RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht
zaaknummers: NL26.28691 en NL26.28693
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen [verzoeker 1] , V-nummer: [V-nummer 1] ,
[verzoekster] , V-nummer: [V-nummer 2] , mede namens hun minderjarige kinderen [verzoeker 2] , V-nummer: [V-nummer 3] en [verzoeker 3] , V-nummer: [V-nummer 4] , verzoekers
(gemachtigde: mr. M.C.W. van der Zanden), en
de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. N. Hamzaoui).
Procesverloop
Bij besluiten van 21 mei 2026 (de bestreden besluiten) heeft de minister de aanvragen van verzoekers tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoekers hebben tegen het bestreden besluit beroepen ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om voorlopige voorzieningen te treffen.
De voorzieningenrechter heeft de verzoeken, samen met de zaken NL26.28690 en NL26.28692, op 23 juni 2026 op zitting behandeld. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door de gemachtigde van verzoekers. Als tolk is verschenen B. Naseh. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL26.28690 en NL26.28692, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de beroepen. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om die reden af.
2. Gelet op de uitkomst van de bodemzaak veroordeelt de voorzieningenrechter de minister wel in de door verzoekers gemaakte proceskosten. De rechtbank beschouwt de ingestelde verzoeken als samenhangende zaken als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van het
Besluit proceskosten bestuursrecht, omdat de verzoeken tezamen zijn behandeld, de rechtsbijstand is verleend door dezelfde persoon en de werkzaamheden voor de zaken nagenoeg identiek konden zijn. Omdat het gaat om samenhangende zaken, beschouwt de rechtbank de verzoeken als één zaak. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 934,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1).
Beslissing
De voorzieningenrechter:
Deze uitspraak is gedaan door mr. G. Schnitzler, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.A.W.M. Engels, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
07 juli 2026