaan. Belangrijker nog is dat partijen in 2020 een nieuwe huurovereenkomst hebben gesloten, waarin zij een gewijzigde bestemming, te weten het gebruik als kiprestaurant, zijn overeengekomen. Zonder toelichting, die ontbreekt, valt niet in te zien hoe het exploiteren van geldautomaten onder die gewijzigde bestemming valt. Voor zover [partij B] c.s. nog hebben aangevoerd dat zij extra huur aan Metterwoon betalen in ruil voor het naar eigen inzicht kunnen aanbrengen van wijzigingen aan het pand, waaronder geldautomaten, gaat de voorzieningenrechter daaraan voorbij. [partij B] c.s. hebben geen enkel aanknopingspunt voor die op zichzelf niet voor de hand liggende stelling geboden.

Nu niet aannemelijk is geworden dat Metterwoon toestemming heeft verleend voor de plaatsing van de geldautomaten, is de vraag of [partij B] c.s. de geldautomaten moeten verwijderen en de muren/gevels van het gehuurde in de oorspronkelijke staat moeten herstellen, zoals Metterwoon vordert. [partij B] c.s. stellen van niet, omdat zij naar eigen zeggen met Metterwoon hebben afgesproken, althans Metterwoon heeft toegezegd dan wel het vertrouwen heeft gewekt dat zij de geldautomaten zou gedogen totdat de VvE daarover een besluit zou hebben genomen. Hoewel de VvE inmiddels een besluit heeft genomen, kleven er volgens [partij B] c.s. diverse gebreken aan (de totstandkoming van) het besluit van de VvE. Volgens [partij B] c.s. is onduidelijk of de VvE überhaupt bevoegd was om over de plaatsing van de geldautomaten te beslissen en is daarvoor nader onderzoek (naar onder andere de splitsingsakte en het splitsingsreglement) nodig. Ook stellen [partij B] c.s. dat de VvE hun belangen niet heeft meegewogen in de besluitvorming en het besluit ook niet heeft gemotiveerd. Dat maakt volgens [partij B] c.s. dat de vordering van Metterwoon moet worden afgewezen.

De voorzieningenrechter volgt [partij B] c.s. niet in hun stellingen. In de e-mail van 12 september 2025 heeft Metterwoon vermeld dat zij de geldautomaten zou gedogen totdat de VvE daarover een besluit heeft genomen en dat de geldautomaten moeten worden verwijderd indien de leden van de Vereniging van Eigenaren niet akkoord gaan met de plaatsing ervan. Die laatste situatie doet zich inmiddels voor nu de VvE op 22 juli 2026 heeft besloten dat de automaten moeten worden verwijderd. Dat betekent dat Metterwoon niet langer gehouden is om de automaten te gedogen. De door [partij B] c.s. opgeworpen vraag of het VvE-besluit voldoet aan de vereisten in de splitsingsakte en het splitsingsreglement is in deze procedure niet relevant. Gesteld noch gebleken is immers dat Metterwoon toestemming van de VvE heeft gevraagd op grond van uit die documenten voortvloeiende rechten van de VvE. Daar komt bij dat Metterwoon in de e-mail van 12 september 2025 ten aanzien van de uiteindelijke definitieve besluitvorming heeft vermeld dat – ook dat als de leden van de VvE akkoord zouden zijn met de plaatsing van de geldautomaten – de casus nogmaals aan de directie van Metterwoon wordt voorgelegd en alsdan een besluit wordt genomen. Daarmee heeft Metterwoon zich uitdrukkelijk het recht voorbehouden om, los van de uitkomst van de besluitvorming van de VvE, een eigen afweging te maken over het al dan niet instemmen met de geldautomaten. Het staat Metterwoon, als eigenaar van het gehuurde, dan ook vrij om een eigen afweging te maken over het toestaan van de geldautomaten en dat heeft zij ook gedaan.

Verder is ook niet gebleken dat, zoals [partij B] c.s. hebben betoogd, Metterwoon haar toestemming op onredelijke gronden heeft onthouden. Metterwoon heeft gemotiveerd toegelicht waarom zij niet kan instemmen met de geldautomaten. Zij wijst erop dat er een toename is in het aantal plofkraken bij geldautomaten en dat de aanwezigheid van geldautomaten in het gehuurde veiligheidsrisico’s voor omwonenden meebrengt. Verder heeft Metterwoon onweersproken gesteld dat er veel mensen boven het gehuurde wonen en zij heeft toegelicht dat zij – mede gelet op twee recente plofkraken bij huurders van haar vastgoed, waarvan één in deze regio – niet langer het risico op plofkraken wenst te lopen. Die toelichting acht de voorzieningenrechter, mede gelet op de verantwoordelijkheid die Metterwoon als eigenaar van het pand heeft voor de omwonenden, verdedigbaar en niet onredelijk. Dat het risico op plofkraken niet aanwezig is omdat de geldautomaten van [partij B] c.s. zo goed beveiligd zijn, zoals [partij B] c.s. stellen en Metterwoon heeft betwist, acht de voorzieningenrechter voorshands onvoldoende aannemelijk. Anders dan [partij B] c.s. stellen, maakt Metterwoon dus ook geen misbruik van recht door haar toestemming te onthouden.

Nu [partij B] c.s. zonder toestemming twee geldautomaten in de pui van het gehuurde hebben geplaatst en niet is gebleken dat Metterwoon die toestemming ten onrechte heeft geweigerd, zullen [partij B] c.s. de geldautomaten moeten verwijderen en de pui in oorspronkelijke staat moeten herstellen. De daartoe strekkende vordering van Metterwoon zal daarom worden toegewezen.

Een belangenafweging maakt dat oordeel niet anders. Gelet op de veiligheidsrisico’s die de geldautomaten met zich brengen, heeft Metterwoon een zwaarwegend belang bij verwijdering daarvan. Dat belang weegt zwaarder dan het belang van [partij B] c.s. bij behoud van de geldautomaten. De voorzieningenrechter is zich ervan bewust dat toewijzing van de vordering tot gevolg heeft dat [partij B] c.s. kosten zullen moeten maken om de plaatsing van de geldautomaten ongedaan te maken. Ook hebben [partij B] c.s. aangevoerd dat zij kosten hebben gemaakt voor de aanvraag van een omgevingsvergunning, dat zij schadeplichtig zullen zijn tegenover de eigenaar van de geldautomaten als de geldautomaten voortijdig moeten worden verwijderd. Dat neemt echter niet weg dat [partij B] c.s. de geldautomaten op eigen gelegenheid hebben geplaatst, zonder Metterwoon daarvan in kennis te stellen. Daarmee hebben [partij B] c.s. welbewust een risico genomen en dat risico komt geheel voor hun eigen rekening. Voor zover [partij B] c.s. nog hebben gewezen op de publieke en maatschappelijke functie van de geldautomaten in de omgeving, geldt dat dit belang onvoldoende gewicht in de schaal legt, zeker nu [partij B] c.s. op de zitting hebben verklaard dat zij ook andere geldautomaten exploiteren de buurt van het gehuurde.

Wel zal de voorzieningenrechter, rekening houdend met de aard en omvang van de herstelwerkzaamheden, de termijn waarbinnen dat moet gebeuren ruimer stellen dan door Metterwoon is gevorderd. De voorzieningenrechter zal bepalen dat [partij B] c.s. de werkzaamheden binnen een maand na betekening van het vonnis moeten uitvoeren. Gelet op de manier waarop [partij B] c.s. zich tot nu toe tegenover Metterwoon hebben opgesteld, ligt het opleggen van een dwangsom in de rede. Wel zal de voorzieningenrechter de gevorderde dwangsom op na te noemen wijze matigen en maximeren.

Slotsom en proceskosten

Slotsom is dat de vordering van Metterwoon zal worden toegewezen zoals in het dictum vermeld. [partij B] c.s. zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Metterwoon worden begroot op:

- dagvaarding € 157,82

- griffierecht € 735

- salaris advocaat € 1.177

- nakosten € 189 (plus de verhoging zoals vermeld in de

beslissing)

Totaal € 2.258,82

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

in voorwaardelijke reconventie

[partij B] c.s. hebben hun eis in voorwaardelijke reconventie tijdens de zitting, met instemming van Metterwoon, ingetrokken, zodat deze geen bespreking meer behoeft.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter:

in conventie

veroordeelt [partij B] c.s. om de geldautomaten die geplaatst zijn in de gevel van het gehuurde aan het [adres] binnen een maand na betekening van het vonnis te verwijderen en de muren/gevels van het gehuurde te herstellen en te brengen in de staat die deze bij aanvang van de huurovereenkomst hadden, één en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 2.500 per dag voor iedere dag dat [partij B] c.s. hierin nalatig zullen blijven, een ingegane dag voor een hele dag gerekend, met een maximum van € 50.000;

veroordeelt [partij B] c.s. in de proceskosten van € 2.258,82, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [partij B] c.s. niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend, dan moeten [partij B] c.s. € 98 extra betalen, plus de kosten van betekening;

veroordeelt [partij B] c.s. in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. T.F. Hesselink en in het openbaar uitgesproken op 24 augustus 2026.

fjs

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand