RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] (V-nummer: [V-nummer] ), eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Zittingsplaats Roermond
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.25225
(gemachtigde: mr. F.J.M. Schonkeren),
en
(gemachtigde: mr. E.M.G. Walraven).
Procesverloop
Eiser heeft op 7 juli 2023 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Hij stelt van Eritrese nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedag] 2007. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 9 mei 2025 deze aanvraag ingewilligd, maar heeft als geboortedatum van eiser [geboortedag] 2000 aangenomen.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 4 september 2026 op zitting behandeld. Eiser en zijn gemachtigde en de gemachtigde van verweerder zijn verschenen.
Overwegingen
1. Eiser heeft de Eritrese nationaliteit en is via Italië de Unie ingereisd. Eiser is in Italië geregistreerd, maar heeft volgens de Italiaanse autoriteiten geen asielaanvraag ingediend in Italië. Eiser is doorgereisd naar Nederland en hij heeft hier op 7 juli 2023 asiel aangevraagd.
2. Eiser legt aan zijn asielaanvraag ten grondslag dat hij is geboren op [geboortedag] 2007 en dat hij Eritrea heeft verlaten omdat hij vreest voor de Eritrese autoriteiten. Eiser is gestopt met school om zijn moeder te helpen. Omdat hij niet meer naar school ging heeft hij in 2021 een oproep ontvangen voor de militaire dienstplicht in Eritrea. Eiser wil niet in militaire dienst dienen omdat hij het er niet mee eens is dat daar geen beloning tegenover staat. Daarnaast is eiser Eritrea illegaal uitgereisd. Bij terugkeer vreest eiser dat hij wordt gearresteerd door het regime. Verweerder heeft op 9 mei 2025 beslist dat aan eiser subsidiaire bescherming moet worden geboden en heeft een verblijfsvergunning verleend met een geldigheidsduur van 7 juli 2023 tot 7 juli 2028.
3. De onderhavige procedure heeft uitsluitend betrekking op de vraag of verweerder de door eiser gestelde geboortedatum ongeloofwaardig heeft mogen achten en niet of aan eiser de vluchtelingenstatus had moeten worden verleend. De rechtbank zal het beroep gegrond verklaren en motiveert dit als volgt.
4. Eiser heeft verklaard dat hij minderjarig is. Dit betekent dat verweerder vooralsnog moet uitgaan van de presumptie van minderjarigheid.
5. Eiser heeft geen identiteitsdocumenten overgelegd waarin zijn geboortedatum is vermeld. Verweerder heeft eiser daarom geschouwd. In de schouwverslagen is onder meer het navolgende vermeld:
Leeftijdsschouw AVIM d.d. 7 juli 2023:
NOOT verbalisanten: Betrokkene is niet in het bezit van identificerende documenten. Bij de
eerste aanblik doet betrokkene denken aan een jong volwassen persoon.
Lichamelijke kenmerken:
-Betrokkene heeft geen opvallende kraaienpoten/rimpels om de ogen.
-Betrokkene heeft geen terugwijkende haargrens
-Betrokkene heeft geen duidelijk zichtbare groeven rond de mondhoeken
-Betrokkene heeft geen grijze haren
-Betrokkene heeft wel duidelijk zichtbare adamsappel.
-Betrokkene heeft wel stoppels.
-Andere opvallende lichamelijke kenmerken: Kaaklijn aanwezig. Grote handen.
Gedrag betrokkene: Zeer kort in antwoorden. Staart constant langs verbalisanten.
Zelfverzekerd.
Conclusie:
• Op basis van bovenstaande verklaringen en signalen oordelen wij unaniem dat geconcludeerd kan worden dat er twijfel bestaat over de opgegeven leeftijd. Er zal verder onderzoek naar de leeftijd plaatsvinden.
Leeftijdsschouw IND tijdens schouw aanmeldgehoor AMV d.d. 10 juli 2023:
Lichamelijke kenmerken:
- Betrokkene heeft sterke kaken.
- Betrokkene heeft een vlassig snorretje.
- Betrokkene heeft een wipneus.
- Betrokkene een beginnend baardje.
- Betrokkene heeft volle wenkbrauwen.
Gedrag betrokkene:
- Betrokkene zit het gehele gehoor rechtop in zijn stoel en beweegt niet of nauwelijks.
Verklaringen betrokkene:
Betrokkene heeft verklaard dat hij op [geboortedag] 2007 is geboren en nu vijftien jaar oud is. Hij heeft verklaard dat hij in [geboortedag] zestien jaar oud wordt. Betrokkene heeft geen identificerende documenten, zoals een paspoort en identiteitskaart overlegd waaruit dit blijkt.
Betrokkene heeft verklaard dat hij weet hoe oud hij is en wanneer hij is geboren, omdat hij weet wanneer hij is begonnen met school en wanner hij is gestopt met school. Ik heb betrokkene gevraagd hoe oud hij was toen hij voor het eerst naar school is gegaan. Hij verklaart zeven jaar oud te zijn geweest. Betrokkene heeft ook verklaard zes jaar lang naar school te zijn geweest en in 2020 te zijn gestopt met school. Ik heb betrokkene gevraagd hoe oud hij was toen hij stopte met school. Betrokkene heeft verklaard veertien jaar oud te zijn
geweest. Echter komt dit niet overeen met zijn verklaringen dat hij in 2021 uit Eritrea is vertrokken en veertien jaar oud was.
Schouw
Op basis van bovenstaande verklaringen en signalen oordeel ik dat geconcludeerd kan worden dat er twijfel bestaat over de opgegeven leeftijd. Er zal verder onderzoek naar de leeftijd plaatsvinden.
6. De rechtbank overweegt dat de Afdeling in haar uitspraak van 20 augustus 2025 ‘de leeftijdsschouw’ een deugdelijk instrument heeft geacht om de leeftijd van een niet-begeleide minderjarige derdelander die geen identiteitsdocumenten kan overleggen vast te stellen (ECLI:NL:RVS:2025:3801). De rechtbank merkt op dat de vraag of die rechtspraak moet worden genuanceerd gelet op artikel 25, eerste lid, van Verordening 2024/1348, waarnaar is verwezen in de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 25 juli 2024 (ECLI:NL:RBDHA:2024:9885) en waar de bovengenoemde uitspraak van de Afdeling betrekking op heeft, en het vereiste van een multidisciplinaire beoordeling, in deze procedure niet hoeft te worden beantwoord. Ten tijde van beide schouwen en ten tijde van het inwilligende besluit was Verordening 2024/1348 nog niet van toepassing.
7. De Afdeling heeft in haar bovengenoemde uitspraak ook het navolgende overwogen:
(…)
Conclusie over de leeftijdsschouw in het algemeen
13. Gelet op al het voorgaande komt de Afdeling tot de conclusie dat in het algemeen de leeftijdsschouw zorgvuldig is en het beleid zoals de minister dat in paragraaf C1/2.1 van de Vc 2000 en in de Werkinstructie 2025/1 heeft uitgewerkt, op een zorgvuldige wijze is vormgegeven en redelijk is. De leeftijdsschouw is een bruikbaar middel voor de vaststelling of er twijfel bestaat over de opgegeven leeftijd van een vreemdeling. De Afdeling benadrukt daarbij dat, om tot een zorgvuldige schouw te komen in een individuele zaak, het van belang is dat de verslaglegging zorgvuldig gebeurt en dat alle observaties, vanaf de ontmoeting tot de afsluiting, in het verslag staan beschreven. Ook moeten de conclusies van de schouw in de verslaglegging worden verbonden aan de observaties tijdens het gehoor, bestaande uit de uiterlijke kenmerken, verklaringen en gedragingen van een vreemdeling. Alleen dan is een leeftijdsschouw voldoende zorgvuldig, inzichtelijk en concludent.
(…)
8. De rechtbank stelt vast dat in beide schouwverslagen de conclusies op geen enkele wijze zijn verbonden aan de observaties die tijdens het gehoor zijn gedaan en aan de verklaringen en gedragingen van eiser. Beide schouwen zijn dan ook niet voldoende zorgvuldig, inzichtelijk en concludent. Daargelaten dat niet kenbaar is ingegaan op de correcties en aanvullingen die zijn ingediend naar aanleiding van het schouw aanmeldgehoor AMV, kunnen de schouwverslagen dus niet als motivering van het besluit dienen. Verweerder heeft ter zitting uitgebreid toegelicht waarom de in de schouwverslagen beschreven uiterlijke kenmerken, gedragingen en verklaringen van eiser leiden tot twijfel aan de gestelde minderjarigheid. De gemachtigde van verweerder is evenwel, althans dat is niet gesteld, geen opgeleide schouwer. Eiser heeft ter zitting in aanvulling op het bovenstaande terecht opgemerkt dat de schouwconclusies ‘2x twijfel’ de presumptie van minderjarigheid niet (kunnen) weerleggen. De schouwbevindingen kunnen reeds hierom het besluit niet onderbouwen, zodat de rechtbank niet zal ingaan over de andere aspecten van de leeftijdsschouw.
9. Verweerder heeft er ter zitting terecht op gewezen dat indien de rechtbank de beide schouwen niet voldoende zorgvuldig, inzichtelijk en concludent zou achten, dit niet betekent dat eiser zonder meer moet worden gevolgd in zijn verklaringen. De rechtbank zal dan ook de andere ‘tegenwerpingen’ en de gronden die hiertegen zijn aangevoerd beoordelen.
10. Verweerder is nagegaan of aan de registratie van de geboortedatum van eiser in Italië onderzoek ten grondslag heeft gelegen. De rechtbank stelt vast dat dit niet het geval is. De Italiaanse autoriteiten hebben namelijk het navolgende aangegeven:
Resultaat onderzoek Italiaanse autoriteiten d.d. 19 oktober 2023:
[eiser] [geboortedag] /2007 ERITREA
alias
[eiser] [geboortedag] /2000 ERITREA
Following your request concerning the above named person, this is to inform you, that:
11. De Italiaanse autoriteiten moeten de leeftijdsregistratie dus uitsluitend gebaseerd hebben op de verklaringen van eiser. Verweerder is niet nagegaan of de Italiaanse autoriteiten met tussenkomst van een tolk met eiser hebben gesproken en is ook niet nagegaan of eiser zelf verklaringen heeft afgelegd over zijn leeftijd of dat degenen die tegelijk met eiser in Italië zijn aangekomen dat hebben verteld tegen de Italiaanse autoriteiten. Verweerder weet ook niet of eiser op dat moment in staat was om verklaringen af te leggen. Dit betekent niet dat aan deze registratie geen betekenis kan toekomen, maar betekent ook niet dat, anders dan verweerder ter zitting heeft gesteld, hieruit zonder meer blijkt dat eiser willens en wetens een leugenachtige verklaring heeft afgelegd ten overstaan van de Italiaanse autoriteiten.
12. De rechtbank stelt vast dat de Italiaanse autoriteiten het jaar 2000 als geboortejaar hebben geregistreerd en eiser stelt te zijn geboren in het jaar 2007. Verweerder stelt dat eiser hiervoor geen zogeheten ‘plausibele verklaring’ heeft gegeven. De rechtbank overweegt dat verweerder dit standpunt niet goed genoeg heeft gemotiveerd. Eiser heeft over de registratie onder meer het navolgende vermeld:
Aanmeldgehoor d.d. 17 november 2023:
Wat in Italië staat weet ik eigenlijk niets van. Ik was ziek toentertijd. Ik heb een hoop ellende meegemaakt in Libië. Vrienden van mij zijn daar omgekomen en ik was ook ziek toen ik in Italië aankwam. In de boot waar ik inzat hadden we last van benzinelucht en daarom was ik ook ziek. Ik weet niet wat ze in Italië gezegd hebben of genoteerd hebben.
Nader gehoor d.d. 1 mei 2025:
Ik ben naar Italië gereisd op de boot en ik zat op een plek waarbij benzine naast mij aanwezig was. Daardoor rook ik de hele tijd benzine. Ik was hierdoor bewusteloos geraakt. Daardoor wist ik ook niet dat ik in Italië was. Ik wist niet hoe de registratie verder was afgehandeld.
Zoveel mogelijkheden had ik niet, die waren er niet om het aan te tonen dat de leeftijd niet klopte.
Zelfs in Libië had ik problemen. Ik werd geholpen door vrienden die mijn gegevens noteerden. Toen ik Italië binnenkwam, was er hetzelfde probleem. Ik bedoel dat ik medisch niet bij machte was om het een en ander uit te leggen of goed te praten.
Opmerking rapporteur:
Ik heb de heer [eiser] medegedeeld dat hem op basis van de IND werkinstructie leeftijdsregistratie een nieuwe geboortedatum toegekend is, namelijk van [geboortedag] 2000.
Het is niet mijn geboortedatum, zij hebben dat zo genoteerd. Het is niet mijn leeftijd.
Uit onderzoek is ook gebleken dat u in Italië geregistreerd stond met de naam [eiser] en hier in Nederland als [eiser] . Kunt u hierop reageren?
Wij hebben de naam van opa en van vader. Hier heb ik de naam van mijn opa meegegeven. In Italië hebben vrienden mijn naam doorgegeven en daardoor is het anders gespeld.
13. Verweerder stelt zich in het besluit op het standpunt dat eiser “erg inconsistent en niet samenhangend” heeft verklaard over hoe de registratie van zijn geboortedatum in Italië heeft plaatsgevonden. Volgens verweerder kan bovendien niet worden ingezien dat enkel het geboortejaar verkeerd zou zijn, terwijl de datum wel klopt. De rechtbank overweegt dat de strekking van de verklaringen van eiser duidelijk is en dat verweerder niet is ingegaan op de verklaringen van eiser dat hij ziek was vanwege de benzinelucht en niet is ingegaan op het refereren van eiser aan eerder gebeurtenissen in Libië. In de correcties en aanvullingen van 30 november 2023 is toegelicht dat eiser in Libië gevangen is gezet en zijn familie hem heeft ‘vrijgekocht’. In deze correcties en aanvullingen wordt ook opgemerkt dat eiser heeft verklaard dat hij 13 jaar oud was en niet 14 jaar oud, zoals is weergegeven in het schouwverslag. Eiser heeft in de zienswijze voorts aangegeven dat eiser in Italië niet heeft verklaard dat hij ‘bewusteloos’ was, maar dat hij op de boot het bewustzijn verloor toen hij in aanraking kwam met de benzinedampen en bij aankomst in Italië medisch niet bij machte was om alles duidelijk uit te leggen. Verweerder heeft in zijn besluit vermeld dat ‘niet kan worden ingezien dat enkel het geboortejaar verkeerd zou zijn terwijl de datum wel klopt’. De rechtbank overweegt dat de omstandigheid dat verweerder dit – kennelijk- ‘raar’ vindt, geen genoegzame motivering is waarom de verklaringen van eiser over de registratie niet als plausibel kunnen worden aangemerkt. Verweerder heeft ter zitting aangegeven dat het fysiek gezien onmogelijk is om te verklaren als je bewusteloos bent. De rechtbank overweegt dat eiser niet heeft gesteld dat hij verklaringen heeft afgelegd op het moment dat hij bewusteloos was. Verweerder is voorts bekend met de landeninformatie over Libië en de situatie dat migranten veelvuldig onder erbarmelijke omstandigheden worden gedetineerd en ofwel moeten worden ‘vrijgekocht’, ofwel dwangarbeid moeten verrichten en vaak slachtoffer worden van seksueel en ander ernstig geweld. Verweerder heeft geen verdere vragen gesteld naar aanleiding van de verklaring van eiser over Libië en dat zijn vrienden daar zijn omgekomen. Het asielrelaas heeft ook geen betrekking op Libië, maar verweerder dient wel zorgvuldigheid te betrachten bij het beoordelen van de geloofwaardigheid van de verklaringen van eiser over zijn gezondheidstoestand op het moment dat eiser het grondgebied van Italië bereikte en dient ook zorgvuldigheid te betrachten bij het toekennen van gewicht aan deze verklaringen. Verweerder heeft dit onvoldoende gedaan en heeft ontoereikend gemotiveerd waarom hij de verklaringen van eiser over de wijze waarop de leeftijdsregistratie in Italië tot stand is gekomen geen plausibele verklaring acht voor het verschil tussen het in Italië geregistreerde geboortejaar en het in Nederland opgegeven geboortejaar.
14. Verweerder heeft eiser ook tegengeworpen dat hij een doopakte heeft overgelegd die door Bureau Documenten is onderzocht en vals is bevonden. In het onderzoeksverslag van 30 december 2024 is daarover het navolgende vermeld:
(…)
Het document is vals, omdat de verschijningsvorm afwijkt van het beschikbare vergelijkingsmateriaal.
(…)
15. Eiser stelt zich op het standpunt dat uit het algemeen ambtsbericht Eritrea blijkt dat er nauwelijks informatie over documenten naar buiten komt en er bovendien sprake is van een hoge mate van willekeur bij de afgifte van documenten. Eiser vindt dat verweerder
beter moet motiveren waarom de doopakte als vals wordt beoordeeld. De enkele stelling dat het document afwijkt van het beschikbare referentiemateriaal is onvoldoende volgens eiser. Zo had verweerder moeten nagaan welk vergelijkingsmateriaal is gebruikt, aldus eiser. De rechtbank overweegt dat deze beroepsgrond niet slaagt. Bureau Documenten kan als deskundige worden aangemerkt en de aangehaalde informatie uit het ambtsbericht betekent niet dat Bureau Documenten dus geen onderzoek heeft kunnen verrichten aan het door eiser overgelegde document. Verweerder heeft zich dan ook niet nader hoeven te vergewissen van de wijze waarop dit documentonderzoek is verricht. De rechtbank willigt het verzoek van eiser om na te gaan over welk vergelijkingsmateriaal Bureau Documenten beschikt niet in. De rechtbank heeft namelijk geen aanleiding om te twijfelen aan de onderzoeksbevindingen. Bovendien heeft verweerder tijdens de zitting terecht opgemerkt dat als er te weinig vergelijkingsmateriaal beschikbaar was geweest, Bureau Documenten ‘neutraal’ had geadviseerd.
16. De rechtbank gaat er dus van uit dat de overgelegde doopakte vals is. Eiser heeft verklaard dat een doopakte in Eritrea alleen kan worden afgegeven door de priester die je heeft gedoopt, de zogeheten geestelijk vader en dat iedere kerk heeft een geestelijk vader heeft. Eiser heeft verklaard dat dit een echte doopakte is en dat zijn moeder die heeft toegestuurd. Voor zover verweerder ter zitting het standpunt heeft ingenomen dat eiser op dit punt tegenstrijdig heeft verklaard omdat eiser enerzijds heeft verklaard geen doopakte te hebben en anderzijds heeft verklaard een doopakte te kunnen overleggen, volgt de rechtbank dit niet. Het zelf bezitten en bij zich dragen van een document is immers wat anders dan het alsnog kunnen verkrijgen van een document. Verweerder heeft geen standpunt ingenomen over de vraag of eiser willens en wetens een vals document heeft overgelegd, maar kent wel groot gewicht toe aan dit document. De rechtbank overweegt dat het in beginsel de verantwoordelijkheid van de vreemdeling is om geen valse documenten te overleggen en zich in dat verband ook te vergewissen van de aard van de documenten die hij overlegt om zijn relaas te staven. In dit geval heeft eiser evenwel verklaard dat zijn moeder dit document heeft toegezonden. Verweerder dient tenminste tot het nemen van zijn beslissing uit te gaan van de presumptie van minderjarigheid. Dit brengt mee dat ook indien de moeder van eiser willens en wetens een vals document zou hebben opgestuurd, dit niet betekent dat eiser verweten kan worden verweerder te misleiden. Eiser is niet verantwoordelijk voor de gedragingen van zijn moeder en niet valt in te zien waarom eiser er niet van uit zou mogen gaan dat zijn moeder geen valse documenten opstuurt. Ook betekent het overleggen van een vals document niet dat de inhoud van dit document en met name de daarin vermelde geboortedatum niet juist kan zijn en niet juist is. Dit betekent, naar het oordeel van de rechtbank, uitsluitend dat eiser zijn gestelde geboortedatum niet met deze geboortedatum kan staven. Hierbij heeft overigens te gelden dat indien Bureau Documenten de doopakte “echt” zou hebben bevonden verweerder, zoals ter zitting is erkend, zich op het standpunt zou hebben gesteld dat een doopakte geen identificerend document is en dit document op zichzelf beschouwd niet tot het geloofwaardig achten van de gestelde geboortedatum kan leiden. Het overleggen van een valse doopakte, terwijl niet is vastgesteld dat eiser wetenschap heeft dit document vals is, kan op zichzelf dan ook niet het niet geloofwaardig achten van de gestelde geboortedatum onderbouwen. De rechtbank merkt hierbij op dat verweerder een groot deel van het asielrelaas van eiser wel geloofwaardig heeft geacht, terwijl eiser dat relaas ook niet heeft kunnen staven met andere bewijsmiddelen dan zijn eigen verklaringen. Verweerder had moeten nagaan of die beoordeling ook de algehele geloofwaardigheid van eiser en daarmee ook zijn verklaringen over zijn geboortedatum kan ondersteunen. Verweerder heeft dat niet gedaan.
17. De rechtbank overweegt tot slot dat de opmerking in het besluit “dat er verwarring is ontstaan over uw leeftijd en dat u onder verschillende leeftijden geregistreerd staat, is overigens zelf aan uzelf toe te rekenen” volkomen misplaatst is. Ook indien verweerder zou moeten worden gevolgd in zijn beslissing dat eiser zijn gestelde geboortedatum niet aannemelijk had weten te maken, gaat het niet aan om dit op deze wijze te verwoorden. De Italiaanse autoriteiten hebben geen leeftijdsonderzoek verricht maar uitsluitend identiteitsgegevens geregistreerd. Verweerder heeft geschouwd maar beide schouwen zijn niet voldoende zorgvuldig, inzichtelijk en concludent. Het niet verrichten van een leeftijdsonderzoek en het niet op deugdelijke wijze verrichten van leeftijdsonderzoek is niet aan eiser toe te rekenen. Eiser is afkomstig uit een land waar minderjarigen geen identiteitsdocumenten kunnen verkrijgen. Verweerder heeft vastgesteld dat aan eiser internationale bescherming moest worden verleend. Eiser heeft verklaard over de wijze waarop hij is gevlucht en heeft verklaard over detentie in Libië en het om het leven komen van zijn vrienden in Libië en over de medische conditie bij de aankomst in Italië. Ook deze omstandigheden zijn niet aan eiser toe te rekenen.
18. De enige ‘handelingen’ die eiser heeft verricht is het niet hebben weten te bewerkstelligen dat zijn geboortejaar in Italië op dezelfde wijze is geregistreerd (waarvoor eiser ook een uitleg heeft gegeven) als de verklaringen die eiser in Nederland heeft afgelegd en het overleggen van een document dat zijn moeder aan hem heeft vertrekt terwijl eiser al in Nederland was. Verweerder mag deze omstandigheden vanzelfsprekend betrekken bij het nemen van een (inwilligend) besluit, maar dient zich te onthouden van het maken van een verwijt jegens eiser dat de Italiaanse autoriteiten een ander geboortejaar hebben geregistreerd dan het geboortejaar waarvan eiser ten overstaan aan verweerder steeds heeft verklaard dat dit juist is.
19. De rechtbank concludeert dat het besluit van verweerder, voor zover daarin de gestelde geboortedatum ongeloofwaardig is geacht, onvoldoende draagkrachtig is gemotiveerd. Het enige argument dat verweerder in dit verband aan zijn besluit ten grondslag heeft gelegd dat na een rechterlijke controle standhoudt, is dat de overgelegde doopakte vals is. Op grond hiervan kan verweerder de presumptie van minderjarigheid niet weerleggen en op grond hiervan kan verweerder de verklaringen van eiser over zijn leeftijd niet ongeloofwaardig achten. De rechtbank zal het beroep dan ook gegrond verklaren. Verweerder kan thans geen nader leeftijdsonderzoek meer verrichten, gelet op het tijdsverloop. Verweerder is niet ingegaan op het aanbod van eiser om een medisch leeftijdsonderzoek te verrichten. Eiser heeft ruim drie jaar geleden een asielaanvraag ingediend en verweerder heeft ruim een jaar geleden eiser reeds in aanmerking gebracht voor internationale bescherming en aan eiser een verblijfsvergunning voor de duur van vijf jaar heeft verleend. De rechtbank zal desondanks niet zelf voorzien in de zaak om te voorkomen dat verweerder uitsluitend vanwege die afdoening in hoger beroep gaat.
20. De rechtbank zal ook een proceskostenveroordeling uitspreken en zal daarbij de standaardmatig toegekende punten en bedragen hanteren.
21. Beslist wordt als volgt.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit voor zover daarin is vastgesteld dat eiser is geboren op [geboortedag] 2000;
- bepaalt dat verweerder binnen 4 weken na de datum van deze uitspraak een nieuw besluit moet nemen, met inachtneming van wat in deze uitspraak is overwogen;
-veroordeelt verweerder tot vergoeding van de proceskosten tot een bedrag van in totaal € 1.868,00.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S. van Lokven, rechter, in aanwezigheid van
mr. F.A.E. van de Venne, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 7 september 2026.
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.