ECLI:NL:RBDHA:2026:25886

ECLI:NL:RBDHA:2026:25886

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 16-06-2026
Datum publicatie 07-09-2026
Zaaknummer NL26.32343
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Mondelinge uitspraak
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Dublin, spoedvovo, verzoek toegewezen, overdracht aan Kroatië, sprake van spoedeisend belang bij Dublinoverdracht omdat het weigeren van de overdracht gevolgen heeft voor de rechtspositie van eiser, beroep heeft redelijke kans van slagen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL26.32343

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , V-nummer: [V-nummer] , verzoeker (gemachtigde: mr. F.J. Hoppenbrouwer),

en

de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. N. Mikolajczyk).

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen het overdrachtsbesluit van 19 mei 2026 (het bestreden besluit).

Verzoeker heeft in Nederland op 13 december 2025 een asielaanvraag ingediend. Deze aanvraag heeft de minister niet in behandeling genomen, omdat Kroatië hiervoor verantwoordelijk wordt geacht. Hij heeft de Kroatische autoriteiten verzocht om verzoeker over te nemen. Op 24 januari 2026 zijn de Kroatische autoriteiten hiermee akkoord gegaan.

Op 20 mei 2026 heeft verzoeker beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

Op 10 juni 2026 heeft verzoeker de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen, die erop ziet dat de gevolgen van het bestreden besluit worden opgeschort, hangende de beroepsprocedure.

Verzoeker heeft verzocht om vrijstelling van het griffierecht.

De minister heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift.

Gelet op de spoedeisendheid van het verzoek heeft er geen zitting plaatsgevonden.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Heeft het beroep een redelijke kans van slagen?

2. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om vrijstelling van griffierecht toe.

3. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

Is er sprake van een spoedeisend belang?

4. Ingevolge artikel 8:81 van de Awb kan de voorzieningenrechter van de bestuursrechter die bevoegd is in de hoofdzaak op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

5. De minister heeft zich primair op het standpunt gesteld dat er geen spoedeisend belang is, omdat er geen sprake is van een gedwongen overdracht. Dit betekent dat in het geval verzoeker niet mee wenst te werken aan de geplande overdracht deze niet op dat moment alsnog zal worden afgedwongen.

6. De voorzieningenrechter is van oordeel dat wel sprake is van een spoedeisend belang. De minister verwacht van eiser dat hij meewerkt aan zijn overdracht. Hierbij is allereerst niet zeker dat verzoeker zal worden geïnformeerd dat hij een keuze heeft om niet mee te gaan. Bovendien heeft de weigering om medewerking te verlenen gevolgen voor de rechtspositie van verzoeker. Verzoeker kan hierdoor makkelijker in vreemdelingenbewaring worden gesteld, omdat het gebrek aan medewerking ten grondslag kan worden gelegd aan een bewaringsmaatregel. Hierdoor kan verzoeker – als hij nu niet meewerkt aan zijn overdracht – binnen afzienbare tijd alsnog gedwongen worden overgedragen. Deze mogelijkheid is in dit geval niet onaannemelijk, nu de overdrachtstermijn nog maar kort is en tot 21 juli 2026 loopt. Daarnaast heeft het niet meewerken aan zijn overdracht mogelijk gevolgen voor zijn overdrachtstermijn. Volgens artikel 46, tweede lid van EU-Verordening 2024/1351 (AMB-Verordening) kan het niet meewerken aan de overdracht leiden tot verlenging van de overdrachtstermijn tot maximaal drie jaar. Dit geeft verzoeker een belang bij de nu gevraagde voorlopige voorziening.

7. Verzoeker voert aan dat de minister zelf heeft vastgesteld dat niet Kroatië maar Duitslang verantwoordelijk is voor zijn asielverzoek. Vast staat immers dat Duitsland een terugnameverzoek aan Kroatië had gedaan, dat Kroatië dit had geaccepteerd met 1 oktober 2025 als uiterste overdrachtsdatum, en dat Duitsland deze termijn heeft overschreden. De verantwoordelijkheid is daarom automatisch verschoven naar Duitsland en overdracht aan Kroatië is niet meer mogelijk. Dat Kroatië het claimverzoek heeft geaccepteerd, doet hier niet aan af.

8. De minister heeft ter onderbouwing van zijn standpunt in het verweerschrift verwezen naar het bestreden besluit. De minister benadrukt dat Kroatië voldoende is geïnformeerd en dat zij akkoord zijn gegaan met het terugnameverzoek en dat daar van uit moet worden gegaan.

9. De voorzieningenrechter overweegt dat de minister in het bestreden besluit erkent dat Duitsland de uiterste overdrachtsdatum van het terugnameakkoord heeft overschreden. Volgens artikel 29, tweede lid, van de Dublinverordening wordt hiermee Duitsland in beginsel de verantwoordelijke lidstaat voor de behandeling van het asielverzoek van verzoeker. Het is de voorzieningenrechter niet gebleken dat Kroatië de asielaanvraag van verzoeker onverplicht aan zich wilde trekken, als bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening. Daarnaast is voor de voorzieningenrechter onduidelijk hoe het akkoord

van Kroatië tot stand is gekomen. In het dossier zit een claim uit aan Duitsland, dat een dag later wordt gevolgd door een akkoord van Kroatië. Wat daar tussen is gebeurd en of Kroatië zich op de juiste informatie heeft gebaseerd, is onduidelijk.

10. Gelet op het voorgaande komt de voorzieningenrechter tot het voorlopige oordeel dat het beroep van verzoeker een redelijke kans van slagen heeft.

Belangenafweging

11. De voorzieningenrechter is van oordeel dat verzoekers belang om de behandeling van zijn beroep in Nederland af te wachten zwaarder weegt dan het belang van de minister om verzoeker op 17 juni 2026 over te dragen aan de Kroatische autoriteiten. Daarbij betrekt de voorzieningenrechter dat met het treffen van de verzochte voorziening de termijn om verzoeker over te dragen wordt opgeschort, als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Dublinverordening. In zoverre wordt de minister niet onredelijk in zijn belangen geschaad.

Conclusie en gevolgen

12. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe en treft de voorlopige voorziening dat het bestreden besluit is geschorst tot de uitspraak op het beroep.

Omdat het verzoek wordt toegewezen, krijgt verzoeker een vergoeding van zijn proceskosten. De minister moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt verzoeker een vast bedrag per proceshandeling. De gemachtigde heeft het verzoekschrift ingediend. Elke proceshandeling heeft een waarde van € 934,-. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 934,-.

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 16 juni 2026 door mr. G. Schnitzler, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.A.W.M. Engels, griffier.

Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:

16 juni 2026

Documentcode: [documentcode]

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. M.A.W.M. Engels

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand