Rechtbank den haag
Team handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: C/09/709472 / KG ZA 26-826
Vonnis in kort geding van 5 augustus 2026
in de zaak van
[de moeder] te [woonplaats 1],
eiseres,
advocaat mr. A. El Aqde te Amsterdam,
tegen:
[de vader] te [woonplaats 2],
gedaagde.
Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘de moeder’ en ‘de vader’.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;
- de brief van 3 augustus 2026, met producties, van eiseres.
De moeder heeft de dagvaarding doen uitbrengen en heeft op de zitting van 5 augustus 2026, bijgestaan door een waarnemer van haar advocaat, mr. A. Sarioglu, en een tolk, A. Cherrade, bij de daarin opgenomen vorderingen volhard.
De vader is niet verschenen op de zitting. De voorzieningenrechter heeft vastgesteld dat het dagvaardingsexploot op de door de wet voorgeschreven wijze aan hem is uitgebracht. Bij de dagvaarding zijn de bij de wet voorgeschreven formaliteiten in acht genomen, zodat tegen de vader verstek wordt verleend.
2. De feiten in conventie en in reconventie
Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.
De vader en de moeder zijn de ouders van de kinderen [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2013 te [geboorteplaats], en [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2014 te [geboorteplaats]. De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over de kinderen uit.
Bij beschikking van 20 juni 2025 van de rechtbank Limburg, locatie Roermond, is Onusto B.V. benoemd tot bewindvoerder over de vader. Bij beschikking van 7 juli 2025 van de rechtbank Limburg, locatie Roermond, is Onusto B.V. benoemd tot mentor van de vader.
3. Het geschil
De moeder vordert – zakelijk weergegeven –:
aan de moeder vervangende toestemming te verlenen voor het aanvragen en verkrijgen van een Nederlands paspoort voor [minderjarige 2] en te bepalen dat het te wijzen vonnis in de plaats treedt van de ingevolge artikel 34 Papsoortwet vereiste toestemming van de vader voor de aanvraag en afgifte van het paspoort van [minderjarige 2];
aan de moeder vervangende toestemming te verlenen om met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in de periode van 9 augustus 2026 tot en met 26 augustus 2026 naar [land] te reizen en aldaar te verblijven,
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaar verklaring bij voorraad en kosten rechtens.
Daartoe voert de moeder – samengevat – het volgende aan. De vader is dement en verblijft in een zorginstelling. De moeder kan echter niet achterhalen in welke zorginstelling hij verblijft. Zij heeft op meerdere manieren geprobeerd contact met de vader of een contactpersoon te krijgen, maar dat is niet gelukt. Inmiddels heeft de advocaat van de moeder wel contact gekregen met de mentor/bewindvoerder van de vader. De mentor/bewindvoerder geeft aan dat de vader niet in staat is om zelf voor de toestemming te tekenen, maar dat zij als mentor/bewindvoerder toestemming geeft voor het aanvragen van een paspoort en het reizen naar [land].
4. De beoordeling van het geschil
Omdat tegen de vader verstek is verleend, moeten de vorderingen van de moeder op grond van artikel 139 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering door de voorzieningenrechter worden toegewezen, tenzij dit de voorzieningenrechter onrechtmatig of ongegrond voorkomt.
De vorderingen van de moeder om aan haar vervangende toestemming te verlenen om met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] naar [land] te reizen in de periode van 9 augustus 2026 tot en met 26 augustus 2026 en voor het aanvragen van een paspoort voor [minderjarige 2] komen de voorzieningenrechter niet onrechtmatig noch ongegrond voor. De voorzieningenrechter overweegt dat het gelet op de ziekte van de vader niet is gelukt om toestemming van de vader te krijgen voor de vakantie van de kinderen met hun moeder naar [land] en het paspoort van [minderjarige 2]. Uit een door de moeder overgelegd e-mailbericht van de mentor/bewindvoerder van de vader blijkt dat zij kan instemmen met een vakantie van de kinderen naar [land] en de aanvraag van een paspoort voor [minderjarige 2]. De voorzieningenrechter ziet geen bezwaren tegen een vakantie van de kinderen met hun moeder naar [land] en het aanvragen van een paspoort voor [minderjarige 2]. De voorzieningenrechter zal de vorderingen dan ook in het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] toewijzen.
Nu het een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de voorzieningenrechter bepalen dat de proceskosten worden gecompenseerd als hierna vermeld.
5. De beslissing
De voorzieningenrechter:
verleent verstek tegen de vader;
verleent toestemming aan de moeder – die de toestemming van de vader vervangt – om met de kinderen [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2013 te [geboorteplaats], en [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2014 te [geboorteplaats], naar [land] te reizen in de periode van 9 augustus 2026 tot en met 26 augustus 2026;
verleent toestemming aan de moeder – die de toestemming van de vader vervangt – om een paspoort voor [minderjarige 2] aan te vragen;
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.F. Baaij en in het openbaar uitgesproken op 5 augustus 2026.
MM