Rechtbank DEN HAAG
Strafrecht
Kantonrechter
Parketnummer: 96/121833-26
Datum uitspraak: 7 september 2026
Tegenspraak
Verkort vonnis
De kantonrechter voor de behandeling van strafzaken in de rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1986 te [geboorteplaats] ([geboorteland])
BRP-adres: [adres], [woonplaats].
1. Het onderzoek ter terechtzitting
Het onderzoek is gehouden op de terechtzitting van 24 augustus 2026.
De kantonrechter heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. D.D. Bootsma, en van wat de verdachte naar voren heeft gebracht.
2. De tenlasteleggingAan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 27 maart 2026 te 's-Gravenhage, op de weg, de Jan Hendrikstraat, een voertuig heeft gebruikt, te weten een fatbike, dat ingevolge artikel 21, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 diende te zijn goedgekeurd,terwijl dat voertuig niet was goedgekeurd.
3. De standpunten
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het tenlastegelegde. Volgens artikel 1, eerste lid, onder ea van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: Wegenverkeerswet) mag een fiets met trapondersteuning, waarvoor geen goedkeuring is vereist, zijn voorzien van een elektrische hulpmotor met een nominaal continu vermogen van ten hoogste 250 Watt. De fatbike waarmee de verdachte op de (openbare) weg heeft gereden, is voorzien van een elektrische hulpmotor met een nominaal continu vermogen van 1.000 Watt. Omdat de fatbike daarmee niet kwalificeert als een fiets met trapondersteuning, is voor het gebruiken van deze fatbike op de (openbare) weg een goedkeuring vereist, terwijl deze goedkeuring ontbrak.
Standpunt van de verdachte
De verdachte heeft om vrijspraak van het tenlastegelegde gevraagd. De verdachte heeft primair aangevoerd dat de fatbike aan de wettelijke kwalificatie van een fiets met trapondersteuning voldoet. De trapondersteuning wordt afgebroken bij een maximumsnelheid van 25 km/h, de gashendel is niet actief en de elektrische hulpmotor heeft een nominaal continu vermogen van 250 Watt.
Subsidiair heeft de verdachte zich op het standpunt gesteld dat – voor zover goedkeuring zou zijn vereist – de fatbike beschikt over een officieel Europees Certificaat van Overeenstemming op basis van de geharmoniseerde Europese norm EN 15194 voor EPAC’s (elektrische fietsen). Deze rechtstreeks werkende norm heeft voorrang op nationale regelgeving waarin eisen worden gesteld aan elektrische fietsen.
4. De bewijsmiddelen
De kantonrechter grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.
In die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist met de bewijsmiddelen, dan wel met een opgave daarvan, zal dit plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit vonnis zal worden gehecht.
5. De bewijsoverwegingen
Uit artikel 32, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wegenverkeerswet volgt dat het verboden is om een niet goedgekeurd voertuig te gebruiken of op de weg te laten staan. Voor de bewezenverklaring van het tenlastegelegde feit, moet de kantonrechter dus vaststellen dat:
- de verdachte een voertuig heeft gebruikt op de weg;
Op grond van de bewijsmiddelen stelt de kantonrechter allereerst vast dat de verdachte op 27 maart 2026 in Den Haag, (op de openbare weg) een voertuig heeft gebruikt, namelijk een elektrische fiets van het merk Coswheel, type GT20. Gelet op het ontwerp en de uiterlijke kenmerken van de gebruikte elektrische fiets, zoals het robuuste zwarte frame, het lange zadel en de opvallend dikke banden, is sprake van een zogeheten ‘fatbike’.
Volgens de hoofdregel uit artikel 21, eerste lid, van de Wegenverkeerswet moet ieder voertuig dat op de markt wordt aangeboden of in de handel wordt gebracht, voorzien zijn van een goedkeuring. Het vijfde lid van dit artikel bepaalt dat bij ministeriële regeling voertuigen van deze goedkeuringsplicht kunnen worden uitgezonderd. Artikel 3.10.1, aanhef en onder d van de Regeling Voertuigen bepaalt dat geen goedkeuring is vereist voor voertuigen als bedoeld in onder meer artikel 2, tweede lid, onder h van de Verordening (EU) nr. 168/2013. In deze specifieke bepaling wordt de term ‘fietsen met trapondersteuning’ gedefinieerd als fietsen ‘voorzien van een elektrische hulpmotor met een nominaal continu vermogen van ten hoogste 250 W waarvan de aandrijfkracht wordt onderbroken wanneer de bestuurder ophoudt met trappen en anders geleidelijk vermindert en ten slotte wordt onderbroken voordat het voertuig een snelheid van 25 km/h bereikt’. Deze definitie komt nagenoeg overeen met de in artikel 1, eerste lid, aanhef en onder ea van de Wegenverkeerswet opgenomen definitie van ‘fietsen met trapondersteuning’.
Uit (het samenstel van) deze regelingen concludeert de kantonrechter dat een elektrische fiets, waaronder dus een fatbike, van de goedkeuringsplicht is uitgezonderd zolang en voor zover die voldoet aan de definitie van ‘fietsen met trapondersteuning’. In het bijzonder is in de onderhavige zaak de vraag aan de orde of de gebruikte fatbike voorzien is van een elektrische hulpmotor van ten hoogste 250 Watt.
Of sprake is van ‘fietsen met trapondersteuning’ moet naar het oordeel van de kantonrechter worden bepaald aan de hand van de technische kenmerken en mogelijkheden van het voertuig, en niet de wijze waarop het voertuig daadwerkelijk wordt gebruikt. Het is aan de politie om een onderzoek in te stellen naar de technische kenmerken en mogelijkheden van het voertuig en de uitslagen daarvan te verbaliseren. Uit de bewijsmiddelen, waaronder het aanvullend proces-verbaal van bevindingen van 26 april 2026, volgt dat de door de verdachte gebruikte fatbike is voorzien van een elektronische hulpmotor met een vermogen van 1.000 Watt. Het motorvermogen van de gebruikte fatbike is dus maar liefst vier keer hoger dan de wettelijke limiet van 250 Watt. Gelet hierop overweegt de kantonrechter dat de gebruikte fatbike niet voldoet aan de wettelijke definitie van ‘fietsen met trapondersteuning’ en dat de uitzondering op de goedkeuringsplicht daarmee niet van toepassing is. Oftewel: de gebruikte fatbike moet volgens artikel 21, eerste lid, van de Wegenverkeerswet worden goedgekeurd.
Dan rest nog de vraag of de fatbike in dit concrete geval is goedgekeurd. De verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat de gebruikte fatbike is voorzien van een Europese typegoedkeuring, en heeft ter onderbouwing daarvan een zogeheten Certificaat van Overeenstemming (CoC) overgelegd. De kantonrechter overweegt hierover als volgt.
Omdat een typegoedkeuring voor ‘fietsen met trapondersteuning’ niet nodig is, is het zeer de vraag of dergelijke goedkeuringen bestaan en authentiek zijn. Ter terechtzitting heeft de kantonrechter de verdachte dan ook geconfronteerd met enkele abnormale afwijkingen op het overgelegde document. Het document betreft een (enigszins vervaagde) kopie van een kennelijk origineel document. Om die reden bevat het document over het geheel een grove schaduw van grijze inktpixels. Juist daar waar de relevante variabelen op het document zijn ingevuld (waaronder de maximale snelheid van 25 km/h en het motorvermogen van 250 Watt) is sprake van een opvallend zuiver witte achtergrond en lijkt gebruik gemaakt te zijn van een ander lettertype. Daarmee zijn naar het oordeel van de kantonrechter kennelijk wijzigingen aangebracht op het originele document. Daarnaast heeft de officier van justitie gewezen op de (openbare) website van de fabrikant. Daarop wordt de Coswheel GT20 aangeprezen als een voertuig voorzien van een elektronische hulpmotor met een piekvermogen van 1.500 Watt en een nominaal vermogen van 1.000 Watt. Gelet hierop is de kantonrechter van oordeel dat aan het overgelegde document niet de waarde kan worden gehecht die de verdachte betoogt.
Het verweer van de verdachte dat de fatbike beschikt over een Europese typegoedkeuring is daarmee niet aannemelijk gemaakt, zodat de kantonrechter reeds daarom het verweer zal verwerpen en niet toekomt aan de vraag of deze Europese typegoedkeuring voorgaat op nationale regelgeving. Naar het oordeel van de kantonrechter staat daarmee vast dat de gebruikte fatbike niet was goedgekeurd.
Conclusie
Gelet op al het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat de verdachte een fatbike op de weg heeft gebruikt, die had moeten worden goedgekeurd, terwijl deze niet was goedgekeurd. Daarmee komt de kantonrechter tot bewezenverklaring van het tenlastegelegde.
6. De bewezenverklaring
Door de inhoud van voormelde bewijsmiddelen heeft de kantonrechter de overtuiging bekomen dat de verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan, te weten dat:
hij op 27 maart 2026 te 's-Gravenhage, op de weg, de Jan Hendrikstraat, een voertuig heeft gebruikt, te weten een fatbike, dat ingevolge artikel 21, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 diende te zijn goedgekeurd, terwijl dat voertuig niet was goedgekeurd.
7. De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.
8. De strafbaarheid van de verdachte
De verdachte heeft aangevoerd dat hij niet strafbaar is, omdat hij als consument erop kan vertrouwen dat elektrische fietsen die door een fabrikant en importeur op de Europese markt gebracht worden, voldoen aan de eisen die de wet aan elektrische fietsen stelt. Volgens de verdachte wist hij niet dat de fatbike moest worden goedgekeurd.
Naar het oordeel van de kantonrechter zijn de door de verdachte genoemde feiten en omstandigheden niet van dien aard, dat die zijn strafbaarheid uitsluiten. De verbodsbepaling van artikel 32, eerste lid, van de Wegenverkeerswet richt zich juist op de gebruikers van niet goedgekeurde voertuigen, terwijl de verbodsbepaling van artikel 21, eerste lid, van de Wegenverkeerswet zich richt op de fabrikanten en importeurs. Daarmee heeft ook de verdachte als consument een zekere onderzoeksplicht om te beoordelen of de door hem gebruikte fatbike aan de geldende regels voldoet. Te meer, nu de verdachte door opvallende stickers op de wielassen van de fatbike, voorzien van de tekens ‘1000 W’, eenvoudig had kunnen vaststellen dat het hier om een fatbike ging die overduidelijk niet voldeed aan de geldende regels. De verdachte is naar het oordeel van de kantonrechter dan ook strafbaar.
9. De strafoplegging
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte ter zake van dit feit wordt veroordeeld tot verbeurdverklaring van de inbeslaggenomen Coswheel GT20 tot een bedrag van 320 euro. Het resterende bedrag bij verkoop en na aftrek van kosten zal dan aan de verdachte worden geretourneerd.
Standpunt van de verdachte
De verdachte heeft gevraagd rekening te houden met zijn beperkte financiële draagkracht en het feit dat hij als gevolg van de inbeslagname van de fatbike zijn baan heeft verloren.
Oordeel van de kantonrechter
Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. De kantonrechter neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.
De verdachte heeft gereden op een fatbike voorzien van een elektrische hulpmotor met een vermogen dat vier keer hoger was dan het maximale toegestane vermogen. Hierdoor heeft de verdachte gereden op een fatbike die niet was goedgekeurd, terwijl dat wel had gemoeten. Dit levert gevaar op voor de verkeersveiligheid en dit rekent de kantonrechter verdachte aan.
In zijn algemeenheid zijn in Nederland grote zorgen over het gebruik van fatbikes in het verkeer, en de vele ongevallen die er dagelijks zijn met veelal jonge bestuurders van fatbikes. Vaak gaat het om fatbikes die, zoals die van de verdachte, niet aan de regels voldoen. In de praktijk blijkt het kinderlijk eenvoudig om fatbikes op te voeren of aan te passen, terwijl handhaving daarop door middel van technische kunstgrepen wordt bemoeilijkt.
De verdachte is volgens de justitiële documentatie niet eerder met politie en justitie in aanraking geweest, maar uit een mutatie van 26 september 2025 komt naar voren dat hij die dag ook op een (andere) illegale fatbike reed met een kind als passagier en is gewaarschuwd dat bij de volgende keer tot inbeslagname kan worden overgegaan. De verdachte voert werkzaamheden uit als koerier en is voor het inkomen van zijn gezin afhankelijk van een vervoersmiddel, zoals de gebruikte fatbike. In verband met het ontslag van de verdachte is hij al fors financieel geraakt door de inbeslagname van de fatbike.
Volgens de OM-richtlijnen staat op het bewezenverklaarde een geldboete van 320 euro. Gelet op de beperkte financiële draagkracht van de verdachte zal de kantonrechter geen afzonderlijke geldboete opleggen. Wel zal de kantonrechter, gelet op artikel 9, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht, afzonderlijk de inbeslaggenomen fatbike, de Coswheel GT20, verbeurd verklaren. De inbeslaggenomen fatbike is voor verbeurdverklaring vatbaar, omdat de verdachte het strafbare feit met behulp daarvan gepleegd heeft. De kantonrechter zal rekening houdend met de draagkracht van de verdachte, bepalen dat het fatbike wordt verbeurd verklaard tot het bedrag van 320 euro en bevelen dat, in het geval de fatbike meer opbrengt dan 320 euro, het verschil aan de verdachte zal worden vergoed.
10. De toepasselijke wetsartikelen
De kantonrechter heeft gelet op de artikelen 9, 33, 33a en 33c van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 32 en 177 van de Wegenverkeerswet 1994.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.
11. De beslissing
De kantonrechter:
verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:
overtreding van het bepaalde in artikel 32 aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994
verklaart het bewezenverklaarde en de verdachte daarvoor strafbaar;
verklaart verbeurd het inbeslaggenomen voorwerp, te weten 1 STK Fietsmethulpmotor;
beveelt dat, in het geval het verbeurdverklaarde voorwerp meer zou opbrengen dan
€ 320,- (DRIEHONDERDTWINTIG EURO), het verschil aan de verdachte wordt vergoed.
Dit vonnis is gewezen door
J.J. Balfoort, kantonrechter,
in tegenwoordigheid van S. Dobber, griffier,
en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de kantonrechter in deze rechtbank van 7 september 2026.
De griffier is buiten staat dit vonnis te ondertekenen.